Muziek als een peuter die niet kan kiezen

De meeste componisten nemen kordate beslissingen maar, Jan van de Putte (1959) maakt van het aarzelen een kunst. Dat bleek uit diens intrigerende compositie Es schweigt uit 1993 (in een revisie uit `96 voor kamerorkest en sopraan), dinsdagavond in Paradiso bij het Schönberg Ensemble. Van de Putte kan niet kiezen, zoals de chimpansee van Fromm geen besluit weet te nemen tussen een wijfje en een tros bananen. Andere associaties die voor de hand liggen zijn stotteren en kramp, kriebelen en jeuk.

Radeloosheid spreekt uit het fluisterend declameren van getallen, haperend op een bijna achterbakse wijze. Ik kreeg dit keer vooral een associatie met een peuter die speelt met de poes en niet kan kiezen tussen aaien en knijpen. Tenslotte springt het beest in de gordijnen en begint te blazen waarbij het orkest klinkt in een onderdrukte spanning vóór alles agressief.

Het slagwerkduet aan het slot, ditmaal heel realistisch, herinnerde nauwelijks aan de vroegere uitvoeringen. Geen wonder, in de eerste uitvoering (opvoering is misschien een betere term voor Van de Putte's naar theater tenderende muziek), barstte het los vanachter een gordijn in de Beurs van Berlage van onder het podium en nu van boven het balkon.

Reinbert de Leeuw opteerde voor een meer geëxalteerde versie dan destijds Eötvös, veel sneller ook, en Ingrid Kappelle was weer hoogst opwindend in een genadeloze spanning. Je hoort in Es schweigt dat Van de Putte's composities voor zowel pauken als sopraansolo onherroepelijk moesten volgen. Ze waren al in de kiem aanwezig.

Ter omlijsting diende een drietal werken van Isang Yun en ik moet bekennen dat ik vooral een zwak heb voor de vroege, zogenaamd nog niet echt karakteristieke Musik für sieben instrumente (1959). Het stuk is minder bestormend betogend als het latere hoogst geëngageerde werk, Isang Yun was nog dicht bij de Tweede Weense School als een soort van Koreaanse Dallapiccola. Beweeglijk op een bescheiden wijze toonde de uitvoering dat dit alles als op het lijf is geschreven van het Schönberg Ensemble.

Delicaat is vooral een mooi-melancholieke hobo-solo in het Adagio, waarbij opviel dat Van de Putte zich precies andersom ontwikkelde. Bij hem zou het aaibare aspect een steeds grotere rol gaan spelen tot reminiscenties aan Mahler en Schubert toe, wel nog steeds in een melancholie met sardonische glimlach.

Want je blijft op je hoede, voordat je het weet trapt Van de Putte het orkest weer op zijn staart en gillen we het met zijn allen uit. Eén en al martelende muziek, zoals bijvoorbeeld bij Joachim Hespos — die weg is Van de Putte niet ingeslagen.

Concert: Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw, werken van Van de Putte en Yun. Gehoord 8/5 Paradiso Amsterdam.