Een rood leren zweep

NEW YORK. Karakter is wat je doet als niemand kijkt. Las ik.

Grunberg rond de wereld

Iedereen kijkt. Altijd en overal.

foto's van mijn vriendin haalde ik van de muur en verstopte ze tussen boeken. Mensen kijken en trekken verkeerde conclusies. Geen karakter dus.

Om elf uur kwam de gast: een alleenstaande moeder. Lang, een jaar of twee, waren er geen gasten in mijn huis geweest.

Wat ik vreesde gebeurde. De gast bestudeerde de woning. Gelukkig was het belastend bewijsmateriaal verwijderd. De confrontatie met het onvolmaakte dient te worden uitgesteld. In strijklicht, gepoederd en wel, is het allemaal onvolmaakt genoeg.

De koelkast werd opengetrokken. Ook dat was lang niet gebeurd. Stroopwafels, een chocoladeletter, dessertwijn, een gevulde fazant, een cadeau van een dame die gelooft dat ik verhonger. Nooit opgegeten natuurlijk.

Eigenlijk zou je iedere dag je koelkast moeten openen en fotograferen. Na een jaar heb je een boek: Dit was mijn leven.

Niet als kunstwerk, gewoon voor jezelf. Je kunt het ook met een groep mensen doen, dat iedereen zijn eigen koelkast fotografeert, dan heet het: Dit was ons leven. Belangrijk: vriesvak niet vergeten.

De gast stuitte op een foto van mijn moeder. Een verjaardagskaart. Als ik jarig ben, stuurt ze foto's van zichzelf. Even tussendoor, maar dit vind ik erg belangrijk: zondag belde mijn moeder en zei: ,,Ik denk dat ik nog steeds mannen kan betoveren''.

Mij heeft ze betoverd, maar dat was niet genoeg. (Ik ben ook erg makkelijk te betoveren.)

Als u meedoet aan het project, stelt u zichzelf dan bij het openen van de koelkast de vraag: hoeveel mensen heb ik eigenlijk betoverd? En leven ze nog?

Eindelijk ging de gast zitten. Naast de kapstok. Onder die kapstok had een tijd mijn bed gestaan. Nu stond het ergens anders. Vanuit het oogpunt van de kapstok bekeken was de tijd een bed dat aan het slaapwandelen was geslagen.

Een genezende gedachte.

De gast: ,,Wat is het hier rood.''

Een conversatie van veertig minuten volgde die niet het memoreren waard is. Toen verdween de gast in de badkamer, blijkbaar trok ze ook daar alles open. Ze kwam naar buiten en zei: ,,Je hebt daar een mand vol damesondergoed.''

De gastheer: ,,Dat vergeet ik steeds mee te geven aan het Leger des Heils.''

De afwezigheid van karakter is het beste antidepressivum.

Mijn gast keek peinzend. Ik zei: ,,Kijk gerust of er iets bij is in je maat. Het is allemaal gewassen.''

Royaal tot het einde.

,,Ben je sarcastisch?''

De gastheer: ,,Ik geef een accurate beschrijving van de werkelijkheid.''

Weer volgde conversatie, dit keer van ongeveer anderhalf uur die niet het memoreren waard is. Ik kan me er zelfs niets van herinneren.

Toen knoopte ik haar blouse open. De moeder zat in beha naast de kapstok, ik schonk wat te drinken in en een gesprek van ongeveer vijftien minuten over autoalarmen volgde. Er ging buiten net een indringend autoalarm af. Conclusie: New York is de stad van het autoalarm.

Vervolgens zei de alleenstaande moeder: ,,Deze beha heb ik gekocht in de 99-dollarcentwinkel.'' En begon haar blouse dicht te knopen.

Gastheer: ,,Is dat pragmatisch, of een vorm van protest?''

,,Protest waartegen?''

,,Tegen het feit dat de vrouw voornamelijk door mannenogen wordt gezien, en daarom koop jij voor 99 dollarcent een beha?''

Mijn moeder wilde uitsluitend door mannenogen worden gezien. Dat soort vrouwen had je ook.

Gast: ,,Het kan me gewoon niets schelen.''

Sommige mensen zijn gedoemd voor altijd vijftien te blijven. Is dat het gevolg van een morele keuze of iets deterministisch? Een vraagstelling die uitwerking verdient. Was ik een van die mensen?

Daarop had ik een idee: ,,Wil je mijn zweep zien?''

Een zweep. Altijd goed voor vertier.

Bovenop de koelkast zit die zweep, samen met wat handboeien en oude kranten in een dokterstas. Soms ga ik met die dokterstas uit wandelen, als het mooi wandelweer is. Omdat het mij plezier doet dat niemand vermoedt dat in die dokterstas een zweep zit en dat al helemaal niemand vermoedt dat ik met zweep uit wandelen ga.

Lust is een bijzonder aardig theoretisch concept, in de praktijk loop ik er steeds vaker met een grote boog omheen.

,,Er zit wel veel stof op.''

De moeder haalde een vinger over de dokterstas.

Gastheer: ,,Bovenop de koelkast komt de werkster niet.''

De zweep kwam tevoorschijn.

,,Hoe vind je hem?''

,,Mooi'', zei de moeder, ,,rood leer, je houdt van rood hè?''

,,Ben ik dol op.''

Deze conversatie vond ik de moeite van het reproduceren waard. Ik denk er nog steeds met veel plezier aan terug.

De moeder vroeg of ze de muur even mocht slaan.

,,Ga je gang'', zei ik. ,,Als je maar oppast voor de verf.''

De burgerlijke cultuur sla je er niet zo makkelijk uit.

Gelukkig was de muur zweepbestendig geverfd.

De alleenstaande moeder leefde zich uit op mijn muur.

Zo werd de avond succesvol besloten. De alleenstaande moeder ging terug naar haar kind en ik haalde de foto's van mijn vriendin weer tevoorschijn.

De dag daarop was ik in een andere kamer met een andere vrouw.

Geen moeder, wel alleenstaand.

Hoe ik hier was beland doet er niet toe. Al die achtergrondinformatie.

Ik was er beland.

Ik dacht, een mens moet doorzetten.

Een top-tien van vragen die aan mij worden gesteld, deze staat op de derde plaats: ,,Word je niet moe van jezelf?''

Omdat ik moet winnen. Vermoed ik. Omdat winnen inderdaad het enige is, het laatste, het ultieme, dat wat je doet voor het sterven.

Een uur lagen we met onze kleren naast elkaar in een te koude kamer, want de airconditioning ging niet uit.

,,Op tv zie je er bruin uit.'' Aldus de alleenstaande.

,,Op tv ben ik een neger.''

Zo ging dat.

Ik had op kunnen staan, zachtjes kunnen weggaan. Ook ik ben een instrument van God en God had andere plannen. God heeft altijd andere plannen.

,,Dan trek ik maar iets uit'', zei de alleenstaande.

,,Heel verstandig'', zei ik.

God heeft van mij een gereserveerd instrument gemaakt.

Woede is lust, of beter gezegd, lust is woede die niet meer genoeg heeft aan zichzelf.

Haar onderbroek was groen. Gifgroen.

Ik trok mijn broek uit.

,,Wat kijk je vol walging'', zei de alleenstaande.

,,Zo kijk ik altijd.''

Deze muur bestond uit twee middelgrote billen.

De geur van verrotting steeg op uit onze lichamen. Erger dan stank. Een ziekte die zich kenbaar maakt. Binnenin lag een dode muis.

Misselijk werd ik, maar ik ging door mijn woede te kalmeren die niet genoeg had aan zichzelf. En de alleenstaande zal misschien gedacht hebben dat ik op tv er zoveel bruiner uitzag.

Of niets.

Het idee dat wij elkaar moeten begrijpen houd ik voor een gevaarlijk misverstand.

Het orgasme was een fruitvliegje dat werd doodgeslagen.

,,Blijf je niet?'' vroeg de alleenstaande.

,,Ik heb een deadline, maar we gaan morgen lunchen.''

Thuis ging ik een half uur onder de douche staan.

Ik zelf was die stank, een dode die niet tijdig is begraven. Schrijven is jezelf begraven, opdat een einde komt aan de stank.

Natuurlijk ging de lunch door. Zoals de alleenstaande al opmerkte: ,,Je bent alleen hard als je schrijft.''

Bij de koffie vroeg de alleenstaande: ,,Waarom maar één keer?''

De schrijver die alleen hard is als hij schrijft, antwoordde: ,,Sommige dingen moet je maar één keer in je leven doen.''

En toen? Toen las ik voor in Barnes & Noble.

Voor wel veertig mensen. Die ik zelf persoonlijk kende. Of die vrienden van mij persoonlijk kenden.

De meneer van Barnes & Noble zei: ,,Dit is een succes.''

En vooraan in het zaaltje zat een oude man met stok die vroeg:

,,Schrijf je boeken omdat je eenzaam bent?''

,,Omgekeerd'', antwoordde ik. ,,Ik schreef boeken, en werd eenzaam.''

Een schrijver zit nooit om een kwinkslag verlegen. Toevallig zat er veel waarheid in deze. Het medicijn is erger dan de kwaal.