Ze komen voor vis, kazen en cannabis

De stad Enschede draait voor een groot deel op Duitse consumenten. Het geld is zeer welkom, de drugsoverlast minder.

ENSCHEDE LIGT ongeveer tien kilometer bij de Duitse grens vandaan. En dat is te merken. Tienduizenden Duitse toeristen trekken wekelijks naar de stad. Vooral zaterdags wordt het centrum overspoeld met buitenlandse bezoekers. Ze komen om te winkelen, te eten of om een jointje te roken.

Van heinde en verre komen Duitsers af op de Enschedese markt, vertelt marktmeester Hans Pieper. ,,Ze komen voornamelijk voor de vismarkt. Je zou het niet zeggen, Enschede ligt niet aan zee, maar de stad heeft de grootste vismarkt van Nederland.'' Ook andere versproducten, zoals groente, fruit, kaas en bloemen, doen het goed bij de Duitsers. Pieper: ,,Ze laten hier elke week heel wat marken achter. Voor hun is het hier goedkoper. Ik heb familie in de Duitse grensstreek wonen. Die komen hier regelmatig inkopen doen, van het geld dat ze besparen gaan ze vervolgens uit eten. Voor hen is het een gratis dagje uit.''

Een wandeling over de markt leert al snel dat Duitsers een belangrijk deel van de doelgroep vormen. De kooplui schallen hun aanbiedingen niet alleen in het Nederlands, maar ook in het Duits door de straten. Naast traditionele kippenbouten liggen vacuüm verpakte bratwursten (minimaal vijf per verpakking) uitgestald. Een kraam met koffie en sigaretten in grootverpakking toont de prijzen zelfs alleen in Duitse marken. ,,Nederlanders kopen daar toch niet'', zo verklaart de marktmeester.

De marktkooplui zijn ronduit positief over de Duitse consumenten. Henk Achterhuis, die met zijn viskraam op een knus pleintje achter het oude Stadhuis te vinden is, stelt zelfs dat de Enschedese markt niet zonder de Duitsers zou kunnen. ,,De helft van mijn klanten is Duits.''

Op een gemiddelde zaterdag komen er 60.000 tot 80.000 consumenten uit het buurland naar Enschede. Dat is ruim zestig procent van het totaal aantal bezoekers. Dinsdag, ook een marktdag, is goed voor 10.000 tot 15.000 Duitse klanten. Zij vormen dan ongeveer twintig procent van het winkelend publiek.

De koopkracht van de Duitse bezoekers leverde vorig jaar nog bijna een `marktoorlog' op tussen Enschede en Hengelo. Wat was het geval? Het centrum van Enschede lag half opengebroken en de markt was moeilijk te bereiken. De Hengelose Marktbond rook haar kans. Promotieteams uit Hengelo trokken de Duitse grensstreek in om hun eigen markt op de kaart te zetten. Daarbij maakten ze er geen geheim van dat zij én vlak naast Enschede lagen én veel beter te bereiken waren. Dit veroorzaakte een vinnige reactie uit de hoek van de Enschedese Marktbond. ,,Als Hengelo haar markt wil promoten, moet ze dat op basis van haar eigen kwaliteiten doen en niet over de rug van een ander'', stelt Achterhuis, die tevens voorzitter van de Enschedese Marktbond is. ,,De hele kwestie is nu overigens uitgepraat. We gaan weer als collega's met elkaar om.''

Worden de Duitse koopjesjagers hartelijk onthaald, dat geldt niet voor de andere groep consumenten uit het buurland: de drugstoeristen. Na aanhoudende overlast van Duitse softdrugsgebruikers probeert Enschede al enkele jaren het aantal coffeeshops terug te dringen. Met succes, het aantal is sinds 1994 met ruim een kwart gedaald. Enschede telt nu zestien gedoogde coffeeshops. Wekelijks komen er zo'n 3.000 tot 3.500 Duitse drugstoeristen naar Enschede, schat Rien Gerritsjans, binnen de gemeente Enschede belast met het drugsbeleid. Dat is ongeveer de helft van het totaal aantal coffeeshopbezoekers.

Vooral de shops aan de zogenaamde `Duitse kant' van het centrum krijgen veel bezoekers uit het buurland, weet Kim (,,Ik heb geen achternaam''), bedrijfsleider van coffeeshop Lexi. ,,Wij krijgen zo'n twintig Duitsers per week over de vloer. We vinden het prima als ze komen, maar we vinden het ook prima als ze wegblijven. Wij ondervinden geen voordeel van ze, maar ook geen nadeel.''

Verrassend genoeg zijn het niet alleen politici en omwonenden die ongelukkig zijn met het Duitse drugstoerisme, maar keren ook Nederlandse sofdrugsgebruikers zich tegen de vele buitenlandse bezoekers. Zo stelt Henk van Bommel van de Vereniging van Enschedese Cannabisconsumenten dat Nederlandse gebruikers gediscrimineerd worden ten opzichte van Duitse gebruikers. ,,Duitsers zijn commercieel interessanter. Ze betalen goed voor de cannabis. Daarom krijgen zij ook mooiere toppen. Veel coffeeshops hebben liever Duitse klanten. Je hoort vaker `wie geht es?' dan `hoi, hoe gaat het?', dat is vervelend. De commercie bepaalt alles in de coffeeshops. Dat maakt de sfeer vervelend. Commercie heeft niets met blowen te maken.''

Het onthaal dat bezoekers krijgen als zij een coffeeshop binnen stappen, is op het eerste gezicht weinig gastvrij. Binnen een minuut wordt er geblaft dat een identiteitsbewijs of Personalausweis getoond moet worden. Indien die niet snel op tafel ligt, wordt de bezoeker direct de deur uitgezet.

Volgens Van Bommel is het Duitse drugstoerisme de oorzaak van dat strenge optreden. ,,De Duitse toeristen zorgen voor overlast en vervuilen de omgeving van de shops. Hierom houdt de gemeente de shops heel goed in de gaten. Er hoeft maar iets te gebeuren en de shops worden gesloten. De gemeente voert hier een waar uitstervingsbeleid. Er wordt geen rekening gehouden met de Enschedese belangen.'' Drugsambtenaar Gerritsjans ontkent dat de gemeente alles inzet op het weren van buitenlandse drugsgebruikers. ,,We hebben al veel minder last van de Duitsers dan vijf jaar geleden. Ons beleid richt zich niet specifiek op Duitsers.''