Hoe NS-reorganisaties tot rellen leidden

Miscommunicatie tussen onderdelen van NS die midden in een reorganisatie zitten, vormde een belangrijke reden waarom de treinen op 30 april niet reden. ,,Ik weet niet welke afhandelingsstrategie ze bij de verkeersleiding hebben.''

Op Koninginnedag wil machinist Peter Reedalda om 10.40 uur zijn trein van Amsterdam Centraal naar Dordrecht rijden. Door alle drukte op de heenweg is hij al een half uur te laat, dus belt hij met zijn mobiel - zoals voorgeschreven - de afdeling `Bijsturing'. Die kan hij niet bereiken. De lijnen zijn overbezet. Dan maar via de vaste communicatielijnen van het spoor contact zoeken met de `Railverkeersleiding'. Die meldt aan Reenalda dat het treinverkeer stil is gelegd. Zijn mobiele telefoon gaat: de bijsturing. Of de machinist zich naar zijn trein wil begeven. ,,Maar alle treinen liggen stil, zegt net de verkeersleiding'' zegt Reenalda ,,Ik weet niet welke afhandelingsstrategie ze bij de verkeersleiding hebben,'' klinkt het uit de mobiele telefoon. De machinist start zijn trein, maar staat al na 10 minuten definitief stil voor een rood sein.

Het relaas van Reenalda, lid van de ondernemingsraad in Amsterdam, staat niet op zichzelf. Hoewel de Nederlandse Spoorwegen volhouden dat de chaos op Koninginnedag, die later op de avond tot rellen zou leiden, niet de schuld is van het bedrijf zelf, duiden de verhalen van betrokkenen op iets anders. Vrijwel elke machinist of conducteur die op koninginnedag dienst had, kan vertellen over bezette lijnen, tegenstrijdige opdrachten of gewoon volledige chaos. Koninginnedag 2001 blijkt een dag vol interne miscommunicatie en bij het spoor betrokken afdelingen of taakorganisaties die langs elkaar heen werken.

De meeste vragen om toelichting worden door NS afgedaan met de opmerking dat eerst de `interne evaluatie' moet worden afgewacht. Uit alle uitspraken van NS-managers blijkt echter nu al dat NS de schuld voor het debacle op Koninginnedag vooral buiten het bedrijf zoekt. Zo zouden er volgens NS in de ochtend veel meer bezoekers naar Amsterdam zijn gekomen omdat de vieringen in Hoogeveen en Meppel met de koningin, kroonprins en Máxima vanwege mond- en klauwzeer niet doorgingen. Onzin, zegt waarnemend korpschef Joop van Riessen van de Amsterdamse politie, die dag verantwoordelijk voor de openbare orde: er waren ongeveer evenveel bezoekers als andere jaren. De doorstroming van bezoekers vanaf het Stationsplein de stad in zou verstopt zijn geraakt door alle opbrekingen rond de Dam en het Damrak, luidt een andere NS-verklaring. Maar voorgaande jaren zat er ook altijd een prop, zegt de gemeente, want dan was er kermis op de Dam.

Dat het treinverkeer in de ochtend door de drukte tot stilstand is gekomen is voor de meeste waarnemers nog wel te begrijpen, al is het trekken aan noodremmen ieder jaar een probleem. Merkwaardiger is dat NS vanaf de middag niet in staat was het treinverkeer opnieuw op gang te brengen. In de vroege middag is er op koninginnedag een periode geweest waar de ergste druk van de ketel was. Immers, het was voor feestvierders al te laat om nog naar Amsterdam te gaan, en nog te vroeg om al van Amsterdam te vertrekken. Juist in die periode had het treinverkeer toch weer op gang gebracht kunnen worden.

Opnieuw legt NS de schuld bij de reizigers, zo blijkt uit de brief van NS-topman Huisinga van dinsdag aan burgemeester Cohen: Het vertrek van treinen werd onmogelijk gemaakt door ,,het oneigenlijke gebruik van de noodrem in voor vertrek gereed staande treinen, het weigeren ruimte te maken voor het sluiten van de deuren, het lopen over de sporen om van perron te wisselen en zelfs bedreigingen ten opzichte van NS-personeel.'' Waarnemend korpschef Van Riessen van de Amsterdamse politie heeft echter grote vraagtekens bij deze verklaring: ,,Ik heb inzicht in de rapportage van de spoorwegpolitie van die dag. In de ochtend is er inderdaad aan de noodrem getrokken, en hebben reizigers over het spoor gelopen. De politie heeft meegeholpen de sporen vrij te maken. Maar na het middaguur zijn er bij de spoorwegpolitie geen meldingen geweest van mensen die aan de noodrem trokken of over het spoor liepen.''

Waarom heeft het dan tot diep in de nacht geduurd voordat het treinverkeer weer op gang kwam?' Voor beantwoording van die vraag moet de klok worden teruggezet naar 30 april, 13.00 uur. Als omstreeks dit tijdstip het treinverkeer rond Amsterdam volledig is stilgelegd, ligt de prioriteit bij het dringende verzoek van de Amsterdamse politie om reizigers zo snel mogelijk de stad uit te krijgen. Een noodplan moet worden opgesteld, een taak van de Railverkeersleiding. Die doet dat in samenspraak met de Bijsturing die moet weten waar de treinen, machinisten en conducteurs zich op dat moment bevinden. Dan pas kan NS Reizigers de nooddienstregeling gaan uitvoeren.

Maar miscommunicatie door een opeenstapeling van reorganisaties in deze hoek heeft bijgedragen aan de chaos op Koninginnedag. De Verkeersleiding wordt de laatste jaren op steeds grotere afstand van het NS-concern geplaatst. De organisatie moet volledig onafhankelijk worden, om concurrentie op het spoor mogelijk te maken. Maar de Bijsturing, tot voor kort onderdeel van die verkeersleiding is een maand voor Koninginnedag, juist weer onder de vleugels van NS Reizigers gebracht. Machinisten en conducteurs spreken van verwarring en miscommunicatie. Waar ze vroeger gewoon één instantie als aanspreekpunt hadden, de Verkeersleiding, moeten ze voor problemen nu naar diverse instanties.

Behalve verwarring, leveren de reorganisaties volgens NS-personeel ook wrijving tussen de verschillende afdeling op. ,,Kinderziektes zijn heel gewoon bij nieuwe organisaties'', zegt een NS-woordvoerder. ,,Dat kan een rol gespeeld hebben.''

Ook is er nog maar pas een Callcenter in Eindhoven actief, waar het personeel voor problemen met materieel zich moeten melden. ,,Het Callcenter levert nog niet alle diensten die ze moeten gaan leveren'', zegt de woordvoerder van de NS: ,,Daar zijn op die dag allerlei vragen terecht gekomen die daar nog niet thuishoorden.''

Uit verklaringen van NS-personeel blijkt dat vooral de afdeling Bijsturing op Koninginnedag het werk niet aankon. Machinisten en conducteurs zijn bij vertragingen verplicht te melden waar ze zijn, en krijgen van de bijstuurders nieuwe opdrachten. Maar de afdeling was telefonisch nauwelijks bereikbaar en had geen overzicht waar de treinen en het personeel zich bevonden om het noodplan van de verkeersleiding uit te kunnen voeren. Op deze extreem drukke dag was de afdeling bezet als op een gewone dag: drie medewerkers voor Amsterdam (een voor alle machinisten, een voor de conducteurs en een voor de treinen), een medewerker voor Alkmaar en een voor Amersfoort.

Rond 14.00 uur neemt het zogeheten Plaatselijk Actie Centrum (PAC) op het Amsterdamse Centraal Station een deel van het werk van `Bijsturing' uit handen. Vanwege de krappe bezetting bij Bijsturing, zegt NS-personeel. Vanwege het feit dat dat het Libertel-netwerk `eruit' lag, aldus de NS-woordvoerder.

Het PAC – zeven mensen sterk – is opgezet voor drukke dagen als Koninginnedag en zetelt in het stationsgebouw in een zaaltje met wat bureau's, computers en telefoonlijnen.

Rond die tijd heeft de verkeersleiding het noodplan met pendeldiensten af, waarmee vanaf 15.00 uur feestgangers weer uit Amsterdam moeten worden afgevoerd. NS slaagt er echter niet in het plan uit te voeren.

Een machinist `in de late dienst' reed aan het einde van de middag zonder problemen van Amersfoort naar Amsterdam CS. ,,De perrons stonden overvol maar met lage snelheid, ongeveer 10 kilometer per uur, viel er te rijden. De reizigers stonden met de tenen over de perronwand heen maar problemen heb ik hier verder niet mee gehad.'' Ook deze machinist oordeelt dat er in Amersfoort veel te weinig aanvullende leiding aanwezig was om het treinverkeer weer aan te sturen. Eén assistent procesmanager en een procesmanager in opleiding.

In Amsterdam duurt het tot half tien 's avonds tot Astrid Karsten op het Centraal Station arriveert en het bevel vanwege de crisis over het PAC overneemt. Zij is netwerk-directeur, de hoogste baas in de regio rond Amsterdam. Maar dan is buiten op het stationsplein de vlam al in de pan geslagen en bekogelen boze feestgangers de Mobiele Eenheid.