Federalisme leidt slechts tot Europese verdeeldheid

Het recente plan van de Duitse kanselier Schröder voor een federale Europese Unie zal geen kans maken. Het is te veel door nationaal belang ingegeven en komt op het verkeerde moment. Federalisme leidt slechts tot desintegratie, vindt Arend Jan Boekestijn.

Europa heeft bovenal instrumentele waarde. Bismarck had dat al vroeg in de gaten. De kanselier was allergisch voor politici die onder de vlag van Europa voordelen voor de eigen staat in de wacht trachten te slepen. Het is een klassieke retorische truc: verpak je eigenbelang als het even kan in het algemeen belang.

De gebeurtenissen in de afgelopen tijd lijken erop te wijzen dat Bismarcks inzicht nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Het recente voorstel van kanselier Schröder voor een sterke Europese `executieve' en de transformatie van de bestaande Raad van Ministers in een `Europese Kamer van Staten' is daar een goed voorbeeld van. Niet minder geldt dit ook voor de reacties van de overige lidstaten op zijn voorstel.

Schröder komt niet met het voorstel om de macht van de Europese Commissie en het Europees Parlement te vergroten omdat hij zo van Europa houdt. Hij is uitsluitend bezig met het behartigen van een Duits nationaal belang. Zijn voorstel behelst immers niet meer Europa en minder natiestaat, maar gaat juist om minder Europa maar datgene wat overblijft wel gecentraliseerder. Hij wil bijvoorbeeld een deel van het mededingingsbeleid renationaliseren, zodat de Länder ongestraft hun Landesbanken subsidiëren.

Voorts wil Schröder ook een deel van het Europese landbouwbeleid renationaliseren. Het zal ertoe leiden dat Frankrijk meer gaat betalen aan het landbouwbeleid en nettocontribuant Duitsland dus minder. Bovendien zal het de toetreding vergemakkelijken omdat het huidige verkwistende gemeenschappelijke landbouwbeleid uit zijn voegen zal barsten indien het in ongewijzigde vorm zal worden toegepast op de toetredende landen. Duitsland wil een snelle uitbreiding omdat het meer stabiliteit aan de oostflank wil, en graag de toetredende Oost-Europese landen onder druk wil zetten om de economische vluchtelingen uit de voormalige Sovjet-Unie tegen te houden. Zo gaat dat met verzorgingsstaten – egoïstischer moet nog worden uitgevonden.

Ten slotte heeft Schröders voorstel ook politieke voordelen. De SPD wil een meer Europese koers aangezien dat nog steeds een populair thema is bij de Duitse elite, en de Groenen en de CDU daar veel zieltjes mee leken te winnen.

En wat de buitenlandse politiek betreft hoopt Schröder de patstelling sinds de EU-top van Nice te doorbreken, waar Chirac in zijn eentje de pariteit van het Duitse en Franse stemgewicht wist te handhaven. De kanselier heeft zich daar wild aan geërgerd en kiest nu het federale instrument om Frankrijk tot concessies te bewegen op het punt van de uitbreiding en de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Of deze strategie zal werken, is twijfelachtig.

Parijs moet niets hebben van de supranationale aanpak en al helemaal niet als dit de uitbreiding vergemakkelijkt. In een Europa van 20 staten of meer wordt het voor Parijs wel heel erg lastig om de traditionele pose aan te nemen van l'Europe c'est moi. Het Verenigd Koninkrijk is erg voor de uitbreiding, maar zo allergisch voor een supranationale aanpak dat Blair direct zijn bezoek aan de bijeenkomst van Europese sociaal-democratische partijen in Berlijn heeft afgezegd toen hij in Der Spiegel las wat Schröder in zijn schild voerde.

Spanje en Portugal waren zeker zo negatief en hebben zelfs gedreigd de Duitse wens te torpederen om het vrije verkeer van werknemers uit de toetredende landen met 7 jaar uit te stellen, indien zij niet de garanties krijgen dat de uitbreiding ten koste zal gaan van hun aandeel in de vleespotten van Brussel. Het was allemaal weinig verheffend.

De Scandinavische landen en Oostenrijk hechten sterk aan hun nationale soevereiniteit en hebben dus ook kritisch gereageerd. Alleen de Finse en de Belgische premiers, beiden worden geplaagd door federalistische visoenen, hebben positief gereageerd. Griekenland, Ierland en Italië hebben zich vooralsnog op de vlakte gehouden, maar de laatste twee zullen als het serieus wordt ongetwijfeld het Frans-Spaanse kamp kiezen. Luxemburg vindt alles best zolang de afschaffing van het bankgeheim nog even uitgesteld wordt.

Dat brengt ons bij Nederland. Benschop heeft in een essay in Vrij Nederland van 12 mei de kool en de geit gespaard. Hij wil de positie van de Europese Commissie versterken zonder dat de Europese Raad van Ministers aan macht inboet. In een eerstejaarswerkstuk levert een dergelijke inconsistente redenering een rode balpenstreep op. In de politiek gelden echter andere regels en is ambivalentie een onmisbare methode om iedereen te vriend te houden. Benschop ziet wel wat in Schröders voorstel maar weet dat zijn broodheer Kok grote reserves heeft en houdt zich daarom op de vlakte. Benschop zal het nog ver brengen in het Haagse.

Kok heeft weliswaar positief gereageerd op het voorstel om de positie van de Europese Commissie te versterken – goed voor de positie van kleine lidstaten – maar hij vindt de tijd nog niet rijp voor een Europese federale regering die de positie van de Raad van Ministers zou ondermijnen. Met deze uitspraak heeft Kok de moed gehad in te gaan tegen het advies van de professoren Van Staden en Rood, die op 2 mei op deze pagina de Nederlandse regering verweten te weinig oog te hebben voor het federalistische momentum in Europa.

Koks houding spreekt mij meer aan dan die van de Clingendael-professoren. Het is een beetje sneu voor de federalisten maar er is in de verste verte geen meerderheid te vinden voor Schröders voorstel. Op dit moment krijgt hij alleen de steun van België, Finland en een klein beetje uit Nederland. Dat is niet indrukwekkend. Wat hebben wij aan een voorstel dat alleen maar tot grote politieke verdeeldheid leidt in Europa? Zou het niet beter zijn de boel bij elkaar te houden en dus uitsluitend stapje voor stapje proberen om de relatieve versterking van de Duitse machtspositie ook haar invloed te laten gelden op de organisatie van de Europese Unie?

Daar komt nog een andere overweging bij. De renationalisatie van een deel van het Europese landbouwbeleid mag dan de Duitse contributie verminderen en de uitbreiding vergemakkelijken, maar het is helaas ook een van de fundamenten van het Europese integratieproces. De Frans-Duitse motor ging pas goed lopen toen de Duitse industriële producten werden geruild tegen Franse landbouwproducten. Als men dan ook nog eens bedenkt hoe machtig de Franse boerenorganisaties in Parijs zijn en welk een romantisch beeld de gemiddelde Franse stadsbewoner heeft van la campagne zal het inzicht rijpen dat Schröder werkelijk een ramkoers aan het varen is.

Is het nu werkelijk verstandig om, vlak voor de invoering van de euro, de Duitse adelaar onrust te laten stoken in het kippenhok van de Franse haan? Kok had alle reden enige afstand te nemen van de Duitse voorstellen. Federalisme is de snelste weg naar desintegratie.

Arend Jan Boekestijn is historicus en verbonden aan de Universiteit Utrecht