POEtry mist diepte

,,These are the stories of Edgar Allan Poe – not exactly the boy next door!'' Lou Reed, de echte, die van The Velvet Underground, Andy Warhol en Sweet Jane, heeft het werk van Edgar Allan Poe gelezen, daar van alles in herkend en nu wil hij zijn passie voor de negentiende-eeuwse vader van het horrorgenre in de literatuur met ons delen. Maar hoe? Niet door zijn leven na te vertellen of door één van Poe's verhalen tot voorstelling om te bouwen, maar door de algehele sfeer die uit Poe's werk spreekt te verplaatsen naar het podium van een muziektheater.

Die sfeer is er een van waanzin en doodsangst, van verslavingen en eenzaamheid. Reed schreef twaalf losse scènes met flarden tekst uit Poe's verhalen, gedichten en essays, en doorweefde die met zijn eigen muzikale en tekstuele vondsten.

In die opzet schuilt meteen het probleem van de voorstelling. Echte karakters of te volgen verhaallijnen zijn er niet, wel klinken dezelfde thema's steeds opnieuw: de dood komt ons allemaal halen, in mijn eentje word ik gek van angst, het gevaar dat mijn einde zal betekenen trekt me aan.

Zowel Reed als Poe zijn experts in het blootleggen van dit soort beklemmende, zelf-destructieve gedachten die de meeste mensen wel in meer of mindere mate kennen, en soms vallen hun twee geesten inderdaad even wondermooi samen, zoals waneer Reed een jonge Poe laat zingen: `I hate that I need air to breathe, I'd like to leave this body and be free'. Reed bestempelt zichzelf terecht als eigentijdse vertolker van dezelfde emoties als Poe, gevat in een simpeler taal.

De muziek die Reed voor POEtry schreef, wordt uitgevoerd door een vijf man sterke band, die behalve over gitaar, drum en keyboard over klassieke instrumenten als een cello en een fluit beschikt. Het zijn nogal onevenwichtige composities: de licht dreigende, gestaag voortstuwende ritmes en basale melodieën, waaruit Reeds grootste succesnummers bestaan, laat hij in POEtry steeds even opklinken, om ze vervolgens weer bruut af te breken voor een ram op het keyboard of een tot in je maag voelbare klap op de drums. Hij laat zijn publiek zo inderdaad schrikken, maar dat is iets anders dan werkelijke angst inboezemen.

De voorstelling blijft dus nogal vlak. Aan de enscenering van regisseur Robert Wilson, die eerder The Black Rider (geschreven met Tom Waits en William Burroughs) en Time Rocker (ook met Reed) naar het Muziektheater bracht, ligt dat niet. Kostuums, decor en licht zijn allemaal prachtig, en dienen de atmosfeer van ijselijkheid zonder teveel de aandacht te trekken. De vrouwen zijn gehuld in lange, fluwelen jurken; de mannen in donkere pakken, haren strak naar achteren en met doodsbleek gelaat.

De twaalf spelers van het Thalia Theater uit Hamburg draaien hun hand nergens voor om: zang en dans, zwijgend spel of het declameren en zingen van teksten in de meest uitzinnige intonaties, ze kunnen het allemaal. De beste spelers uit de groep weten hun non-personages zelfs van iets van een karakter te voorzien.

Het wemelt in POEtry bovendien van de technische vondsten waar Wilson bekend om staat. Spelers zweven aan onzichtbare koorden door de lucht, enorme abstracte decorstukken als een kelk, een houten huis en een zwarte raaf (voor de scène die Reed op Poe's beroemde gedicht The Raven baseerde) bewegen en lijken te leven. Voor elk van de twaalf scènes is met zorg een ander, oogverblindend plaatje gecreëerd. Maar drie uur lang alleen maar doodsangst, dat kan zelfs een virtuoos als Wilson niet echt boeiend maken.

Voorstelling: POEtry door het Thalia Theater. Tekst en muziek: Lou Reed. Regie: Robert Wilson. Gezien: 9/5 in het Muziektheater, Amsterdam. Aldaar nog te zien op 10 en 12 mei. Inl: (020) 6255455 of www.gastprogrammering.nl