Heineken moest maar 'ns echt op Foster's bieden

Iedere politicus wordt in de aanloop naar verkiezingen nerveus als het om nationalistische kwesties gaat, maar de houding van de Australische premier John Howard tegenover buitenlandse overnames is wel erg merkwaardig. Zijn regering blokkeerde het bod van Shell op Woodside, omdat het in strijd zou zijn met het nationaal belang. Ook heeft de overheid hardop gemopperd over de fusie van het Australische mijnbouwbedrijf BHP met het Britse Billiton, omdat BHP er bij de deal bekaaid vanaf zou zijn gekomen. Nu heeft Howard zich uitgesproken over een krantenverhaal over een mogelijk bod van Heineken op Foster's, nog voordat duidelijk was of het op waarheid berustte. Natuurlijk zijn er weinig zaken die een Australiër meer aan zijn hart gaan dan bier, en het idee dat een buitenlandse brouwer het leidende Australische merk opkoopt is voor kiezers misschien moeilijk te verteren. Toch zijn overnames voor Australische bedrijven en hun aandeelhouders niet alleen wenselijk, maar wellicht zelfs noodzakelijk als het land zijn economie wil ontwikkelen. Australië is een kleine markt die letterlijk aan de rand van de wereld ligt.

Het is waarschijnlijk voorbarig om te analyseren of een bod van Heineken op Foster's goed zou zijn geweest, nu beide ondernemingen ontkennen dat ze met elkaar in gesprek zijn. Maar dat hoeft niet het einde van het verhaal te zijn. De veronderstelde voorwaarden tonen een aanlokkelijke deal die het waard is om aan beide zijden van de wereld in overweging genomen te worden. De gesuggereerde prijs van 15 miljard Australische dollar (8,9 miljard euro) zou een mooie premie op Foster's huidige waarde vertegenwoordigen en op een redelijk niveau boven het koersrecord van de brouwer liggen. Heineken, de op één na grootste brouwer ter wereld, moet in cash betalen als het wil voorkomen dat het belang van de controlerende familie verwatert, en dat maakt een mogelijke deal nog aantrekkelijker. Vanuit Nederlands gezichtspunt is de gok door de dalende Australische dollar ook ruimschoots de moeite waard. Heineken zou het op vijf na grootste biermerk ter wereld voor zijn stal kunnen verwerven. En er zouden aanzienlijke besparingen optreden als de distributiesystemen samengevoegd kunnen worden. Afgezien van politieke overwegingen en nationale trots is dit voor alle betrokkenen dus een verstandige deal.