Lou Reed

,,Wat een ongelofelijk aardige man'', zei Hanneke Groenteman in haar tv-programma De Plantage over de zanger Lou Reed waar hij zelf bij zat. Daar moet Reed van hebben opgehoord, want doorgaans komt hij uit de getuigenissen van anderen tevoorschijn als een onverdraaglijke, zelfingenomen, narcistische etter. Er bestaat een biografie van hem van Victor Bockris waarin bijna niemand iets aardigs over hem zegt. Hij treiterde ook als volwassen man - zijn ouders, hij mishandelde een echtgenote en hij placht vrienden en collega's die hij niet meer nodig had, in de steek te laten.

De zangeres Nico, korte tijd zijn vriendin en medelid van de Velvet Underground, zei in 1982 in deze krant over hem: ,,Hij is onlangs voor de tweede keer getrouwd, maar dat wil niet zeggen dat hij daarom minder homoseksueel is. Met dat huwelijk wil Lou zich alleen tegen de buitenwereld beschermen en hij wil natuurlijk iemand hebben die hij kan manipuleren. Dat vindt hij lekker.''

Roddel, geboren uit jaloezie, zullen de fans van Lou Reed met een schouderophalen zeggen. Dat kan, maar waarom hoor je zulke roddel dan zelden of nooit over artiesten als McCartney, Waits en Newman, om maar een paar songwriters te noemen met vergelijkbare (en wat mij betreft grotere) kwaliteiten?

Ik ben nooit een fan geweest van Reed, maar ik heb wel altijd voldoende respect voor zijn capaciteiten gehad om zijn carrière met aandacht te volgen. Zo stuitte ik in april 1977 in de Haagse Post op een interview met Reed dat mijn kijk op hem als mens voorgoed zou bepalen. (Het was zeventien jaar vóór de biografie van Bockris.) De interviewer, Peter van Bruggen, bracht de elpee Berlin ter sprake. Daarop staat een nummer, The Kids, over een moeder die uit de ouderlijke macht wordt ontheven. Tegen het einde van het nummer hoor je enkele kinderen hartverscheurend snikken en `Mommy, mommy' roepen. ,,Verschrikkelijk, die kinderen'', zegt de interviewer. Daarop legt Reed uit: ,,Dat waren Bob Ezrin's (de plaatproducer) kinderen, een van zes en een van vier. We wilden het zo echt mogelijk maken. Hij had een bandrecorder op de slaapkamer van de jongste gezet en toen zijn vrouw boodschappen was gaan doen heeft hij haar wakker gemaakt en gezegd dat mammie nooit meer terug zou komen. Daarna heeft-ie haar met haar zusje opgesloten. Daar kun je aardig gek van worden als kind. Maar ook als je dat een kind aandoet. Maar dat was ons uitgangspunt. Alles moest echt zijn. Daarnaast kun je een kind nooit een huilbui laten acteren.''

Toen ik die passage had gelezen, wist ik zeker dat Lou Reed eerder een ongelofelijke klootzak dan een ongelofelijk aardige man was. Vier jaar nadat hij dat nummer had opgenomen, was het nog steeds niet tot hem doorgedrongen dat het een misdaad is om kinderen zó te behandelen. Integendeel, hij vond het wel een interessante anekdote om aan een interviewer te vertellen.