Voor miljonairs is het milieu niet geschikt

Enschede is een stad met te weinig rijken en te veel armen. De gemeente wil daar met dure huizen verandering in brengen.

HET GEBIED TUSSEN de Keppelerdijk en de Gronausestraat in Enschede-Oost is een oase van rust. Weilanden, bossen en af en toe een afgelegen woning kleuren het gebied groen. Op deze plek, op tien minuten afstand van de binnenstad, hoor je het geluid van vogels beter dan het verkeerslawaai. Binnenkort worden hier luxe landhuizen op grote kavels gebouwd. Hier is Enschede bezig met de ,,verruiming van de bovenkant''.

In Pathmos, een volkswijk in Enschede-West, zijn de kavels niet groter dan zeventig vierkante meter. De kleine voortuinen bevatten niet veel groen; wel veel overtollige huisraad en fietsen. Vogels hoor je hier nauwelijks, verkeerslawaai des te meer. Met alle mogelijke middelen wordt getracht de wijk leefbaarder te maken en de bewoners uit het sociale isolement te halen. Dit noemen ze in Enschede ,,verkrapping van de onderkant''.

Jeroen Goudt is sinds 1994 namens het CDA wethouder van sociale zaken, en kent de statistieken. ,,Enschede een wat armere stad? Zeg maar gerust arme stad.'' Of het nu gaat om het gemiddelde inkomen, het aantal WAO'ers of het aantal mensen dat deelneemt aan het arbeidsproces; bij een vergelijking met andere grote steden boven de 100.000 inwoners valt Enschede bijna altijd uit de toon. Zo ligt het aantal huishoudens met een laag of zeer laag inkomen met 51 procent procent ruim boven het gemiddelde van de grote Nederlandse steden (40 procent). Het werkloosheidspercentage schommelt rond de 9 procent. De koopkracht van de Enschedeërs ligt 2.000 gulden lager dan gemiddeld. Dat betekent dat de inwoners jaarlijks 300 miljoen gulden minder te besteden hebben dan in een vergelijkbare gemeente. ,,Dat kleurt je stad'', beseft Goudt. Daarom verkondigt hij het beleid van meer rijkdom aan `de bovenkant' en terugdringen van de armoede aan `de onderkant'.

De verdeling arm-rijk is in Enschede altijd uit balans geweest. De groei van de vele textielfabrieken leidde tot een grote trek van arbeiders naar de stad. In Pathmos gingen bijvoorbeeld mensen uit Drenthe wonen die speciaal voor een baan in de textiel naar Enschede kwamen. Na de oorlog kwamen de gastarbeiders uit Italië, Spanje en Turkije. Door de naoorlogse woningbehoefte werden wijken als Stadsveld, Mekkelholt-Deppenbroek, Twekkelerveld en Boswinkel uit de grond gestampt. Het zijn veelal dezelfde wijken die nu als probleemwijken te boek staan.

Enschede is de laatste jaren wel bezig met een inhaalslag. Er worden meer woningen boven de 300.000 gulden gebouwd, maar nog altijd is er een behoefte aan grotere kavels. De krapte op de woningmarkt en de schaarste aan grote bouwlocaties heeft veel (potentiële) Enschedeërs de stad uit gedreven. Dat iemand als dirigent Jaap van Zweden in Enschede geen huis kon vinden, zit de politiek in Enschede hoog.

Steden als Oldenzaal en Haaksbergen bieden onderdak aan veel mensen die hun werk in Enschede hebben. De lusten (belasting) zijn voor de kleinere gemeenten; de lasten (woon-werkverkeer, drukte) voor de grote stad, zo voelt men het in Enschede. Reden waarom aan de Keppelerdijk riante kavels van meer dan 2.000 vierkante meter worden aangeboden. Geschatte kavelprijs: 500 gulden per vierkante meter. ,,Je begint met een miljoen en dan moet je het huis nog bouwen'', rekent gemeentelijk grondeconoom A. van de Brink voor.

,,Het is een statistische truc'', zegt Statenlid en oud-gemeenteraadslid G. Stavinga (SP) over het beleid om meer rijken naar de stad te trekken. Het gemiddelde inkomen in Enschede mag volgens hem dan wel stijgen, het inkomen van bijvoorbeeld een werkloze of bijstandsmoeder blijft gelijk. Enschede moet volgens hem veel meer inzetten op werkgelegenheid voor laaggeschoolde mensen. ,,Want het is en blijft een arbeidersstad.''

Wethouder Goudt wijst op allerlei projecten op het terrein van de werkgelegenheid en de zorg voor `de onderkant van de onderkant', maar vindt ook dat er meer mag gebeuren. De vraag blijft wat een gemiddelde inwoner van Pathmos merkt van de verruiming van de bovenkant? Hier is iets meer dan de helft van de wijkbewoners werkloos en ligt het gemiddelde maandinkomen niet veel hoger dan 2.000 gulden netto. ,,Ik vind dat een moeilijke vraag'', zegt Goudt. Om later te erkennen dat er ,,wellicht nu wat te veel nadruk ligt op het aantrekken van koopkrachtige mensen''.

Woningcorporatie De Woonplaats investeert de komende jaren, naar Engels voorbeeld, ruim 100 miljoen gulden in het opknappen van de wijk Pathmos. Niet alleen fysiek, door woningen te renoveren, maar ook sociaal. Huurders die zich goed gedragen krijgen kortingen op allerlei diensten, zoals verzekeringen, en worden geholpen met het vinden van een baan. De Woonplaats krijgt kritiek op deze selectieve benadering, maar directeur F. Catau legt dit naast zich neer. ,,Wij vinden nog steeds dat je mensen mag aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid. Als ik alleen de huizen renoveer en de sociale problemen achter de geraniums laat zitten, ben ik verkeerd bezig.''

De gemeente is de woningbouwvereniging in ieder geval dankbaar voor haar bemoeienissen met de wijk. ,,Wij schieten tekort op het gebied van investeringen in de wijken'', beaamt wethouder Goudt. Catau is het met hem eens. Enschede heeft de komende zeven jaar voor investeringen in de belangrijkste achterstandswijken, waaronder Pathmos, een subsidiepot van honderd miljoen gulden beschikbaar. ,,Peanuts'', zo zegt Catau. ,,Daar kun je geen grote veranderingen mee teweegbrengen''.