Een moeilijk volkje

Het grote voordeel van de dagboekvorm is dat een kind er ongedwongen zijn of haar gedachten in kan opschrijven. Het nadeel is vaak dat schrijvers zich zo in bochten gaan wringen om taal en gedachten kinderlijk te maken. Rita Verschuur kan het heel goed, al is niet eens echt duidelijk of het dagboekbladen zijn die haar kleine Rita schrijft. Adrian Mole van Sue Townsend werd ook snel een populaire dagboekanier, maar die richtte zich eigenlijk over de hoofden van kinderen heen tot de volwassenen, doordat hij op een min of meer satirische manier hun wereld beschreef. Alice, uit Alice-per-ongeluk van Lynne Reid Banks is meer zoals Rita. Een echt kind met echte kinderoverwegingen.

Alice moet van de juf op school een opstel schrijven over haar negenjarige leven, maar bij de eerste poging wordt het al veel te privé voor op school. Alice vindt heel veel `privé'. Dat komt door haar moeder. Het dagboek van Alice gaat voornamelijk over haar oma, die ze bij de voornaam noemt: Gene. Gene is de moeder van Alice's vader. Maar Alice's vader is nooit met haar moeder gaan samenwonen, hij heeft geen kind gewild en Alice heeft hem ook nog nooit gezien. Op het moment dat het dagboek begint, hebben `mama' en Gene ruzie en ziet Alice ook haar oma niet meer. En haar oma is bij haar `nummer twee'. Mama is nummer 1, en daarom `ben ik voor mama'. Dat is duidelijk, maar het is niet zo duidelijk. Want Alice is niet tegen Gene. En ook niet zo honderd procent voor haar moeder.

Alice beschrijft haar hele geschiedenis, nu ja, min of meer: ,,Ik wil niet schrijven over toen ik heel klein was want toen deed ik kinderachtige dingen, misschien komt dat later nog wel. Dus ik ga schrijven over iets dat interessant is en waar ik nog steeds aan denk en dat is Pierre-Luc.' Soms schrijft Alice ook opstellen voor school, die staan ook in het boek, met opmerkingen van de juf erbij. Bijvoorbeeld dat Alice meer komma's moet gebruiken.

Pierre-Luc is trouwens een tijdlang de vriend van Alice's moeder geweest. Maar uit het dagboek krijg je de indruk dat mama nogal kribbig was. Het ging dus uit. Mama is geen gemakkelijk type. Ze is overbezorgd (,,Elke keer als ik iets doe wat een beetje raar is denkt mama dat ik gekke koeienziekte heb!!') en Alice mag bijna niets. Niets vreemds eten, met niemand praten, niet alleen op straat, niet alleen zijn met een man enz. De eerste keer dat Alice, per ongeluk, alleen met een ander meisje op straat is, zonder volwassene erbij, is ze dan ook doodsbang.

Oma Gene pakt het anders aan. Verantwoorde boeken, mooie toneelstukken, exotisch eten, een buitenlandse reis – zij doet er alles aan om Alice's horizon te vergroten. Want ze is het niet eens met de opvoeding die het kind krijgt. En dat geeft moeilijkheden.

Het is knap zoals Lynne Reid Banks de problemen die de volwassenen hebben inzichtelijk maakt via de kinderblik van Alice, zonder dat ze álles uitlegt of toelicht. Ze laat ook niet alles goedkomen, één van de dingen die Alice moet leren is dat sommige dingen, en sommige mensen vooral, zijn zoals ze zijn en dat je die niet kunt veranderen. Toverfeeën bestaan niet.

Intussen is Alice zelf wel een betoverend meisje door haar verrukkelijke stijl, haar kinderlijke wereldwijsheid en haar mengeling van angstige tuttigheid en verfrissende eerlijkheid. En volwassenen zijn een moeilijk volkje, dat blijkt wel. ,,Waarom is alles zo ingewikkeld? Waarom heeft alles ook een nadeel?' Tja. Dit boek heeft in ieder geval weinig nadelen.

Lynne Reid Banks: Alice-per-ongeluk. Vert. Sofia Engelsman. Gottmer, 142 blz. ƒ27,75

Nederlandse literatuur