Knieval OM in Clickfondszaak

Het openbaar ministerie erkende gisteren in de rechtszaal ruiterlijk dat zij in de beursfraudeaffaire fouten heeft gemaakt. ,,Onze stellingen bleken te stellig.''

De grootste financiële fraudezaak uit de geschiedenis, Operatie Clickfonds, beleeft deze weken weer een stukje van de rechterlijke afhandeling. Maar het gaat in de rechtszaal niet, zoals in oktober 1997 bij de start van de beursfraudeaffaire nog aangekondigd, over witwassen, voorkennis of frontrunning, het meelopen met grote orders. Wie financiële fraude onder het rechterlijke ontleedmes verwacht, komt dezer dagen bedrogen uit. In het proces tegen de directie van het voormalige commissionairshuis Leemhuis en Van Loon draait het nauwelijks om beursfraude, maar meer om de vraag of het justitie wel een ordelijk opsporingsbeleid heeft gevoerd.

Het openbaar ministerie (OM) heeft die defensieve positie aan zichzelf te wijten. De twee fraudeofficieren H. de Graaff en J. Tonino erkenden gisteren openlijk dat er te hoog van de toren is geblazen. Tonino: ,,Een aantal van onze stellingen bleek te stellig.'' En De Graaff: ,,Ik zeg niet dat er geen fouten zijn gemaakt. Dat is wel degelijk zo. Maar op dat moment waren onze verdenkingen gegrond en gerechtvaardigd.'' Juist over die laatste constatering heerst twijfel. Niet alleen werden er zware verdenkingen naar buiten gebracht, het justitiële optreden bleek achteraf ondoordacht en veroorzaakte veel schade. Leemhuis en Van Loon verdween van de kaart, de directieleden werden beschadigd. Terwijl beter onderzoek de zaken in perspectief had kunnen zetten en ook toen al tot de conclusie had kunnen leiden dat sommige verdenkingen niet zo makkelijk strafrechtelijk verwijtbaar zijn te maken.

Hoe ver mag je als OM gaan zonder de grens van het betamelijke onderzoek te overschrijden? Het is deze cruciale vraag die de Amsterdamse rechtbank moet zien te beantwoorden. In ieder geval is de combinatie van het laten vallen van de zwaarste aantijgingen door het OM en een breed scala aan onzorgvuldigheden, koren op de molen voor de verdediging. Advocaten J. Pen en J. Verhoef vroegen dan ook om niet-ontvankelijkheid. Pen nam daarbij als een van de hoofdpunten 27 oktober 1997 onder de loep. Op die dag, vlak na het weekend dat Operatie Clickfonds was losgebarsten, wilde het OM Leemhuis en Van Loon onder bewind stellen. De Graaff betoogde destijds onder meer dat de voorkenniszaken ,,rond'' waren, wekte de suggestie van het ,,witwassen van crimineel geld'' en zei dat er ,,60 coderekeningen'' waren aangetroffen. Allemaal feitelijk onjuist, betoogde Pen, en dat had het OM ook kunnen weten. In hun reactie konden de fraudeofficieren de meeste feiten niet weerleggen.

Datzelfde gold voor de kritiek op de gevolgde rechtshulpprocedure naar Zwitserland. Justitie wilde daar financiële gegevens van Leemhuis en Van Loon-cliënten hebben. Maar Bern levert slechts fiscale informatie uit als het om zware delicten gaat. En dus gebruikte het OM een vaag vermoeden dat er geld van drugsbaron `de Hakkelaar' zou zijn witgewassen om de voorwaarden te omzeilen, vermoedt de verdediging. Als ondersteuning wezen zij nog eens op de curieuze situatie dat het Duitstalige rechtshulpverzoek voor de Zwitsers allerlei verschillen bevat ten opzichte van de Nederlandse versie. De Hakkelaar-kwestie wordt harder aangezet en opvallend vaak wordt het woordje `fiscaal' of `belasting' weggelaten of verkeerd vertaald. Allemaal, zo betoogde de verdediging, om de Zwitsers te laten geloven dat het om een drugszaak ging en niet om een fiscale kwestie. Een FIOD-ambtenaar die het rechtshulpverzoek concipieerde moest gisteren getuigen. Maar een verklaring had hij niet. ,,Wat zijn uw overpeinzingen'', doorbrak rechtbankpresident M. Mastboom tien seconden stilte, in de hoop op een antwoord. Maar dat kwam niet.

De rechtbank doet maandag uitspraak over de niet ontvankelijkheid van het OM. De vraag is hoe zwaar de toets van zuiverheid over het onderzoek op dit moment wordt gewogen. De rechters kunnen ook voor een verdere inhoudelijke behandeling kiezen en de feiten in hun eindoordeel meenemen. Daarvoor zijn vele varianten: naast niet ontvankelijkheid ook bewijsuitsluiting (in de Zwitserse kwestie) of strafvermindering. Maar dat de handelwijze van het OM in dit proces tot consequenties zal leiden, lijkt onvermijdelijk.

DOSSIER CLICKFONDSwww.nrc.nl