Kunstenaars van de Rijkshemelvaartdienst

Rondom het zelfgetimmerde platje van beeldend kunstenaar/ontwerper Hester van Dapperen ruisen de auto's, al zie je ze op het eerste gezicht niet. Het heeft iets bevreemdends, want je waant je op deze welhaast idyllische plek ver van de bewoonde wereld. Pas als je aandachtig door het loof van het beboomde terrein tuurt, besef je dat het verkeer op nog geen vijfentwintig meter afstand langs je scheurt.

De ruim dertig bewoners van de Rijkshemelvaartdienst storen zich niet aan het zenuwtergende ritme van hun directe omgeving en zouden nergens anders willen wonen. Ze voelen zich dan ook zielsgelukkig in hun zelfgebouwde onderkomens op een terrein dat ingeklemd ligt tussen de A4, de Oude Haagse weg, de Ringvaart en twee grote betonnen radarinstallaties voor het vliegverkeer van Schiphol.

Twaalf jaar geleden werden de twee voormalige fabrieksloodsen van de Rijksluchtvaartdienst gekraakt door een groep jonge kunstenaars. Met veel kunst- en vliegwerk verbouwden ze de enorme ruimtes tot riante ateliers, waarin ze ook konden wonen. In de meterdikke muren kwamen ramen en schuifpuien, er werden waterleidingen aangelegd en tussenmuren gemetseld. Op het inmiddels gedoogde kunstenaarsterrein kwamen in de loop der jaren ook nog eens zes grote woonwagens en een houten prefab-bosvillaatje te staan. Zo werd een door iedereen vergeten stuk grond aan de rand van de stad weer tot leven gewekt.

De ateliers ogen inmiddels als New-Yorkse lofts, waar menige yup zo zou willen wonen. Alleen het comfort is er beperkt: er is op het hele terrein slechts één douche en één wasmachine, en er zijn maar twee wc's. Toch klaagt niemand daarover. ,,Het geeft een gevoel van vrijheid, dat je ook bij kamperen hebt'', zegt Van Dapperen, die 's morgens gehuld in kamerjas de trap van haar eigen villa Kakelbont afdaalt om dertig meter verderop te gaan douchen. ,,Alleen 's winters is het hier zwaar. We hebben het dan ook niet over het aantal jaren dat we hier leven, maar over het aantal winters.''

Wie nu mocht denken dat de Rijkshemelvaart een hippiekolonie is waar de wietdampen troef zijn, heeft het bij het verkeerde eind. Want de kunstenaars die er wonen, staan midden in de maatschappij en zijn als bezetenen aan het werk. Sommige Rijkshemelvaarders verdienen ook nog eens de kost buitenshuis, als dj, musicus, modeontwerper, tatoeëerder. Maar ze hebben één ding gemeen: een behoefte aan vrijheid. Dat woord voeren de bewoners van het complex dan ook hoog in hun vaandel. Vrijheid als basis voor hun leven en werk: het is het kunstenaarschap in zijn meest naakte vorm. Van Dapperen: ,,En daarom is het hier een `vrijplaats'. Je kunt hier je kunstenaarschap uitoefenen op de manier die jij wilt. Niemand verlangt iets van je, wat in een officiële broedplaats anders is. Want daar stopt de gemeente geld in en heb je het gevoel dat je er iets voor terug moet doen. Hier neem je je eigen verantwoordelijkheid. En ook moet je er wat voor overhebben om op deze manier te kunnen leven. Alleen dat houthakken al, om je kachel te kunnen stoken.''

De Rijkshemelvaartdienst telt behalve de individuele ateliers ook een schitterende danszaal, een restaurant annex feestzaal en een groot atelier waar meerdere kunstenaars kunnen werken. Op dit moment is er onder meer werk te zien van beeldhouwer Atten van der Vlugt, alsook bont van Rosaly Dekker, een fotocollage van Patricia de Ruyter en indrukwekkende lichtobjecten van Franklin Aalders. Verder werken er `bij' de Rijkshemelvaartdienst componisten, schrijvers, dj's, computerkunstenaars die websites ontwikkelen en zijn er ook twee opnamestudio's.

Toch moet je de Rijkshemelvaartdienst niet zien als een elitaire aangelegenheid, die slechts toegankelijk is voor een groepje uitverkorenen. Zo zijn buitenstaanders altijd welkom en worden er regelmatig open podia georganiseerd, waar groepen uit de hele wereld optreden, zoals het Teatr novogo fronta uit het Russische Sint Petersburg. Hoogtepunt is het jaarlijkse zomerfestival, dat bezocht wordt door een paar duizend mensen. Eten, muziek, theater, standup-comedy, live performances, alles is er (zie ook www.rijkshemelvaart.com).

Kunstenaarskolonies als de Rijkshemelvaartdienst zijn zo langzamerhand een zeldzaamheid aan het worden in Amsterdam. Want hoewel het gemeentebestuur de beste intenties heeft en in de komende jaren een kleine 2.000 ateliers voor kunstenaars zegt te willen bouwen op zogenoemde `broedplaatsen', is atelierruimte voor kunstenaars er nog altijd schaars. Met de sloop van de Kalenderpanden verdween vorig jaar een belangrijke vrijplaats in het centrum van de stad en vorige week moest ook een broedplaats in Amsterdam-Zuid de deuren sluiten om plaats te maken voor een makelaarskantoor. De kunst legt het blijkbaar nog altijd af tegen economische belangen.

Je kunt je afvragen of Amsterdam op de lange termijn zijn prominente positie binnen de kunstwereld wel kan behouden als er niet voldoende faciliteiten bestaan voor sub- en tegencultuur. Getalenteerde vernieuwers in de kunst laten de hoofdstad nu al steeds vaker links liggen. Liever vestigen ze zich in Rotterdam, dat samen met Berlijn en Londen een van de meest creatieve en vernieuwende steden van Europa lijkt te worden. Om te vermijden dat Amsterdam versuft en een openluchtmuseum als Venetië wordt, moet er dan ook snel iets veranderen in het broed- en vrijplaatsenbeleid.

Het terrein van de Rijkshemelvaartdienst is inmiddels per convenant toegewezen aan de luchthaven Schiphol, al staat `ruiming' op korte termijn niet op de ambtelijke agenda. De bewoners van de Dienst maken zich echter niet ongerust over hun toekomst. ,,Gelukkig weet niemand hoelang het nog zal duren voordat we hier weg moeten'', zegt voormalig danser en bewoner van het eerste uur Stefan van Dijk. ,,Bovendien geeft die tijdelijkheid je ook een zekere rust.''

Volgens Hester van Dapperen is het leven bij de Rijkshemelvaart zelfs de essentie van kunst. ,,Als kunstenaar laat je alles wat zekerheid is achter je'', zegt ze met een twinkeling in haar ogen. ,,Je leeft met dat wat er komt.''