Marcel Wouda verzweeg uit gêne handtastelijkheden

Oud-topzwemmer Marcel Wouda is in de aanloop naar de Olympische Spelen van Barcelona (1992) het slachtoffer geworden van seksuele intimidatie. Tijdens standaard-onderzoeken in het ziekenhuis van Geldrop betastte een medisch specialist hem tot twee keer toe in het kruis. Wouda vermoedt dat hij een van de vele topsporters is die wegens de kwetsbare situatie waarin zij zich vaak bevinden het slachtoffer is geworden van ongewenste intimiteiten.

Dat onthult Wouda in De macht van water, Marcel Wouda en de opkomst van het Nederlandse zwemmen, dat morgen verschijnt bij het boekenfonds van Prometheus/NRC Handelsblad. Het boek is geschreven door Mark Hoogstad, redacteur van NRC Handelsblad. Wouda zweeg lange tijd over de handtastelijkheden, deels uit gêne, deels uit angst voor de ophef die het incident mogelijk zou kunnen veroorzaken en de gevolgen daarvan voor zijn zwemloopbaan.

Pas in een gesprek met een psychologe van de nationale sportkoepel NOC*NSF, kort na de voor hem desastreus verlopen wereldkampioenschappen in Rome (1994), vertelde de destijds 23-jarige wisselslagzwemmer over ongewenste aanrakingen van drie jaar daarvoor.

Op aanraden van PSV-clubarts Cees-Rein van den Hoogenband, tevens voorzitter van de stichting Topzwemmen Zuid-Nederland, besloot Wouda het incident evenwel buiten de publiciteit te houden. `Het was zijn verhaal tegen dat van de tegenpartij, en dat maakt je als topsporter kwetsbaar', zegt Van den Hoogenband in het boek. Bovendien: `Marcel kon het niet bewijzen en het gevaar bestond dat hij in de pers zou worden geslachtofferd.'

Het standpunt van Van den Hoogenband werd mede ingegeven door de affaire die toentertijd speelde rondom judoleraar Peter Ooms. Die zou zich volgens drie van zijn (oud-)pupillen (Anita Staps, Irene de Kok en Monique van der Lee) in het verleden schuldig hebben gemaakt aan `ongewenste aanrakingen'. Hun publieke optreden veroorzaakte begin 1996 veel commotie, hetgeen Wouda sterkte in de overtuiging dat hij beter zijn mond kon houden.

Niet de dader – wiens identiteit in het boek niet wordt onthuld – maar het vergrijp staat bijna tien jaar na dato centraal voor Wouda. `Waarom zou ik hem met terugwerkende kracht alsnog willen aanpakken? Dat heeft geen zin. Van belang is [..] dat mensen beseffen dat dit soort akkefietjes in de topsport kunnen gebeuren. Ik ben vermoedelijk één van de velen. Zie het maar als een waarschuwing.'

Wouda sloot in Sydney, gedwongen door fysiek ongemak, zijn loopbaan na 21 jaar af met een bronzen medaille op de 4x200 meter vrije slag. Inmiddels is hij zelfstandig ondernemer en als manager verbonden aan Nederlands eerste commerciële zwemploeg onder leiding van trainer-coach Jacco Verhaeren.

Morgen in Z een voorpublicatie uit het boek dat vanaf morgen in de boekhandel ligt.