Inburgering imams loopt nog niet naar wens

Imams zouden beter ingeburgerd moeten zijn in de Nederlandse samenleving, is een veelgehoorde reactie na hun oordeel over homoseksualiteit. Een Nederlandse imam-opleiding kan ook helpen. Waarom komt dat niet van de grond?

Het gaat natuurlijk niet alleen over homoseksualiteit. ,,De imam krijgt maatschappelijke vragen die betrekking hebben op de integratie van etnische minderheden'', constateerde het ministerie van Buitenlandse Zaken al twee jaar geleden in een nota over de islamitische voorgangers. Mag mijn vrouw werken? Wat vindt u ervan, dat mijn dochter een vriend heeft die geen moslim is? Mijn zoon kijkt naar programma's op de Nederlandse televisie, wat vindt u daarvan?

De imam is een raadgever. Lang niet voor iedereen natuurlijk. Genoeg moslims die de imam een typische dominee vinden, waar ze zich weinig aan gelegen laten liggen. Maar voor de eerste generatie en ook voor een flink deel van de tweede generatie moslims in Nederland is de imam een persoon met aanzien, wiens oordeel niet eenvoudig in de wind kan worden geslagen.

Het zou daarom zo fijn zijn, redeneerde Binnenlandse Zaken, als de imams de Nederlandse verhoudingen een beetje snappen. Maar dat is helaas niet of nauwelijks het geval. In de nota is het eufemistisch geformuleerd als ,,het ontbreken van een op de Nederlandse werkkring toegesneden voorbereiding''. Lees: ze spreken geen Nederlands en kennen de Nederlandse normen en wetten niet. ,,Ze vinden dit land veel te vrij. Religie is voor hen het ordenende principe'', constateerde het Kamerlid O. Cherribi (VVD) in zijn proefschrift .

De Turkse moskeeën bedienen zich vaak van zogeheten pendelimams. Voorgangers die voor vier jaar worden aangesteld en dan weer teruggaan naar Turkije. Marokkaanse imams zijn vaak langer in Nederland en hebben een permanente verblijfsvergunning. Maar het zijn, constateerde Cherribi, ,,dogmatische en gesloten'' persoonlijkheden. Doodsbang voor de boze buitenwereld, levend in een kleine wereld rond de moskee. ,,De imams demoniseren alle vrijheden in Nederland.''

De Nederlandse regering, maatschappelijke instellingen en minderhedenorganisaties (gericht op de integratie van hun achterban) zijn er niet blij mee. Ook al zou het niet eerlijk zijn ze allemaal over een kam te scheren. Er zijn imams die zich bewust zijn van de Nederlandse verhouding. En er zijn zeker ook imams die veel goeds doen. Sommigen helpen de politie te bemiddelen bij conflicten. Anderen bezoeken ziekenhuizen en instellingen voor geestelijke gezondheidszorg.

Maar toch, het proefschrift van Cherribi loog er niet om. De Marokkaanse imams integreren niet, de Surinaamse moskeeën recruteren hun imams ook uit het buitenland en de Turkse imams krijgen simpelweg nauwelijks de tijd om Nederland te begrijpen.

Om al die redenen wilde de Nederlandse regering dat de imams een inburgeringscursus zouden volgen, voor of direct na hun komst. Eerst kon dat niet, omdat de Wet Inburgering Nieuwkomers nog niet bestond. Toen bleek de wet niet op de imams van toepassing. Nu is dat mankement bijna gerepareerd. Een wetsvoorstel om imams te verplichten een inburgeringscursus te volgen ligt bij de Eerste Kamer en zal zeker worden aangenomen.

Hun programma lijkt op dat van elke nieuwkomer: 600 uur Nederlandse les en maatschappij-oriëntatie. Maar de imams krijgen nog tien modules extra. Over de godsdienstverhoudingen in Nederland, bijvoorbeeld. Geschiedenis van de verschillende stromingen, de scheiding van kerk en staat. En over heikele punten als homoseksualiteit en samenwonen-zonder-getrouwd-te-zijn. Dat dat normaal is in Nederland, dat homo's mogen trouwen. Ze moeten ook opdrachten maken en verplicht gesprekken voeren met bijvoorbeeld een arts, een pastoor of een medewerker van de vreemdelingendienst.

Er zijn genoeg betrokkenen die er cynisch over zijn. Imams zijn en blijven strenge theologen, vreest Cherribi. Als de inburgeringscursus net zo `verplicht' is als voor andere nieuwkomers, is het dus een wassen neus, zegt een ander. Op het niet afmaken van de huidige inburgeringscursus staat immers geen sanctie en het percentage uitvallers is hoog. En niet onbelangrijk: de wet geldt alleen voor nieuwe imams. Wie hier al is, kan niet verplicht worden de cursus te volgen. Het kan dus lang duren voordat er enig effect waarneembaar is.

Critici pleiten voor iets anders: een imam-opleiding in Nederland. Dat bestaat nu niet, Nederlandse imams zijn er praktisch niet en dus kunnen moskeeën met succes een tewerkstellingsvergunning (TWV) aanvragen voor een imam uit het buitenland. Als er in Nederland wel een opleiding is, zal de Arbeidsvoorziening zo'n TWV weigeren met het argument om eerst eens te zoeken op de Nederlandse arbeidsmarkt. Dan zullen moskeeën zich genoodzaakt zien een in Nederland opgeleide imam in dienst te nemen, die naar alle waarschijnlijkheid meer kennis heeft van de hier geldende normen en waarden.

Grote vraag is dan ook: waarom bestaat er in Nederland geen imam-opleiding? Hans Dijkstal pleitte er jaren geleden al voor, toen hij nog minister van Binnenlandse Zaken was. Maar het komt niet van de grond. De verdeelde islamitische stromingen hebben moeite het eens te worden over het curriculum. De financiering is lastig. En de Islamitische Universiteit in Rotterdam wordt niet formeel erkend, dus de imams die daar vandaan komen, hebben niet het juiste stempel. Ondanks pogingen van verschillende organisaties, zoals de Turkse Milli Gürüs, schiet het niet op.

Toch zou de overheid het nog steeds toejuichen. Maar minister Van Boxtel (Integratie) wil niet zelf actie ondernemen, omdat het organiseren van dergelijke opleidingen volgens hem een zaak is van geloofsgemeenschappen zelf. Scheiding van kerk en staat. Maar minderhedenorganisaties vinden dat nood wet moet breken en zeggen: als Van Boxtel zijn ministeriële gewicht ertegenaan gooit, en misschien met wat subsidie over de brug komt, dan pas schiet het tenminste op.