Vrijzinnigheid

Mijn probleem met het artikel `De vrijzinnigheid is een hellend vlak' van A.F. van Walsum (NRC Handelsblad, 28 april) is, dat ik stellig de indruk krijg dat alle interpretaties van bijbelse verhalen die niet uitgaan van de `historische werkelijkheid', door de schrijver tot `vrijzinnig' worden bestempeld. Als Van Walsum het heeft over de historische werkelijkheid dan bedoelt hij de rationele werkelijkheid.

Het is al lang bekend dat het in de Bijbel helemaal niet primair gaat over die historische werkelijkheid, maar veel meer om verhalen die mensen vooral willen vertellen over een werkelijkheid die moet gaan gebeuren. Als men dit zou willen beseffen dan zouden alle vruchteloze discussies over sprekende ezels en slangen en over wonderen op kunnen houden. Dus met het verhaal over de opstanding (tenminste de synoptische evangeliën zijn door joden geschreven) voltrekt die opstanding zich aan ons, mensen. Daar gaat het om, dat is namelijk een veel belangrijker werkelijkheid of waarheid. Wij staan op en komen tot leven, dat wil zeggen wij worden rechtvaardige mensen, wij doen recht. Dat wij daar niet altijd aan willen en vrijblijvend willen zijn, is een andere zaak.