Rakettenschild legt bom onder goed strategisch beleid

Het plan van de regering-Bush voor een raketafweersysteem is de eerste stap in een ambitieuze hervorming van de Amerikaanse strijdkrachten. Ook de strategie wordt anders: met conflicten waarvoor de oplossing niet al van tevoren vaststaat, wordt geen rekening gehouden. Dat kan tot gevaarlijke situaties leiden, meent William Pfaff.

De critici van het raketafweersysteem van de regering-Bush moeten bedenken dat dit plan nog maar het begin is. Dit raketafweersysteem – voorlopig voorgesteld als iets kleinschaligs dat ook kan dienen ter bescherming van de bondgenoten – is de eerste stap in een ambitieuze hervorming van de Amerikaanse strijdkrachten, die de opzet en de taken daarvan grondig zal veranderen.

Het raketafweersysteem zelf zou een uitgebreide, en vooral in de ruimte gesitueerde versie worden van het huidige Amerikaanse systeem van optische en elektronische surveillance en controle over de gehele wereld. Het uitgangspunt daarbij is dat elke dreiging wordt gezien door satellieten die automatisch reageren en in de tegenaanval gaan.

Zo'n surveillancesysteem moet natuurlijk eerst zichzelf verdedigen. En kort nadat George W. Bush aan het bewind kwam, adviseerde een officiële adviesgroep de vorming van een nieuwe ruimte-defensiemacht, hetzij als onafhankelijke strijdmacht, hetzij als afdeling van de luchtmacht.

Die zou zich moeten bezighouden met de voorbereiding van een mogelijke satellietenoorlog, gezien als een strijd tegen blinde vijanden terwijl de Amerikanen wel zouden kunnen blijven `zien'.

De beoogde raketafweer zou worden opgebouwd rond de bestaande afweersystemen en gebruikmaken van technieken die zijn ontwikkeld in het mislukte Star Wars-project, aangevuld met de toekomstige producten van de wapenindustrie dankzij de nu geplande grote investeringen.

Het offensieve element in dit `systeem der systemen' zou worden opgezet volgens nieuwe automatiseringscriteria, om te komen tot de productie van satellietgestuurde, vanaf de grond bediende wapens, gelanceerd van het Amerikaanse vasteland. Er zouden dan geen buitenlandse bases meer nodig zijn.

Sinds Vietnam – en zeker sinds het fiasco in Somalië, dat aanleiding gaf tot de zogeheten Powell-doctrine – wil het Amerikaanse leger geen troepen in het buitenland meer inzetten zonder een strikte taakafbakening en een heldere exitstrategie.

Die doctrine heeft geleid tot de ongeëvenaarde en onwezenlijke situatie dat de Amerikaanse strijdkrachten allereerst tot taak hebben zelf ongedeerd te blijven.

Een van de gevolgen daarvan is te zien in Kosovo, waar de NAVO Britse, Italiaanse en Franse troepen naar de Amerikaanse bezettingssector heeft gestuurd omdat het de Amerikanen niet is toegestaan de gevaarlijke patrouilles uit te voeren die nodig zijn om te voorkomen dat de Albanese guerrillastrijders Macedonië en Servië lastigvallen.

De nieuwe strategie van het Pentagon zou het probleem van het gevaar het hoofd bieden door de oorlog te automatiseren. Uiteindelijk zouden dan de Amerikaanse strijdkrachten overal kunnen worden teruggetrokken waar ze mogelijk gevaar lopen. Zo hebben de regering-Bush en het Pentagon de Europese bondgenoten gedwongen de verantwoordelijkheid voor de Balkan op zich te nemen, en kunnen de Amerikaanse strijdkrachten zich terugtrekken.

Dit voorbeeld geeft aan waarom de nieuwe Amerikaanse strategie gevaarlijk is: ze gaat er vanuit dat ze alleen op die problemen stuit waarvoor de oplossing is geprogrammeerd. Conflicten als die op de Balkan of in Afrika zijn niet in het concept opgenomen. Toch komen dat soort conflicten in het echte leven steeds weer terug en het gevolg van de nieuwe strategie zal zijn dat ze veronachtzaamd of verkeerd aangepakt zullen worden.

Iedereen weet dat gevaren dreigen voor de belangen van de Verenigde Staten en dat voor die dreiging geen automatische of gevaarloze oplossingen bestaan. Strijdkrachten lopen wel eens risico's en moeten soms offers brengen. Maar de nieuwe strategie werkt valse verwachtingen omtrent de verantwoordelijkheden van beroepsmilitairen.

Een apparaat van verdedigings- en aanvalsraketten, gericht op universele surveillance en antiseptische interventie met behulp van onbemand wapentuig, lijkt de vrucht van een visie die van Hollywood is geleend. Het reageert op een probleem dat het spiegelbeeld is van de bedreiging die het voor anderen vormt. Oorlog wordt opgevat als een invasie uit de ruimte. Daarom zal zo'n systeem vrijwel zeker een onweerstaanbare aantrekkingskracht blijken te hebben op het Congres, en ook op de kiezers – koste wat het kost.

William Pfaff is columnist.

©L.A. Times Syndicate