Imams en homo's

KERK EN STAAT zijn in Nederland gescheiden. Dus is er weinig hoop voor de strafklachten die boze Nederlanders hebben ingediend tegen een Rotterdamse imam die predikt dat homoseksualiteit een ziekte is. Discriminatie is grondwettelijk verboden, maar een overtuiging is grondwettelijk vrij. Of het nu gaat om politici (RPF-voorman Van Dijke) of geestelijken (kardinaal Simonis) – beiden ontsprongen de dans. Deze precedenten spreken duidelijke taal. De overheid heeft er alleen boodschap aan als leerstelligheden overgaan in verboden handelen of een rechtstreekse oproep daartoe.

Dat neemt niet weg dat de leer van de imam (evenals die van Van Dijke en Simonis) ronduit verwerpelijk is, want naar zijn inhoud discriminatoir, en verdient te worden bestreden. Zeker nu vooraanstaande collega's zich daar blijkens een reportage in deze krant van gisteren bij aansluiten. Het is overigens niet zo eenvoudig deze boodschap over te brengen. De imams in Nederland zijn veelal uit de landen van herkomst afkomstig. Dat vergroot, zoals minister Van Boxtel (Integratiebeleid) in december 1999 droogjes noteerde, niet de bereidheid ,,in dialoog te treden met hun omgeving''.

Een eerste gevolgtrekking die de bewindsman hieruit trok is dat buitenlandse imams onder de wet inburgering vreemdelingen vallen met de bijbehorende verplichte kennismaking met de Nederlandse taal en samenleving. Er is inderdaad geen reden voor een uitzondering ten behoeve van de godsdienst. Een echte dialoog valt niet af te dwingen, maar het gastland mag van iedere nieuwkomer, inclusief godsdienstige voormannen met een sociale missie, vergen dat het in elk geval verstaan kan worden.

DE IMAMS onderstrepen zelf hun speciale status in de islamitische gemeenschap. Deze is zelfgekozen. De Nederlandse overheid staat daar principieel buiten. Maar daardoor is het nog niet verboden de geestelijken op hun bijbehorende verantwoordelijkheid aan te spreken. Met name dienen zij gewezen te worden op het gevaar dat hun prediking onbezonnen jonge geloofsgenoten inspireert tot ongelukken. Het moet volstrekt duidelijk zijn dat Nederland dit niet accepteert. Dat geldt overigens evenzeer voor uitingen van homofobie door autochtone leeftijdsgenoten, al dan niet op zoek naar de eigen identiteit.

De paradox is dat de islam in veel opzichten een uiterst pragmatische religie is. Het knelpunt is dat de klassieke islam een theologie heeft ontwikkeld voor een soevereine meerderheidsreligie en moeite heeft met de doctrine van minderheidsreligie in een pluriforme samenleving. De wedervraag is of Nederland niet te rigoureus de publieke functie van de religie uit het openbare leven bant. Kardinaal Simonis klaagde onlangs in de Volkskrant openlijk over ,,marginalisering'' van de kerken door de regering. Tijdens een debat in Den Haag bepleitte een hoogleraar aan het Institute of Social Studies eind vorig jaar meer aandacht van de grote steden voor de invloed van religie op het openbare leven. Voor de meeste migranten is religie een ijkpunt in de nieuwe wereld, maar ook een opstap naar integratie.

OOK IN DIE opvatting blijft het een ,,lat-relatie''. Deze heeft natuurlijke grenzen. Voor een nieuwe verzuiling is geen plaats. De beschutting van de preekstoel is geen vrijbrief te stoken. De scheiding van kerk en staat heeft, in een klassieke formulering van de Hoge Raad, trouwens nimmer de strekking gehad om aan iemand het recht te geven zich onder beroep op zijn godsdienstige overtuiging te onttrekken aan verplichtingen die door de overheid aan al haar onderdanen, ongeacht welke godsdienst zij belijden, worden opgelegd. Amen.