Grote interesse in Down-test

Zevenendertig procent van de Nederlandse bevolking wil bij zwangerschap de foetus laten testen op het Downsyndroom. Een meerderheid van deze groep (57 procent) zou, als de foetus afwijkingen vertoont, kiezen voor een abortus. Dit blijkt uit onderzoek van het NIPO onder circa honderd respondenten. Het bureau deed dit in opdracht van de projectgroep Downpower, die het ,,onrealistische beeld dat mensen hebben van het Downsyndroom, wil bijstellen''.

Eerder deze week adviseerde de Gezondheidsraad aan minister Borst (Volksgezondheid) om alle zwangere vrouwen te laten testen op Downsyndroom en een open ruggetje. De aanbevolen bloedtest geeft een eerste indicatie of de foetus Downsyndroom heeft. Nu worden alleen vrouwen boven de 36 jaar getest, waardoor niet alle foetussen met Downsyndroom worden opgespoord. De huidige testmethode (vruchtwaterpunctie of vlokkentest) leidt bovendien regelmatig tot een miskraam. Medici zouden de test selectiever moeten inzetten, vindt de Gezondheidsraad.

Downpower vindt het instellen van een algemene bloedtest zorgwekkend, gezien ,,de geringe kennis van Nederlanders over het Downsyndroom en het huidige voorlichtingsniveau''. Onder meer ziekenhuizen zouden ouders in spe onvoldoende en te negatief informeren over het Downsyndroom.

Volgens het NIPO-onderzoek denkt een meerderheid dat mensen met Down ernstig verstandelijk gehandicapt zijn'', zegt woordvoerder Illya Soffer. ,,Dat is niet waar: hun IQ komt redelijk overeen met dat van een zwakbegaafde. Bied je iemand met Downsyndroom vanaf de geboorte goede medisch-pedagogische begeleiding, dan stijgt het IQ bovendien. De helft van alle Down-kinderen gaat naar een gewone school.''