Constant speelplezier

De Italiaans-Nederlandse pianist Paolo Giacometti (30) maakt opnames van alle pianowerken van Rossini en dat zijn er meer dan men denkt. Hij is genomineerd voor een Edison.

,,Ironie is de basis. Dat zie je al aan de titels die Rossini zijn werkjes geeft. Oef, de erwtjes!, Drieklanken, alstublieft!, Gemartelde wals, enzovoort. Als muziek alleen maar appelleert aan basissentimenten een lach, een traan wordt zij snel saai. Maar Rossini's Péchés de vieillesse (Zonden van ouderdom) bevatten meesterwerkjes van pianistische dubbelzinnigheid! Wat op het eerste gehoor vrolijk en uitbundig lijkt, klinkt bij herbeluistering naargeestig. Ook in muziek kan ironie emoties versluieren. Dat intrigeert mij, en het verveelt nooit.''

De woonboot van pianist Paolo Giacometti (Milaan, 1970) ligt er rustig bij aan een vooral door ganzen bevolkte kade in Amsterdam-West. De huiskamer wordt gevuld met een grote Steinway-vleugel. In de studeerkamer flikkert op de computer het startscherm van een professioneel ogende flightsimulator. ,,Computerspelletjes zijn mijn geheime passie'', grinnikt Giacometti betrapt. ,,Even vliegen en mijn hoofd is weer fris voor de muziek.''

De loopbaan van Paolo Giacometti raakte in 1995 in een stroomversnelling. Cellist Pieter Wispelwey benaderde hem voor een invalklus, waaruit zich een min of meer vast duo-verband ontwikkelde. Met Wispelwey geeft Giacometti frequent en `met constant plezier' concerten, van Buenos Aires (3.500 man) tot Hendrik-Ido-Ambacht (`Dertig liefhebbers op de zondagochtend die er écht zin in hebben'). Samen en afzonderlijk nemen Giacometti en Wispelwey bovendien cd's op voor de Nederlandse platenmaatschappij Channel Classics.

Giacometti's solodebuut op cd (Werken van Schubert, CCS 10697) fungeerde als opmaat voor een even ongewoon als ambitieus project. In 1998 begon hij aan de verzamelde pianowerken van Gioachino Rossini. Voor zijn derde Rossini-cd is Giacometti nu genomineerd voor een Edison in de categorie `Nederlandse uitvoerende kunstenaars', waarvan de uitslag eind mei bekend wordt gemaakt.

,,De muziek van Gioachino Rossini (1792-1868) verjaagt alle sombere emoties uit de ziel en doet ons door haar koele frisheid maat voor maat glimlachen van genoegen'', schreef Stendhal in zijn Rossini-biografie uit 1824. Zijn woorden zingen in stilte mee op Giacometti's fraai opgenomen en vlinderlicht gespeelde opnames van de Péchés de Vieillesse. In zijn `oudedagszonden' fladdert Rossini met de ongrijpbare charme van een komediant heen en weer tussen intimiteit en virtuoze grappenmakerij. Niet de Rossini van de veertig opera's klinkt hier, maar die uit, bijvoorbeeld, de Petite Messe Solennelle ook een onderdeel van de Péchés. Het is muziek die kracht ontleent aan eenvoud, soms bijna banaal aandoet, schaamteloos schertst en vlagen van ernst met virtuositeit omkleedt of met een frisse wind verjaagt. Muziek kortom, die haar originaliteit ontleent aan de ambivalentie van de uitdrukkingsmiddelen.

,,De Péchés de vieillesse zijn de uitingen van een buitengewoon man, bevrijd van muzikale dogma's, beschouwend, persoonlijk en onbevreesd voor spot of zelfspot'', schrijft Giacometti in het cd-booklet van Un petit train de plaisir (CCS 16098), het derde deel van zijn Rossini-reeks. Inderdaad is het palet aan stemmingen verrassend, zoals eigenlijk het hele project verrast. Giacometti knikt. ,,Het dankbare voor mij is dat bijna niemand weet dat Rossini zoveel pianomuziek heeft gecomponeerd. Als ik collega's vertel dat ik de `verzamelde' Rossini aan het opnemen ben, denkt iedereen aan één cd. Maar het worden er acht, en misschien nog meer, als ik ook alle moeilijk vindbare, niet heruitgegeven stukken uit bibliotheken zal weten op te diepen.''

Giacometti's eerste kennismaking met de late Rossini berust net als zijn samenwerking met Pieter Wispelwey op gelukkig toeval. Op vakantie in zijn geboortestad Milaan viel zijn oog bij muziekuitgeverij Ricordi (`De Italiaanse Broekmans en Van Poppel') op een doorbuigende plank vol pianowerken van Rossini. ,,Operabewerkingen, veronderstelde ik'', vertelt Giacometti. ,,Maar het bleek allemaal solowerk. Ik heb toen één bundel gekocht, waaruit ik later op het conservatorium vaak en met veel plezier heb gespeeld. Toen Channel Classics mij de kans bood een groot soloproject op cd vast te leggen, was de keuze dus snel gemaakt. Een onbekende pianist die de zoveelste Beethoven-interpretatie opneemt, dat koopt geen mens. Maar Rossini dat is nieuws! Dat prikkelt, hoop ik. Uit de Edison-nominatie blijkt in elk geval dat de beroepswereld mijn muzikale kindje waardeert als meer dan het zoveelste `anders dan de andere'-project. Dat is een welkome uiting van erkenning.''

In een interview met het Italiaanse muziekperiodiek Musicantica bekent Giacometti dat hij zich voor twintig procent Italiaans voelt, en voor het overige deel Nederlands. Met zijn ouders verhuisde hij in 1971 van Milaan naar Eemnes, waar de politieke onrust van de Rode Brigades op een veilige afstand was. ,,Voor mijn ouders was Eemnes het paradijs'', grijnst Giacometti. ,,Rust, ruimte, groen, vriendelijke buren. Als mijn Italiaans-zijn ergens uit blijkt, is dat voor vijftien procent uit het Italiaans gekleurde perspectief van waaruit ik Nederland waarneem. De ontbrekende vijf procent gaan op aan zeuren over het Hollandse eten. Daar heb ik als kind van Italiaanse ouders recht op.''

Biljarten, slapen, grappen maken, lekker eten en computerspelletjes de liefhebberijen van Giacometti verraden een uitbundige persoonlijkheid, die beschrijvingen van Rossini's levenskunst in herinnering roept. ,,Ik ben iemand die doet wat hij leuk vindt'', erkent Giacometti. Hij begon zijn pianostudies als negenjarige (`Voor Japanse begrippen rijkelijk laat') aan de muziekschool in Hilversum, won verschillende concoursen en studeerde in 1995 met onderscheiding af als Uitvoerend Musicus aan het Conservatorium van Amsterdam.

,,De piano was voor mij vanaf de eerste herinnering een vanzelfsprekendheid'', vertelt Giacometti. ,,Mijn ouders namen mij als kind al mee naar de serie Meesterpianisten in het Concertgebouw. De hele wereld versmald tot die paar meters podium: ik vond dat iets ongelooflijk spectaculairs. Toen ik zelf eenmaal les had, waren de voorspeelavonden ook altijd de onbetwiste hoogtepunten. Andere kinderen huilden van de zenuwen, ik genoot. Wat is er nu leuker dan het middelpunt van ieders aandacht te zijn?

,,Ik koos definitief voor de piano omdat ik dat het allerleukste vond'', verklaart Giacometti. ,,Zes uur keihard studeren per dag, dat deed ik als kind al nooit en dat doe ik nog steeds niet. Maar als je doorgaat in de muziek, komen er gedurende de studietijd natuurlijk fases waarin je het een tijdlang echt leuk vindt om uren achtereen te studeren. Zeker als er een concours op komst was, studeerde ik een tijdlang ingespannen tien uur per dag. Dat heeft achteraf bezien wel zijn vruchten afgeworpen. Technisch, maar vooral omdat ik zeker weet dat ik nooit meer zo zenuwachtig kan worden als ik toen was. Prettig pianospelen betekent voor mij: plezier hebben en plezier bieden. Concoursen berusten op het tegenovergestelde principe: misdaad en straf. Foute noot, streep in de partituur! En wie het minste wordt gestraft, die wint. Later blijkt dan dat die concoursen voor je toekomst weinig uitmaken. Een goede manager, naamsbekendheid, netwerken dat zijn de toverwoorden die maken dat je slaagt of faalt. En cd's, ontdek ik langzaamaan, zijn ook erg belangrijk. Eén cd opent meer deuren dan tien concoursen.''

Op zijn Rossini-opnames bespeelt Giacometti instrumenten uit Rossini's tijd: een Pleyel uit 1858 (Vol.1) en een Erard (Vol. 2 & 3) uit 1849. Giacometti sluit zich daarmee aan bij pianisten als Ronald Brautigam en Paul Komen gepassioneerde liefhebbers van oude instrumenten en, net als Giacometti, oud-studenten van Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam. ,,Het toeval wil dat Jan Wijn helemaal niet van oude instrumenten houdt'', vertelt Giacometti. ,,Dat hij desondanks een soort school van liefhebbers heeft afgeleverd, heeft vermoedelijk te maken met zijn lesmethode, die is gericht op het wekken van nieuwsgierigheid. Wat kun je doen met een stuk? Wat kun je ermee zeggen? Hoe wil je je handen op de toetsen zetten? Wijn draagt alle mogelijkheden aan, maar maakt van niets een godsdienst. Dat leidt ertoe dat je weloverwogen een eigen weg kunt kiezen.''

Het was Pieter Wispelwey die vanuit zijn eigen interesse ook Giacometti's belangstelling voor oude instrumenten aanzwengelde. ,,De eerste keer dat ik op fortepiano speelde, raakte ik volledig in paniek'', lacht Giacometti. ,,Alles reageert zo totaal anders. Maar al spelend ontdek je de mogelijkheden, de enorme expressiviteit van die zachtere klank. Een fortissimo is op een fortepiano meer dan op een moderne vleugel ook een fysiek fortissimo, omdat je je dynamisch helemaal kunt geven. Dat gevoel van vrijheid vond ik een openbaring.''

Sporadisch maakt het speelplezier plaats voor een licht gevoel van beklemming, erkent Giacometti. Vrees om voor eeuwig als `Rossini-pianist' te worden gebrandmerkt. ,,Dit is een tijd van specialismen. Men is snel geneigd tot labellen, dus daar moet ik me tegen wapenen. Maar dat is mijn eigen verantwoordelijkheid. Toen Pieter Wispelwey mij als begeleider bij Channel Classics binnenhaalde, was het aan míj om ook als solist mijn bestaansrecht te bewijzen. Nu is het de komende jaren zaak mij zo breed mogelijk te presenteren. Want hoe leuk ik Rossini en kamermuziek ook vindt, ik heb er geen behoefte aan specialist te worden. Soleren bij orkesten, solorecitals, kamermuziek, oude muziek en nieuwe muziek, oude instrumenten en nieuwe instrumenten ik wil alles! Afwisseling vind ik fijn. Dat is gewoon de aard van het beestje.''

Paolo Giacometti: Rossini, complete works for piano. Vol. 1 (L'Album pour les enfants adolescents, CCS, 12398); Vol.2 (L'Album pour les enfants dégourdis, CCS 13898); Vol. 3 (Un petit train de plaisir, CCS 16098). Volume 4 verschijnt dit najaar.