Ouattara, oppositieleider via internet

Zijn partij kwam als populairste uit de bus bij verkiezingen in maart, maar Alassane Ouattara, oppositieleider van Ivoorkust, zit als balling in Frankrijk. Eigenlijk had hij president moeten zijn.

Op het visitekaartje van Alassane Dramane Ouattara staat `Ancien Premier Ministre'. Voordat hij het overhandigt, krabbelt de oud-premier van Ivoorkust het adres van zijn homepage op de achterkant (www.ado.ci). Het is een eigenaardige situatie. Ouattara woont in ballingschap in Frankrijk, maar staat aan het hoofd van de populairste politieke partij van Ivoorkust. Dankzij internet gaat het leiderschap-op-afstand hem goed af, zegt hij. Vorige maand nog beantwoordde hij ,,honderden'' emails van aanhangers. ,,Het is echt niet zo moeilijk, hoor. Ik geloof dat men de impact van de computertechnologie onderschat.''

Ouattara is een oud-premier met gefnuikte ambities. Hij had al president kunnen zijn. Niet dat hij geen carrière heeft gemaakt: hij was van 1995 tot 1999 onder-directeur van het IMF in Washington. Maar Ouattara's afkomst hij zou buitenlands bloed hebben maakte hem keer op keer ongeschikt als presidentskandidaat in Ivoorkust. Vorig jaar mocht hij niet meedoen aan de verkiezingen, in 1999 niet, en in 1995 ook al niet. Maar toen afgelopen maart de gemeenteraadsverkiezingen werden gehouden, versloeg Ouattara's oppositiepartij, de Rassemblement des Republicains (RDR), met gemak de regerende partij van president Laurent Gbagbo. ,,Zie je wel'', zeiden zijn aanhangers, ,,Ouattara moet president worden.''

Ouattara zit nu in Parijs na te denken over zijn volgende stap. Hij ontvangt in een kantoor in het sjieke zestiende arrondissement. Bij de receptie wacht een onberispelijk geklede Afrikaanse zakenman, de lijfwachten houden zich schuil. ,,Parijs is toch een beetje de politieke hoofdstad van Franstalig Afrika'', zegt Ouattara. Hij verliet Ivoorkust in oktober, na een aanslag op zijn leven. Hij gaat terug ,,als mijn werk hier gedaan is'' maar: ,,momenteel heb ik geen reden om er haast mee te maken''.

Ivoorkust werd 33 jaar lang bestuurd door grondlegger Félix Houphouet-Boigny. Onder hem was het land een baken van stabiliteit in roerig West-Afrika. Houphouet-Boigny merkte ooit op: ,,Er bestaat geen nummer twee, drie of vier in Ivoorkust, er is alleen een nummer één, en dat ben ik.'' Desondanks trof hij te elfder ure voorbereidingen voor zijn opvolging. In 1990 wees hij Henri Konan Bedié aan als kroonprins. Voor de econoom Ouattara, op dat moment directeur van de Centrale Bank van West-Afrika, werd de post van eerste minister in het leven geroepen. Ouattara was premier tot de dood van Houphouet-Boigny in 1993 en trok in die periode de economie uit het slop. Hij zette pijnlijke privatiseringen door, wat hem de reputatie van technocraat opleverde.

Sinds 1993 is de politiek van Ivoorkust een stoelendans tussen Bedié, Gbagbo en Ouattara. Maar Ouattara zijn aanhangers noemen hem liefkozend Ado zit er iedere keer naast. Het was Bedié die als president in 1995 de grondwet veranderde en het begrip Ivoirité introduceerde. Beide ouders van een potentieel staatshoofd moeten in Ivoorkust geboren zijn. De moeder van Ouattara zou uit Burkina Faso komen. Voor de zekerheid liet Bedié ook nog vastleggen dat een presidentskandidaat gedurende vijf jaar voorafgaand aan de verkiezingen niet in het buitenland mocht hebben gewoond. Ouattara, zo wist iedereen, had jarenlang in Washington gezeten.

Dat zuiver-bloedconcept in een land waar 40 procent van de bevolking een buitenlandse achtergrond heeft – Ouattara noemt het een ,,politiek instrument in een machtsstrijd die aanleiding is geweest tot de huidige crisis''. In december 1999 greep generaal Robert Gueï de macht via een staatsgreep. Algemeen werd aangenomen dat hij Ouattara in het zadel wilde helpen. Gueï bleef echter zitten en organiseerde pas onder zware druk verkiezingen. De zelfverklaarde populist Laurent Gbagbo was de enige serieuze kandidaat die mee mocht doen. Weer kreeg Ouattara het lid op de neus. Gbagbo was ooit een uitgesproken tegenstander van Houphouet-Boigny. De rollen zijn nu omgedraaid: Gbagbo zit in de regering, Ouattara voert oppositie.

De politieke verdeeldheid heeft de Ivoriaanse economie uitgehold. Het IMF zette de hulp ruim twee jaar geleden al stop. Het gerucht gaat dat Ouattara's voormalige collega's in Washington de geldkraan pas weer opendraaien als hij president wordt. Hier moet hij hartelijk om lachen. Zeker is dat Ouattara door het buitenland als uiterst competent wordt gezien. ,,Ik vind het prima als men mij zoveel invloed toeschrijft dat moet je altijd accepteren maar financiële afspraken worden aan een principe verbonden, niet aan een persoon. Het IMF neemt geen beslissingen op basis van mijn vriendschap met Kofi Annan of [IMF-chef] Horst Köhler.'' Hoe is het om de eeuwige buitenstaander te zijn? Ogenschijnlijk neemt Ouattara het rustig op. ,,Ik ben een beetje gefrustreerd omdat ik toch echt had gehoopt te kunnen meewerken aan de heropbouw van mijn land. Ik zie in wat voor staat mijn land zich bevindt, met de verduistering van hulpgelden, slecht bestuur, voortwoekerende corruptie. Zonder valse bescheidenheid, ik was nummer twee bij het IMF. Ik heb genoeg ervaring om mijn land de 21ste eeuw binnen te helpen.''

Maar er is hoop. Nummer één, twee, drie en vier van Ivoorkust praten tegenwoordig met elkaar. Ouattara noemt het een ,,platform voor nationale verzoening'': de rivaliserende politieke leiders zijn van plan binnenkort voor de tweede maal bijeen te komen. ,,Ik hoop dat wij president Gbagbo, president Bedié, generaal Gueï en ikzelf een dialoog op gang kunnen krijgen. We moeten onze persoonlijke problemen overstijgen en een oplossing vinden voor de politieke en economische crisis.''

Het hete hangijzer blijft de Ivoirité, een concept dat tot op de dag van vandaag verdeeldheid zaait. Ouattara verwacht met Gbagbo in ieder geval ,,de rehabilitatie van mijn persoon in het politieke en civiele recht, de garanties voor een veilige terugkeer, en de wijziging van de grondwet'' te kunnen bespreken. Tot het zover is gebruikt hij telefoon, internet en zijn kantoor in Parijs om een strategie te verzinnen en zijn aanhangers te mobiliseren. Oud-premier Ouattara zegt pragmatisch ingesteld te zijn. En hij heeft geduld. ,,President Wade van Senegal is drie maanden voor de verkiezingen teruggekeerd na een verblijf van 15 maanden in Frankrijk. Ik ben pas aan mijn vijfde maand begonnen, ik heb dus nog even de tijd.''