Angst voor de claim

Bestuurders en commissarissen vrezen de claims wegens falend beleid en tekortschietend toezicht. De eisen tot schadevergoeding stijgen. Advocaten varen er wel bij, net als verzekeraars, vanwege "het lekker slapen-effect".

Een faillissement van een onderneming kan je als commissaris lang achtervolgen. In 1982 ging de Tilburgsche Hypotheekbank ten onder door een tekort van 80 miljoen gulden. Buiten de directeur van de hypotheekverstrekker werden ook de toezichthouders door de curator aangepakt. Pas twaalf jaar na de ondergang werd een schikking getroffen. Van één commissaris moesten notabene de erven tot betaling overgaan. Macaber, maar wel realiteit.

Schrijnend is ook een ander geval. Een voormalig bestuurder van een beursgenoteerde onderneming aanvaardde direct na zijn pensionering een commissariaat bij een middelgroot industrieel bedrijf. De persoon in kwestie was nog maar net toezichthouder toen hij op de vergadering met zijn mede-commissarissen het groene licht gaf voor een acquisitie die desastreuze gevolgen zou hebben. De overname leidde het faillissement van de industriële onderneming in. De toezichthouders werden door de curatoren aansprakelijk gesteld. Terwijl de zojuist aangetreden commissaris nog geen duizend gulden had verdiend in zijn functie, eisten de curatoren enkele miljoenen van hem omdat hij een wanprestatie zou hebben geleverd.

In Nederland worden dit soort procedures talrijker, maar blijven echte successen nog altijd uit. Niettemin is de angst bij commissarissen en bestuurders groot. De kans dat bijvoorbeeld het zorgvuldig opgebouwde familievermogen van een commissaris in één klap in rook opgaat, is immers aanwezig. Hoewel exacte cijfers ontbreken, werd in 1996 de totale claim op bestuurders en toezichthouders in Nederland geschat op 600 miljoen gulden. Nu ligt dat bedrag naar schatting zeker op enkele miljarden, dankzij de torenhoge claim op computerbedrijf Commodore.

De vrees persoonlijk aansprakelijk te worden gesteld, komt niet meer alleen voor bij bestuurders of toezichthouders van grote of beursgenoteerde bedrijven. In toenemende mate dekken directies en commissarissen in het midden- en kleinbedrijf zich eveneens in voor claims. Curator P. Steen uit Hoogeveen ziet dat er de laatste tijd in zijn regio kritischer wordt gekeken of er sprake is van wanbeleid. "Het vergeten te voldoen aan je publicatieverplichting kan al genoeg zijn voor een zaak", stelt hij. "Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf verzekeren hier zich steeds vaker voor."

Verzekeraars bevestigen dit beeld. Zelfs verenigingen en stichtingen zijn overgegaan op het afsluiten van verzekeringen tegen bestuurdersaansprakelijkheid.

De groei van procedures in de afgelopen tien jaar is een direct gevolg van veranderde regelgeving. Sinds 1986 zijn curatoren verplicht te onderzoeken of bij faillissementen sprake is geweest van wanbeleid door bestuurders en commissarissen. Niet langer uitsluitend de vennootschap kan worden aangesproken, maar ook de leidinggevenden. Directeuren en commissarissen hebben immers verantwoordelijkheden tegenover de vennootschap, de aandeelhouders en de crediteuren. De bv en de nv zijn er om de vermogensverschaffers te beschermen tegen aansprakelijkheid, maar om misbruik van deze vennootschapstructuur te voorkomen kunnen bestuurders en commissarissen aansprakelijk worden gesteld.

Voor het beoordelen van wanbeleid moeten curatoren de drie jaar voorafgaand aan het faillissement onderzoeken. Sinds de nieuwe regels zijn commissarissen of directieleden voorzichtiger met het aangaan van een verbintenis. De aansprakelijkheidsverzekering is dan ook tegenwoordig een belangrijk onderdeel van het sollicitatiegesprek met andere commissarissen. Vooral wanneer een bedrijf in de gevarenzone zit, kijkt de bestuurder in spe meestal uitvoerig naar de risico's.

Diverse ontmoetingen met de huisaccountant en juridische adviseurs van de betrokken onderneming, zijn niet ongebruikelijk. "Sommige commissarissen laten zelfs eerst door een externe partij een onderzoek instellen naar de situatie bij het bedrijf", vertelt hoogleraar accountancy Jaap van Manen. "Hoewel dat naar mijn smaak nog te weinig systematisch gebreut." Immers, bij een debacle staat niet alleen het persoonlijk vermogen op het spel, maar kan ook de reputatie ernstige averij oplopen.

Bij beursgenoteerde bedrijven zijn aansprakelijkheidsverzekeringen inmiddels usance. "Ongeveer 95 procent van de Nederlandse beursfondsen heeft voor de bestuurders en commissarissen een verzekering geregeld", verklaart Mirjam Tak van verzekeraar Bloemers Nassau, die naar eigen zeggen marktleider is in Nederland. "Dat getal is sinds een paar jaar stabiel."

Anders is het met de hoogte van de verzekerde bedragen bij beursfondsen, met name bij de kleinere. Deze zijn volgens Tak de afgelopen jaren sterk gestegen. Lag deze vijf jaar terug gemiddeld nog op 5 miljoen gulden, tegenwoordig zijn bedragen tussen de 25 en 50 miljoen gebruikelijk. Sommige Nederlandse bedrijven willen zelfs voor 100 miljoen gulden zijn verzekerd. Voor het "lekker slapen-effect", zegt Tak.

De bedragen zijn ondermeer gestegen doordat steeds vaker Nederlandse bedrijven een tweede notering hebben aan de Amerikaanse beurs. Dat is bijvoorbeeld het geval bij ondernemingen als Ahold, Philips, ABN Amro en relatieve nieuwkomers als de telecombedrijven Versatel en UPC. In Amerika claimen gedupeerden nu eenmaal een stuk sneller dan in Europa. In Nederland roert ook de Vereniging van Effecten Bezitters (VEB) zich. De belangenbehartiger schakelt in toenemende mate advocaten in om falende bestuurders aan te pakken.

In Nederland werd tot voor kort voornamelijk geclaimd bij ondernemingen die door financiële perikelen ten onder zijn gegaan. Maar in navolging van Amerika zijn hevige neerwaartse koersbewegingen nu ook aanleiding een bataljon aan juristen in te huren. Het bekendste voorbeeld daarvan is internetbedrjjf Worldonline, dat tegenwoordig deel uitmaakt van het Italiaanse Tiscali. Op de eerste dag van introductie ging de koers vrijwel direct omlaag. Ook het voormalige management van softwarebedrijf Baan, nu behorend tot het Britse Invensys, heeft claims op de deurmat gevonden na ondermeer een dramatische koersval.

Ondanks de toegenomen angst onder bestuurders, is het aantal claims dat in Nederland is toegekend op één hand te tellen. Volgens Ronald Nieuwenstein, verbonden aan de in Nederland actieve Amerikaanse aansprakelijkheidsverzekeraar AIG, is dat te wijten aan de wetgeving. Bewijzen dat bestuurders zich schuldig hebben gemaakt aan "ernstige verwijtbaarheid" is volgens hem geen sinecure. Hoogleraar accountancy Van Manen noemt nog een andere reden. "De scheidslijn tussen wanbeleid en ondernemersrisico is soms dun. Die is voor een rechter niet altijd makkelijk te bepalen."

Een schikking treffen tussen de rivaliserende partijen wint dan ook aan populariteit, hoewel harde cijfers die dit beeld schragen ontbreken. Schikkingen, en met name de hoogte daarvan, komen meestal niet in de publiciteit. Alleen al omdat de verzekeraars daar geen ruchtbaarheid aan willen geven om zo precedentwerking voor vergelijkbare gevallen te vermijden. De schikking is niet alleen een mooie uitweg omdat het risico op schadetoekenning door de rechter klein is, maar ook omdat de aangeklaagden op deze wijze van de affaire weten af te komen.

De procedures hebben doorgaans een lange looptijd en daar voelen de beklaagden zich ongemakkelijk bij. Technologiebedrijf Textlite ging bijvoorbeeld in 1990 failliet terwijl de dagvaarding van de commissarissen pas een jaar geleden op de bus is gegaan.

De partij die het meeste garen bij spint bij langlopende kwesties zijn de advocaten. Volgens Nieuwenstein van AIG zijn de verdedigingskosten bij zijn verzekeraar "schrikbarend omhoog gegaan". "We betalen regelmatig enkele tonnen aan advocatenkosten. De aanvallen op bestuurders door curatoren worden steeds feller en complexer."

    • Philip de Wit
    • Mark Houben