Verfmengen en houtontwormen

Prinsegracht 75 in Den Haag, het huis waar admiraal Johan Arnold Zoutman (1724-1793) woonde en overleed, ging de afgelopen decennia zelf bijna ter ziele: er zat een school, die stond leeg, werd gekraakt en een paar jaar geleden leek sloop de enige oplossing. Ramen vielen bijkans op straat, balken waren verrot waar ze in de muren rustten en deuren vielen van ellende uit elkaar. Bouwkundige Joris Zuyderhoudt van het Leidse aannemers- en restauratiebedrijf Burgy houdt stil bij een van die eeuwenoude, brede, eikenhouten deuren. ,,Toen ik hier kwam, dacht ik: het bestaat niet dat we die kunnen hergebruiken, maar je ziet, hij is gered.'' Ook gered is de paar meter leuning van de monumentale wenteltrap die Zuyderhoudt als half vergaan bouwpakket kreeg aangeleverd. ,,Het schijnt dat er een keer een inbreker doorheen is gezakt'', verduidelijkt hij. Voor herhaling zou nu wel een zeer zware jongen nodig zijn, want de spijlen staan weer onberispelijk in het gelid. Zuyderhoudt: ,,Ze zijn er fanatiek mee bezig geweest, soms was er ruzie wie eraan mocht werken.'' Ze zijn leerlingen van technische scholen, want Prinsegracht 75 is een `restauratie-opleidingsproject'. Sommige problemen, zoals het herstel van prachtige Jugendstil-schilderingen, laat Zuyderhoudt aan experts over, restaurateurs in opleiding doen bijvoorbeeld deuren en lambriseringen. Die gaan soms mee naar school en later komen ze in topconditie weer terug. ,,Er kwam een jongen die voor zijn opleiding nog een plafond moest doen. Ik zei: ik heb een heel mooi plafond voor je!'' Vóór de bouwvak moet het ex-kraakpand gereed zijn. In het souterrain komt een bedrijfsruimte, daarboven zeven appartementen van een meter of 120 elk en prijzen in de richting van een miljoen.

In de oude admiraalswoning worden twee problemen tegelijk bestreden: de slechte staat van onderhoud en het schrijnend tekort aan ervaren restaurateurs. Nederland wemelt van de oude gebouwen, geld voor herstel is er vaak wel, maar probeer maar eens iemand te vinden die een beschadigd gestuct plafond met lijsten en rozetten goed kan opknappen. Of die een oud smeedijzeren hek kan herstellen. Of een kapotte marmeren schouw. De opleidingen zijn er wel, alleen ontbreekt het aan `instroom'. Gipswanden plaatsen op vinex-lokaties is kennelijk aantrekkelijker.

Goed nieuws: op de Nederlandse Restauratiebeurs, een co-produktie van de Rijksdienst voor Monumentenzorg en de Brabanthallen, laten 162 bedrijven en instellingen volgende week in evenveel stands oplossingen zien voor nog veel meer restauratievraagstukken. ,,Het is een semi-vakbeurs - voor de vakwereld, voor bewoners van oude en monumentale huizen en voor iedereen die verder in monumentenzorg is geïnteresseerd'', zegt organisator Jan Hijl. Een Raad van Advies waakt over de kwaliteit van de deelnemers. Doel is volgens Hijl ook om meer bewustwording te kweken over wat te doen en wat na te laten - een understatement, gelet op de inhoud van menige bouwafvalcontainer. Hijl weet van kerken waar de natuurstenen ornamenten per bulldozer bij het grootvuil belandden. Steeds meer aandacht en zorg voor restauratie is intussen wel de trend, al is het, vermoedt Hijl, deels te danken aan de hoogconjunctuur. Omdat restaureren altijd duur blijft en omdat subsidie voor niet-Rijksmonumenten vaak lastig is te vinden, komt er een nieuw fonds, `Bedrijven voor Monumenten', met geld van het Prins Bernhardfonds, het Nationaal Restauratiefonds en vooral het bedrijfsleven. Als dat maar goed gaat. Maar de vrees dat je mooi opgeknapte boerderij of grachtenpand een opzichtig autobrandstoflogo aan de voorgevel krijgt, of een meters grote tandpastatube op het dak, is volgens Hijl niet gerechtvaardigd.

Aan bestemmingen voor de subsidie intussen geen gebrek. Op de beurs staan impregneerbedrijven, ijzersmeden, houtwurmbestrijders en leveranciers van zoutbestendige stucmortels. Pigmenten, gommen, harsen, schellak en natuurlijke vulmiddelen betrek je idealiter van de laatste met windkracht aangedreven verfmolen, De Kat in Zaandam. Het Hout- en Meubileringscollege heeft een stand, de Friese Tegel- en Aardewerkfabriek De Albarello, de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek en de Stichting Menno van Coehoorn. Wie zijn pand al helemaal gerestaureerd heeft, gaat naar stands voor behangrestauratie of meubelstoffenrestauratie, daarna wacht de restauratie van je al dan niet perkamenten boekbanden. Alle subsidie ten spijt is er vast ook behoefte aan een stand voor banksaldorestauratie. Maar daarvoor biedt de beurs geen experts, dat is puur doe-het-zelf.