No movies!

Alleen op de dodenakker `Hollywood Forever' is de oude luister van de filmstad nog aan te treffen. Playboy-oprichter Hugh Hefner heeft er al gereserveerd, vlak naast Marilyn Monroe.

Het gezelschap van de doden brengt me het dichtst bij het Hollywood dat ik zoek.

`Hollywood Forever' heet de begraafplaats, met een oneindigheidsteken aan het begin van de oprijlaan. Cecil B. DeMille, de man die in 1913 als een van de eerste producenten neerstreek tussen de sinaasappelboomgaarden van Hollywood, ligt om de hoek begraven. De sarcofagen van hem en zijn vrouw vallen in het niet bij de praalgraven van Armeense zakenlieden, of het mausoleum met vijver van Douglas Fairbanks sr, maar je kunt ze niet missen. Op zoek naar Rudolph Valentino, voor wiens uitvaart in 1926 alle studio's een dag hun deuren sloten. Zelfs in dit schimmenrijk wordt gereden, een man in een witte limousine voert de eendjes. Hij staat geparkeerd pal voor het graf van Hattie MacDaniel, de eerste zwarte Oscarwinnares.

Valentino woont linksachter, tegenover de acteur en postuum Oscarwinnaar Peter Finch. Veel te zien valt er niet, behalve een soort vitrine met een enkele foto van de superster en veel meer foto's en snuisterijen van een zekere, daar op 1 november 1999 bijgezette, Napoleon Marlon Scott. Briefjes van Napoleons moeder leggen uit waarom: hij leek op Sean Penn, vindt ze en hij is ook jong gestorven, net als Valentino.

Een laatste rustplaats in de nabijheid van een legende is begerenswaardig in Hollywood. Playboy-oprichter Hugh Hefner heeft zijn nis al gereserveerd, vlak naast Marilyn Monroe. Zij ligt in de muur van Westwood Memorial Cemetery, een piepklein dodenakkertje, ingeklemd tussen twee parkeergarages. Op de steen is een uit een agenda gescheurd briefje geplakt van een bewonderaar, John uit Engeland. Ik zet mijn auto vlak voor Mel Tormé. Een mevrouw spreekt me aan: ze is Dean Martin kwijt, of ik hem al heb gezien. Een paar minuten later roept ze enthousiast dat ze hem weer gevonden heeft: `Everybody Loves Somebody Sometimes', zingt de steen. Natalie Wood en twee van de kinderacteurs uit de horrorfilm Poltergeist zijn er ook. De meeste bloemen liggen bij Dorothy Stratten: Playmate van het jaar 1979, geliefde van Hollywoodzoon Peter Bogdanovich en op haar twintigste vermoord door een jaloerse echtgenoot. Dat is pas drama, en bovendien, in de film Star 80, verfilmd door Bob Fosse.

Asfalt

Hollywood ligt niet op straat, in de hotels of in de studio's. De Universal Studio is een pretpark vol attracties, hamburgerrestaurants en huilende kinderen. Beverly Hills – Wassenaar keer vijf – heeft allure, maar nauwelijks zichtbare geschiedenis. De glamour van Rodeo Drive, een aaneenschakeling van winkels van Gucci, Dior en Valentino, is verpakt in papieren draagtasjes. Over Sunset Boulevard rijden met California Dreamin' van The Beach Boys op de autoradio voelt als een aangenaam cliché. En waar wonen de mensen die de tuinen en de maaltijden verzorgen van de rich and famous eigenlijk? Het antwoord is: in Duckstad, aan de andere kant van de heuvel.

Want Los Angeles, de enige stad ter wereld waar het asfalt uit de grond opborrelt (in de LaBrea Tar Pits), wordt in tweeën gedeeld door een echt gebergte, de Santa Monica Mountains. Aan de noordkant ligt de San Fernando Valley, in een aaneenschakeling van voorstadjes waar weinig gebeurt op de zaterdagse garage sales na. Dit is het Californië dat we kennen uit veel films van Steven Spielberg.

Maar op naar Woodland Hills, al staat dat net niet meer op mijn stadskaart. Mijn fantasie wordt al jaren geprikkeld door die naam, Woodland Hills. Veel van de overlijdensberichten van acteurs, regisseurs en andere coryfeeën uit de entertainmentindustrie, zoals dit jaar Stanley Kramer, dragen Woodland Hills in hun dateline, want daar is het Motion Picture and Television Fund Hospital gevestigd. Ik stel me een lommerrijk lustoord voor, een Rosa Spierhuis met palmen.

Aan het westelijke uiteinde van de Valley ligt het dorpje Woodland Hills: een straatweg, een high school, autosloperijen. Een zijstraat heet Spielberg Drive. Een bordje ontzegt de toegang aan onbevoegden, maar als ik tussen de tientallen aanleunbungalows de `John Ford Chapel' ontwaar, weet ik zeker dat ik goed zit. De ingang van het hoofdgebouw wordt bewaakt door een portier die José heet. Ik kom in lange gangen van een verpleeghuis voor bejaarden terecht. Een oude man wordt gevoerd, achter een open deur wordt gegymnastiekt. Alzheimer is overal. Een bordje verwijst naar de `George Burns Intensive Care Unit'. Oh, God! heette Burns' grootste hit. Aan de wanden hangen foto's die verwijzen naar premières, en naar ontmoetingen met de regisseur George Stevens. De bewoners zijn volgens de internetsite van de in 1921 door onder meer Mary Pickford opgerichte instelling voor gezondheid en welzijn allemaal minstens twintig jaar in de filmindustrie werkzaam geweest.

Om te bevorderen dat zoveel mogelijk mensen oud worden is sinds kort in heel Californië een wet van kracht die het roken in cafés en restaurants totaal verbiedt. Een grote loods aan Western Boulevard belooft `Girls!' (lapdancers!), maar roken en alcohol zijn taboe. In een 's avonds geopende sigarenzaak in Santa Monica mag je ter plekke opsteken, maar weer niet drinken, zelfs geen frisdrank. In de nieuwe komedie Heartbreakers speelt Sigourney Weaver een huwelijkszwendelaarster met Gene Hackman als slachtoffer. Een deel van de humor komt voort uit het idee dat zij het bed moet delen met een oude man die niet alleen rookt en rochelt, maar dag en nacht een sigaret in zijn mond houdt. Hij heeft geen recht op medelijden, want hij is tabaksfabrikant van beroep, en dus een kindermoordenaar.

Er is meer dat niet mag. In Pasadena waarschuwen bordjes personen onder de 17 dat ze maar beter na negenen 's avonds niet op straat kunnen lopen, want dat zal worden beschouwd als rondhangen (`loitering'), strafbaar volgens de lokale politieverordening. De auto zou uitkomst kunnen brengen, maar daar moet je weer mee uitkijken op de Sunset Strip. Dat is een `No Cruising Zone', en dat betekent een bekeuring als je binnen het uur meer dan drie keer dezelfde plaats passeert.

Grote Ster

In de kustplaats Santa Monica is de sfeer wat meer ontspannen. Er is een pier en een voetgangerspromenade, waar 's avonds zelfs hartstochtelijk wordt rondgehangen. Daar spreekt een sandwichman me aan met de vraag of ik een gratis kaartje wil voor de nieuwste film van X (naam van een Grote Ster). Wie die Grote Ster is mag ik niet verklappen, want een van de formaliteiten om toegang te krijgen tot de testvoorstelling van Nieuwe Film met Grote Ster (en Nog Beroemder Rockidool) is het ondertekenen van een verklaring dat er niets over gepubliceerd zal worden. Na het bellen van een gratis telefoonnummer, krijgt de op straat geworven bezoeker instructies en voorwaarden meegedeeld. De voorstelling in Culver City, in de voormalige MGM Studio, die nu Sony Studio heet, is namelijk alleen toegankelijk voor personen tussen de 25 en de 50, die niet tot de pers of de filmindustrie behoren. Mijn beroep is dus `redacteur bij een uitgeversconcern'.

Een uur voor aanvang arriveer ik, tegelijk met twee hippies van middelbare leeftijd in houthakkersoverhemden met een Ralph Nader-button. Hun motoriek lijkt op die van Beavis en Butt-head en ze hebben er duidelijk zin in. Na twee controleposten arriveren we in de rij voor het studiotheater. Onze beroepen en leeftijden worden weer gecheckt (`negenenveertig' jokken Beavis en Butt-head lachend) door dames met clipboards.

Dan richt een hogere functionaris, met een groter clipboard, het woord tot mijn linkerbuurman, die in de rij R.D. Laing staat te lezen: ,,Wat is uw beroep precies?'' Hij werkt voor een reclamebureau, maar dat is het probleem niet. Of hij zijn jasje uit wil doen, want daar staat de naam van de televisiequiz Winning Lines op, en om de een of andere reden zou dat de bij de voorstelling aanwezige studio executives wel eens zenuwachtig kunnen maken. Vervolgens zijn mijn andere buren aan de beurt: ,,Heren, welke van de volgende films heeft u gezien? Shakespeare in Love, The Opposite of Sex, Return to Me, Sliding Doors?''. Monkelend moeten Beavis en Butt-head toegeven dat ze er geen een van kennen. ,,State and Main? Billy Elliot? Gods and Monsters?'' O ja, misschien die laatste, op televisie. Zes, in steeds hoger tempo afgeratelde titels later, heeft Clipboard er genoeg van. ,,Juist! Wilt u even met mij meekomen? Ik ben bang dat u niet tot onze doelgroep behoort!'' Het tweetal wordt uit de rij geplukt en vijf meter verderop naast een prullenbak neergezet. Na een kwartiertje verscheuren ze hun uitnodiging, en lopen onder veel misbaar terug richting parkeergarage. ,,Al die studioshit!'' zegt de man zonder jasje: ,,Ik heb van al die films er ook maar één in een vliegtuig gezien. Maar ik heb geen lang haar en een Nader-button. Ze moeten wel erg zenuwachtig zijn over deze film.''

Vlak voor het begin van de voorstelling komt Clipboard me nog vragen wat mijn werkgever PCM dan uitgeeft. ,,Boeken!'' antwoord ik naar waarheid. Dat treft, want de Grote Ster blijkt een romanschrijver te spelen. Hij is zó'n slechte schrijver, begrijpen wij in de eerste minuten van de film, dat zijn laatste boek Hitler's Child heet en de belachelijke stelling verdedigt dat de Führer een zoon verwekte bij Eva Braun.

De ruwe montage van de film doet vermoeden dat er na deze testvoorstelling weinig meer van vernomen zal worden. Zelfs het Rockidool, wiens rol het meest opmerkelijke aspect is, krijgt weinig winning lines in de mond gelegd. Na afloop moeten we een uitgebreid vragenformulier invullen. Daarbij ligt de nadruk op de vraag of het verhaal wel duidelijk was (`welke vragen blijven na afloop onbeantwoord?`), wat we wel en niet goed vonden aan de slotscène, en hoe we de film aan een goede vriend zouden omschrijven. Een paar stokoude meisjes, die kennelijk de kern van de doelgroep vormen, wordt gevraagd om nog langer na te blijven voor een diepte-evaluatie.

Ook in het oude Hollywood waren testscreenings en hermontages gangbare praktijk, maar hoe zou Harry Cohn, de gehate Columbia-chef, het hebben aangepakt? Volgens de legende bezocht heel Hollywood in 1958 zijn begrafenis om zich ervan te vergewissen dat hij echt dood was. Zou Harry Cohn zenuwachtig zijn geworden van een jasje van een bezoeker van een testscreening?

Sardi's

In het Hollywood Entertainment Museum, vlak naast Grauman's Chinese Theater, moet toch iets te vinden zijn dat herinnert aan braspartijen in Sardi's, recepties in het Roosevelt Hotel aan de overkant of de elegantie van een première in het El Capitan-theater? Het museum bestaat nog niet zo lang, en zou als doel hebben om de verkommerde nagedachtenis aan de Gouden Eeuw van Hollywood wat op te poetsen. In de centrale hal staat een maquette van de kruising van Vine en Hollywood, zoals die er in 1937 uitzag. Het is te petieterig om er echt veel wijzer van te worden, maar uit de begeleidende tekst leer ik dat het woord movie aanvankelijk gebruikt werd voor iemand die voor de moving pictures werkte. De sinaasappelboeren van Hollywood hadden het niet op dat volk, en in de jaren '10 hingen bij veel winkels bordjes: `No movies!'

De verplichte rondleiding voert voornamelijk langs televisiedecors, uit Cheers en Star Trek, en onderwijst algemeenheden over montage, geluid en andere technische aspecten van het filmmaken. Er hangen een verdienstelijk stilleven geschilderd door Henry Fonda, en een lofzang van filmer Sergio Leone op de artistieke capaciteiten van deze acteur in zijn Once upon a Time in the West. Ten slotte moeten we naar de demonstratie van een blue screen, waar elke bezoeker een trucagefoto van zichzelf kan laten maken met een Hollywoodachtergrond. Het meest geliefde model is die waarin hij plaats neemt bovenop het Hollywood Sign.

Ik kijk liever omhoog, naar die negen letters in de verte, duidelijk zichtbaar in de heuvels geplant: HOLLYWOOD

In zwart-wit, graag.

[streamliner] `Wilt u even met mij meekomen? Ik ben bang dat u niet tot onze doelgroep behoort'