`Ik ben geen nazi-jongetje', vindt Sauwens

Mag een Vlaamse bewindsman een bijeenkomst van voormalige Oostfrontstrijders bijwonen? Minister Johan Sauwens werd het noodlottig.

De Vlaamse ministerscrisis, die het gevolg is van het opstappen van Johan Sauwens na een bezoek aan een bijeenkomst van oud-Oostfrontstrijders, illustreert opnieuw de curieuze relatie tussen Vlaams-nationalisme en collaboratie in de Tweede Wereldoorlog. De 50-jarige Sauwens – behorend tot de kleine Vlaams-nationalistische Volksunie – bezocht zaterdag in Antwerpen het gouden jubilieum van het Sint-Maartensfonds, dat in de jaren vijftig ontstond als hulporganisatie voor oud-Oostfronters en hun nabestaanden. Op de bijeenkomst waren ook voormalige Duitse SS'ers en rechts-radicalen uit de rest van Europa.

De aanwezigheid van Sauwens, in de Vlaamse deelregering minister voor Binnenlandse Aangelegenheden en Sport, werd onthuld door een verslaggever van het dagblad De Morgen die incognito in de feestzaal was. Volgens de reporter nam Sauwens actief aan de bijeenkomst deel door mee te applaudiseren. De minister ontkende dit maandag heftig tijdens een inderhaast belegde persconferentie. Wel gaf hij toe ,,een duidelijke inschattingsfout'' te hebben gemaakt wat betreft deelnemers en programma van de bijeenkomst.

Ook in een brief aan de paars-groene Vlaamse regeringsfracties verdedigde Sauwens zich en nam hij afstand van ,,elke extreem-rechtse toon of ondertoon'' op de bijeenkomst. Hij gaf aan weg te zijn gegaan, toen kritiek werd geleverd op dat deel van de Vlaams-nationalistische beweging dat officieel excuses aanbood voor fouten tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De socialistische SP en het groene Agalev eisten het aftreden van de minister. Sauwens' eigen Volksunie wilde hem nog de kans geven zich in het Vlaams Parlement te verweren. Daar ging de enigszins geëmotioneerde bewindsman gistermiddag diep door het stof. Hij verklaarde ook het lidsmaatschap van het Sint-Maartensfonds te hebben opgezegd, waarvan hij al vijfentwintig jaar lid was. Sauwens vroeg om een kans het ,,geschonden vertrouwen'' te herstellen. Hij wees op zijn beleid voor allochtonen, wat zou bewijzen dat hij nooit sympathie voor extreem-rechts koesterde.

Maar toen kwamen de voor Sauwens rampzalige amateur-videobeelden van de bijeenkomst op de proppen. Pikant detail: fractieleider Filip Dewinter van het extreem-rechtse Vlaams Blok had de video in bezit en toonde de beelden aan enkele Belgische journalisten. Sauwens stond met de andere aanwezigen op toen het lied `Te wapen, te wapen' van het Vlaams Legioen – de bij de Waffen-SS aangesloten Oostfronters – werd gezongen. Ook applaudisseerde hij voor het nazi-gedicht `Die Glocken von Stalingrad'. Boven het podium hing de tekst `Een nieuw begin voor Vlaanderen, Dietsland, Germania en Europa'. Geüniformeerde leden van de Vlaamse Militanten Orde droegen vlaggen met runentekens.

Intussen liet ook de liberale VLD-fractie weten dat de minister niet meer te handhaven was ,,gezien het fundamentele belang van de geloofwaardigheid van democratie en politiek in Vlaanderen.'' Het doek voor Sauwens was in feite al eerder gevallen, omdat de Vlaamse minister-president Patrick Dewael hem niet meer steunde. De liberale regeringsleider, die geldt als een progressief hervormer en wiens grootvader in een Duits concentratiekamp om het leven kwam, liet Sauwens per brief weten verdere samenwerking met hem ,,niet met mijn geweten'' te kunnen verenigen.

Sauwens behield de steun van z'n eigen Volksunie, met uitzondering van de progressieve vleugel. Volksunie-voorzitter Fons Borginon, die weliswaar vond dat Sauwens fouten had gemaakt, zei zich ,,gepakt'' te voelen door de aanvallen van de andere regeringsfracties. In de Franstalige krant Le Soir verdedigde Borginon Oostfront-strijders – van wie sommigen dachten hun Vlaams-nationale idealen door collaboratie te realiseren – als ,,mensen die zich lieten manipuleren door radicale leiders. Om religieuze of vlaamse motieven gingen ze vechten tegen het communisme.''

Volgens historicus Bruno de Wever van de Gentse Universiteit, die promoveerde op de Vlaamse collaboratie, zijn zulke opvattingen typerend voor een deel van de Vlaamse beweging. Na de oorlog werden collaborateurs weliswaar bestraft, maar nadien vervulden ze mandaten voor met name de Volksunie. ,,In geen enkel ander land kwamen wapendragers in het parlement. In België wel omdat zij in de Vlaamse beweging een aanknopingspunt hadden hun collaboratie te legitimeren,'' zegt De Wever. Volgens hem hebben Belgische historici de collaboratie de laatste jaren meer in zwart-wit geanalyseerd, waardoor er nu minder vergoelijkend over wordt gepraat. Een Vlaamse ex-minister verklaarde deze week nog dat hij tien jaar geleden het Sint-Maartenfonds toe kon spreken zonder dat dit politieke gevolgen had.

,,Wellicht heeft Sauwens die mentaliteitsverandering onvoldoende aangevoeld'', zegt historicus De Wever. Belangrijke Vlaamse kranten eisten in elk geval eensgezind het ontslag van Sauwens. Zeker voor Franstalige media en politici, die niet geheel terecht collaboratie als een voornamelijk Vlaamse zaak beschouwen, was Sauwens' vertrek vanzelfsprekend. Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel – vorig jaar voorvechter was van een Europese boycot tegen Oostenrijk wegens de regeringsdeelname van de extreem-rechtse FPÖ van Jörg Haider – sprak zich openlijk uit. De leider van de Franstalige socialisten, Elio di Rupo, zei gisteren dat zijn ministers alle bijeenkomsten met Sauwens zouden boycotten.

Na drie ministerschappen rest Sauwens – die vorig jaar nog een reis naar Haiders Oostenrijk afgelastte – nog de advocatuur en het burgemeesterschap van het Limburgse Bilzen, waar hij een groot stemmentrekker is. ,,Ik ben geen vies nazi-jongetje'', liet hij de verzamelde pers nog weten.

    • Hans Buddingh'