KNMG wil begrip lijden begrenzen

De artsenorganisatie KNMG wil de grenzen aan `ondraaglijk en uitzichtloos' lijden afbakenen. Dit is belangrijk wettelijk criterium voor zorgvuldig handelen bij euthanasie en hulp bij zelfdoding.

De KNMG vindt dat in verband met de euthanasiewet ,,allerlei grensvragen nog niet afdoende beantwoord'' zijn. Daarom is gisteren besloten een commissie in te stellen, die onder meer zal onderzoeken waar de grens van ondraaglijk en uitzichtloos lijden zou moeten liggen en of hierover onder artsen consensus is.

De rechtszaak tegen de huisarts van oud-senator E. Brongersma is ,,niet de enige, maar wel een belangrijke aanleiding'', zegt Paul Rijksen, algemeen directeur van de KNMG. In een tussenarrest oordeelde het Amsterdamse gerechtshof deze week in deze zaak dat twee deskundigen de gerezen onduidelijkheiden rond ondraaglijk en uitzichtloos lijden nader moeten onderzoeken.

Huisarts P. Sutorius hielp Brongersma, toen 86, in 1998 bij zelfdoding omdat deze het leven zo moe was, dat hij dit als ondraaglijk lijden beschouwde. De rechtbank gaf hem daarin eerder gelijk, omdat lijden een subjectieve ervaring zou zijn die dus alleen door de patiënt zelf te peilen is.

Volgens het openbaar ministerie geeft de jurisprudentie daartoe evenwel geen enkele aanleiding. Tot op heden zijn alleen somatische of psychiatrische oorzaken van lijden aanvaard.

Het hof wil vooral antwoord op de vragen of een arts gelegitimeerd is, en zo ja waardoor, hoogbejaarde patiënten dan toch uit hun lijden te helpen en of daarover overeenstemming bestaat. De KNMG neemt nu een vergelijkbaar initiatief.