In Kabylië acht agenten gedood

Bij nieuw geweld in de Algerijnse regio Kabylië zijn gisteren acht politiemannen gedood. Eind vorige maand vielen er tientallen doden bij protesten tegen de overheid van Berbers, die in Kabylië de meerderheid hebben.

De politiemannen zouden het slachtoffer zijn geworden van de moslim-extremistische Salafistische Groep (GSPC) waarvan bekend is dat ze in het gebied – Tizgirt, een kustplaatsje 120 kilometer ten oosten van Algiers – opereert. De Berbers van Kabylië zijn overwegend liberaal, maar in afgelegen dorpen hebben de bewoners zich daar altijd tegen afgezet. Kabylië heeft de afgelopen jaren dan ook relatief veel moslim-extremistisch geweld meegemaakt.

Kabylië trilt op dit moment nog na van de onlusten die het gebied eind april, begin mei hebben getroffen en waarbij volgens getuigen en de pers 60 tot 80 doden zijn gevallen. De onlusten, die tien dagen duurden, werden ontketend door de dood van een jonge Berber in detentie en de mishandeling van drie andere jongeren die de gendarmerie zouden hebben beledigd.

Berbers zijn de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika, vóór de Arabieren in de 7de eeuw arriveerden. Kabylië heeft zijn Berberse identiteit weten te bewaren temidden van de Arabisering (die begin jaren negentig, onder invloed van de moslim-fundamentalistische golf die over Algerije spoelde, nog is versterkt). Maar onder de Berbers, ongeveer 30 procent van de Algerijnse bevolking, leeft sterk het gevoel door de Arabieren in Algiers als tweederangsburgers te worden behandeld.

April 1980 begon in Kabylië de Berberse lente, die wordt beschouwd als startpunt van de campagne voor officiële erkenning van de Berberse cultuur, inclusief de taal, het Tamazigh. De harde aanpak door de Algerijnse gendarmerie van de herdenkingen van de Berberse lente van dit jaar, die leidde tot de dood van de jonge Berber in gevangenschap, ontketende eind april bloedige onlusten die zich razendsnel over verscheidene Kabylische steden verspreidden. Jonge demonstranten staken auto's in brand en probeerden politiebureaus en kazernes van de gendarmerie te bestormen. De veiligheidsdiensten reageerden met traangas en scherpe munitie. Er vielen tientallen doden, en de schade die werd aangericht was enorm.

President Bouteflika maakte toen de onlusten nog aan de gang waren de oprichting bekend van een onafhankelijke commissie van onderzoek. Maar zoals meestal het geval is met dergelijke commissies is het vertrouwen erin gering. Dat blijkt onder andere uit de weigering van talrijke persoonlijkheden om erin zitting te nemen. Het probleem is bovendien dat de typisch Berberse grieven die leven – het tweederangsburgerschap – nog worden verergerd door algemeen-Algerijnse problemen die niet makkelijk oplosbaar zijn, zoals de massale werkloosheid en het gebrek aan democratie.

In Algiers had vandaag een grootscheepse solidariteitsmars plaats die was georganiseerd door de Berberse Culturele Beweging. De betogers hadden spandoeken bij zich met leuzen als `Nooit, nooit meer!', `Einde aan de onderdrukking' en `het Tamazigh nationale en officiële taal'.