Iedere zelfmutilant uit Georgië is welkom

De hedendaagse beeldende kunst is een wervelstorm, zo geloven veel kunstenaars, museumdirecteuren en uitgevers. Die storm trekt over de wereld, pakt kunstenaars op, voert ze naar grote hoogten, maar gooit ze er net zo makkelijk weer uit. En niemand die het allemaal kan bijhouden. Daarom, moet de Engelse uitgeverij Phaidon hebben gedacht, is er plaats voor Cream, een overzicht dat eens in de twee jaar verschijnt en waarin alle geruchtmakende, hippe en veelbelovende kunstenaars van het moment op een rijtje worden gezet. Het principe van een Biennale, maar dan in een boek. In een serie die kan uitgroeien tot een tijdsbeeld. Een ijkpunt. Een almanak.

Maar almanakken verkopen niet, dus heeft Phaidon van Cream een evenement gemaakt. Het eerste deel (1998) was hardroze en ingeseald in dik, doorzichtig plastic, waardoor het er uitzag als een pak diepvries-surimi; door het onmogelijke formaat (liggend, 38 x 19 cm) was de koper bovendien bijna verplicht het op zijn koffietafel te etaleren.

Vleeskleurige baksteen

Fresh Cream is daar een waardige opvolger van. Dit maal is het boek een vleeskleurige baksteen, verpakt in een doorzichtig kussen en vol lucht gepompt. De postmoderne knipoog als marketinginstrument: waar Cream verwees naar plastic namaak(voedsel), presenteert Fresh Cream zich zonder gêne als een pak met lucht. De trendbewuste koper kan zich altijd nog grinnikend verontschuldigen dat het zo `grappig' is.

Inhoudelijk is het concept van Fresh Cream hetzelfde. Phaidon benadert tien curatoren, die ieder tien jonge, hippe kunstenaars uitkiezen. Iedere kunstenaar krijgt zes bladzijden, een met tekst en vijf met afbeeldingen van zijn werk. De kunstenaars mogen elkaar niet overlappen, en, zo blijkt de nieuwe regel, ook niet in het eerste deel van Cream hebben gestaan. En daar beginnen de problemen.

Hedendaagse kunst mag dan een wervelstorm zijn, het aantal kunstenaars dat erin meedraait is niet oneindig. In het eerste deel waren de curatoren internationale top – onder hen Okwui Enwezor, de samensteller van de komende Documenta, en toonaangevende curatoren als Hans Ulrich Obrist, Hou Hanru en Dan Cameron. Zij zorgden er voor dat alle grote, jonge namen van twee jaar geleden meededen: Matthew Barney, Stan Douglas, Chris Ofili, Douglas Gordon, Olafur Eliasson, Steve McQueen, Rirkrit Tiravanija, Pipilotti Rist, Gillian Wearing. Maar hoe hard de kunstwereld ook draait, de grote namen van toen zijn ook de grote namen van nu. En die mogen niet meer meedoen. Daarom lijkt Fresh Cream sterk op een vergaarbak van restmateriaal, vol afvallers en vergetenen. En een enkele nieuweling.

De redactie heeft dit dilemma ondervangen door alle kunstenaars die over het hoofd werden gezien, alsnog op te voeren – noem het een daad van rechtvaardigheid. In Fresh Cream krijgt dus eindelijk Sarah Lucas haar plek (samen met Damien Hirst de belangrijkste omissie van deel 1), net als interessante kunstenaars als Eija-Liisa Ahtila, Miriam Bäckström, Doug Aitken, Cai Guo-Qiang, Vanessa Beecroft, David Shrigley, Wolfgang Tillmans en Michael Raedecker. Die laatste is overigens, ondanks aanhoudende borstklopperij van de Mondriaan Stichting dat het met de Nederlandse kunst in het buitenland zo goed gaat, de enige Nederlander die tot Fresh Cream is doorgedrongen.

Maar daarmee is het reservoir ook uitgeput, en werden de curatoren gedwongen hun vizier te verschuiven. Dat leidt tot curieuze keuzes. Als we Fresh Cream moeten geloven ligt het brandpunt van de huidige hedendaagse kunst in Mexico en Rusland, vertegenwoordigd met minstens vijf kunstenaars. Pijnlijker is dat de kunstenaars in Fresh Cream worden blootgesteld aan een vreemd Droste-effect.

Zoals de Cream-serie een luidruchtige vormgeving nodig heeft om op te vallen, zo vallen veel van de onbekende kunstenaars op doordat hun werk is gebaseerd op gemakzuchtig shockeren. De Nederlandse `shock-art'-kunstenaar Ronald Ophuis zou er zo naast kunnen – naast de Chinees Chen Chieh-Jen, die gruwelijke martelscènes laat zien, ironisch knullig gemonteerd weliswaar, maar daar worden ze niet minder gruwelijk door. Of neem de Cubaanse Tania Bruguera, wier pièce de résistance bestaat uit een performance waarin ze een schapenkarkas op haar naakte lichaam bond, om vervolgens urenlang balletjes van zout water gemengd met vuil te eten. Ook present is de Kazachstaan Erbosyn Meldybekov, die zich als een slaaf, in een schandblok door de straten liet voeren. En van de Braziliaanse Laura Lima kan men een werk kopen dat bestaat uit de opdracht om drie vingers van de linkerhand van de koper te amputeren. Pijnlijk zou ik het nauwelijks durven noemen. Het is vooral tragisch.

Freak-show

Fresh Cream toont zo, ongewild, wat de consequenties van de artistieke wervelstorm zijn: kunstenaars die een freak-show opvoeren omdat ze denken dat shockeren en aandacht trekken het hoogste doel is geworden. En de Cream-serie wakkert die wervelstorm alleen maar aan. Wat wil je ook, als je iedere twee jaar honderd nieuwe kunstenaars moet vinden, is iedere zelfmutilant uit Georgië een geschenk uit de hemel. In Fresh Cream is hedendaagse kunst een monster geworden, een monster dat gevoed moet worden en het idee dat er over twee jaar alweer een nieuwe Cream gevuld moet worden zal bij de redactie ongetwijfeld het angstzweet al doen uitbreken. Gezien haar voorkeur voor zelfspot gaat dit deel ongetwijfeld SCream heten. In bloedrode letters dan maar?

Fresh Cream, Contemporary Art in Culture. Phaidon, 656 blz. ƒ124,60