WEER DOORGAAN

Lubbert Oosting, is bezig zijn confectiebedrijf weer op te bouwen.

,,Ik kwam als jongen van vijftien vanuit Emmen naar Enschede met mijn broer. Ik vond het er heel druk. Om half twee en tien uur gingen de fabrieken uit, en zag je de werkers in hun blauwe overalls. Het was een industriestad, met altijd rookpluimen erboven.

,,Dat de textielfabrieken dichtgingen, was een ramp voor de stad. Heel verdrietig. Toch is het heel goed dat het gebeurd is. Veel mensen hadden een hard bestaan in de textiel. Er was weinig baanonzekerheid maar wel vaste armoede. Dat moet je niet romantiseren.

,,Begin jaren zestig begonnen mijn vrouw en ik ons confectiebedrijf. We begonnen met het maken van lakens en slopen voor van Heek. Als we daar op het kantoor kwamen afrekenen, liepen we haast gebogen. Zoveel ontzag hadden we. Dat Van Eek een paar jaar later dichtging, was een hele klap.

,,Aan de ouderen kun je het verdriet nog voelen. Dat stugge, de voorzichtigheid waarmee ze op je toe komen lopen.

,,De vuurwerkramp heeft Enschede even teruggezet. Maar we gaan niet zitten grienen. De stad herstelt zich ook nu weer. En komt er sterker uit. Dat was ook mijn overtuiging toen ik met mijn vrouw de kelder in sprong na de eerste klap. Die tweede klap kwam, een grote rookwolk drong naar binnen. En ik dacht: jullie zijn nog niet van me af. Alles was in één klap weg, huis en atelier. Nu hebben we twee tijdelijke locaties in de stad en een klein huurhuisje. En het draait weer.''