`Boelgakov heeft een scherp oog voor absurditeiten'

Boelgakovs `De meester en Margarita' heeft Dubravka Ugrešic in Kroatië moeten achterlaten. De in Amsterdam wonende schrijfster put uit haar geheugen.

Dubravka Ugrešic ervoer een schok toen ze sinds lange tijd weer een bezoek bracht aan de hoofdstedelijke boekhandel Scheltema. ,,Grote stapels boeken van dezelfde paar schrijvers, dat is wat je ziet als je binnenkomt', zegt de schrijfster. ,,Umberto Eco en Lulu Wang.' Deze bestsellercultuur wordt door Ugrešic in haar nieuwe essaybundel Verboden te lezen! op satirische wijze geanalyseerd. De vele grappige voorbeelden van de banaliteit die volgens haar het moderne literaire leven steeds meer beheerst, ontleent ze aan de toestand van de boekenmarkt in Amerika, waar ze als gastdocent aan diverse universiteiten verbleef. ,,Maar in Europa is het al bijna even erg', verzekert Ugrešic. ,,Dezelfde tien titels zie je overal terug. Nederland is verhoudingsgewijs nog een boekenparadijs. Er worden nergens zoveel vertalingen uitgebracht als hier.'

Dubravka Ugrešic (1949) verliet begin jaren negentig Zagreb, de hoofdstad van het tegenwoordige Kroatië, nadat de pers haar tot vijand van het volk had uitgeroepen en haar het werk aan de universiteit in toenemende mate onmogelijk werd gemaakt. Over de toestand in het voormalig Joegoslavië schreef ze in haar vorige essaybundel, Nationaliteit: geen. Ugrešic woont sinds 1996 in Amsterdam; haar artikelen verschenen in Die Zeit, Lettre International, Vrij Nederland en NRC Handelsblad. Ugrešic ontving een aantal prijzen, waaronder in 1997 de Verzetsprijs. In Nederland is ze waarschijnlijk het bekendst van haar optreden in Wim Kayzers televisieserie Van de schoonheid en de troost. Over het vijf uur durende slotgesprek, waar zij zwijgend aan deelnam, schrijft ze in Verboden te lezen! dat `het produceren van banaliteiten gebeurt vanuit de veronderstelling dat de kijkers het prachtig vinden als verstandige mensen op televisie dingen zeggen die ze ook zelf hadden kunnen zeggen'.

Ugrešic moet zich op haar herinneringen verlaten als ze vertelt over het belang dat De meester en Margarita van de Russische schrijver Michail Boelgakov (1891-1940) voor haar heeft. Haar boekencollectie heeft ze namelijk in Zagreb achtergelaten. Ugrešic: ,,Ik las De meester en Margarita voor het eerst in 1968, toen de eerste editie verscheen in Kroatië. Boelgakov heeft in het geheim aan het boek gewerkt van 1928 tot zijn dood. Het boek kon pas in 1966 verschijnen in de Sovjet-Unie, althans delen ervan verschenen in het literaire tijdschrift Moskva. Die eerste, door de censuur bekorte versie werd onmiddellijk vertaald in Kroatië, en rond 1973 was ook de volledige versie beschikbaar. Het was absoluut een ontdekking in die tijd. Ik studeerde Russisch en vergelijkende literatuurwetenschap, dus ik wist al van het bestaan af van de schrijver Boelgakov, maar dat De meester zo'n wonderbaarlijk boek was, kon ik niet vermoeden.

,,Omdat ik een aantal dingen in het boek herkende die ik zelf had meegemaakt tijdens een verblijf in de Sovjet-Unie, vond ik het erg grappig. Boelgakov heeft een scherp oog voor de absurditeiten van het alledaags bestaan onder een totalitair regime. Zie de beschrijving van het clubhuis, waar de schrijvers die bij de machthebbers in de gratie zijn feestvieren. Het boek is zo wonderbaarlijk omdat het een synthese is van zoveel literaire tradities, het steekt zo vernuftig in elkaar als een Rubik-kubus. Het is een satire, een liefdesverhaal, en een bijbels verhaal ineen. En ondanks de rijkdom van alle intertekstuele verwijzingen is De meester een `easy read', zoals de critici van vandaag zouden zeggen. Als je niet alles begrijpt blijft het een amusant verhaal over de duivel en zijn trawanten die in Moskou de boel op stelten zetten.

,,Boelgakov staat in een sterke Russische traditie, die begint met de grotesken van Gogol en voortgezet werd door schrijvers als Zosjtsjenko en Daniil Charms. De meester verwijst tegelijk ook naar de Europese canon, Goethe's Faust, volksverhalen over de duivel en de bijbel. Het heeft ook veel van de picareske, een van de mooiste literaire genres. Romans zijn in zekere zin bedoeld voor de massa, moeten populair zijn en gelezen worden. Fictie is niet van oorsprong een hoogstaand genre. In dit boek zie je ook circusachtige elementen, het bevat zowel hoge als lage cultuur.'

In Verboden te lezen! schrijft Ugrešic dat de regels van de marktgerichte cultuur haar doen denken aan het socialistisch realisme. Bestaan er ook overeenkomsten tussen de wijze waarop de schrijvers van toen en de schrijvers van nu in hun werk aan de heersende ideologie proberen te ontsnappen? ,,Het grote idee van De meester is dat de literatuur telt, niet de esthetisch-politieke-ideologische eisen, dat niet de leiders of de massa tellen maar de kunstenaar. En kijk, geen van de schrijvers die zich conformeerden aan het socialistisch realisme herinneren we ons nog. De situatie tegenwoordig is toch wel wat anders. Toen Boelgakov schreef dat manuscripten niet branden, had hij gelijk. Als ik dat vandaag zou beweren, zou ik geen gelijk hebben. De meester werd geschreven toen de literaire instituties nog sterk waren. Literaire historici, critici, archieven, tijdschriften zorgden ervoor dat boeken als die van Boelgakov niet vergeten werden.

,,In onze tijd zijn de literaire instituties aan het ontbinden. Op Amerikaanse universiteiten worden literatuurvakken steeds vaker geïntegreerd in colleges die de populaire cultuur betreffen, zoals film en literatuur. Op de Californische universiteit UCLA, waar ik een deel van een semester lesgaf, hoorde ik in de bus een van mijn studenten zeggen: `This year I took a dinosaur-course, oh I loved it'. In Rusland had literatuur ooit een speciale plaats. Schrijvers waren belangrijk, of ze nu het systeem steunden of ondermijnden. De verhalen over taxichauffeurs die Poesjkin uit het hoofd kenden, die zijn waar. Nu kun je zulke mensen nog nauwelijks vinden. De hele levensstijl is veranderd. Onder het communisme was het systeem afgesloten, versteend bijna, en de mensen leken de beschikking te hebben over een oneindige hoeveelheid tijd om zich met literatuur bezig te houden. In een markteconomie is tijd een schaars goed. Ik las laatst een Amerikaanse boekbespreking die begon met de zin: `Certainly you don't have time to waste on literature'.

Michail Boelgakov: De meester en Margarita. Vertaald door M. Fondse en A. Prins. In Verzamelde Werken deel 3, Van Oorschot, 1997, ƒ97,-

    • Martijn Meijer