Kamer gispt uitlatingen van imams

Een meerderheid van de Tweede Kamer veroordeelt de recente uitspraken van islamitische geestelijken als discriminatoir jegens homoseksuelen. Over mogelijke stappen zijn de meningen echter sterk verdeeld.

De Tweede-Kamerleden Rehwinkel (PvdA), Rijpstra (VVD) en Dittrich (D66) hebben over de zaak gezamenlijk schriftelijke vragen gesteld aan de ministers Van Boxtel (Minderhedenbeleid) en Korthals (Justitie). Zij spreken hun verwondering uit over het feit dat het openbaar ministerie tot augustus wil wachten met een beslissing over de vraag of de opmerkingen van de geestelijken over homoseksuelen aanleiding vormen tot strafvervolging. ,,Dat moeten twee juristen toch in een dag kunnen uitzoeken'', aldus Dittrich.

Rehwinkel vindt dat als het tot strafvervolging en veroordeling zou komen, de verblijfsvergunning van de Marokkaanse geestelijken in kwestie niet zou moeten worden verlengd, uit overwegingen van openbare orde. Rijpstra meent dat, wanneer strafvervolging en veroordeling zouden uitblijven, het voor het parlement tijd wordt zich te beraden over een nadere bepaling van de verhouding tussen het verbod op discriminatie uit de Grondwet, en de eveneens in de Grondwet vastgelegde vrijheid van meningsuiting en godsdienst.

Dittrich is tegen beide ideeën. Uitzetting is in de Nederlandse praktijk alleen mogelijk na veroordeling na zware misdrijven, en dat moet zo blijven, meent de D66'er. Zeer huiverig is hij voor een nadere beperking van de vrijheid van meningsuiting in wetgeving. ,,Daarmee open je voor een toekomstige regering de mogelijkheid om te zeggen: laten we na de belediging van homoseksuelen ook dit of dat nog maar even uitdrukkelijk verbieden. De kracht van ons stelsel is juist dat we het aan de rechter overlaten om te bepalen hoe de verhouding tussen het discriminatieverbod en de vrijheid van meningsuiting en die van godsdienst in een concreet geval ligt'', aldus Dittrich.

Oppositiepartij GroenLinks zal dinsdag tijdens het vragenuurtje in de Kamer bij Van Boxtel aandringen op een specifiek programma voor islamitische geestelijken over in Nederland geldende normen en waarden. Een dergelijke `inburgeringscursus' voor geestelijken is overigens al voorzien in de onlangs door de Tweede Kamer aanvaarde `Wijziging op de Wet inburgering nieuwkomers'.

De fractie van het CDA wijst op de noodzaak om te komen tot de oprichting van een opleiding in Nederland voor islamitische geestelijken, opdat deze meer aansluiting vinden bij Nederlandse normen en verhoudingen.