Grauwsluier over de stad is verdwenen

Burgemeester Ko Wierenga speelde een grote rol in het herstel van Enschede. `De mensen hebben zichzelf omhoog getrokken.'

EIGENLIJK HAD Ko Wierenga (68) de geschiedenis in moeten gaan als de burgemeester die de aanzet gaf tot de opheffing van zijn eigen stad. In 1989 zette hij een fusie tussen Enschede en Hengelo (Dubbelstad) op de politieke agenda. Ruim tien jaar later strandde het voorstel (inmiddels met Borne uitgebreid tot Twentestad) in de Eerste Kamer. Met dank aan Hans Wiegel. De VVD-senator deed zijn eigen Nacht van Wiegel nog eens dunnetjes over door zijn fractie tegen Twentestad te laten stemmen. Terwijl de VVD in de Tweede Kamer vóór het wetsvoorstel had gestemd. ,,Als Wiegel niet op eigen glorie was uitgeweest'', stelt Wierenga, ,,was het gelukt''. Rancune kent hij niet. ,,Wiegel heeft een paar sterke punten. Eén daarvan is het koesteren van zijn ijdelheid.''

Bij ontstentenis van Twentestad gaat Wierenga de geschiedenis in als de burgemeester die Enschede op sleeptouw nam uit het dal waarin de textielcrisis de stad had gestort. De teloorgang van de textiel lag als een grauwsluier over de stad, toen PvdA'er Wierenga in 1977 benoemd werd. Op dat moment waren met de sluiting van grote fabrieken al bijna 20.000 arbeidsplaatsen verdwenen. ,,Enschede was op dat moment echt een arme stad'', herinnert raadsnestor G. Perik zich. Sinds 1958 zit Perik, voormalig textielarbeider bij Scholten & Zonen, namens het CDA in de gemeenteraad. Hij weet dat Enschede eerst haar macht en later haar armoe aan de textiel te danken had. ,,De vele kleine arbeiderswoningen leverden bijvoorbeeld nauwelijks onroerend-zaakbelasting op.''

De politiek keek in de jaren zestig en zeventig vanaf de zijlijn toe hoe de textiel ineenstortte. De respectievelijke burgemeesters uit die tijd riepen de textielfabrikanten wel op de bakens te verzetten, maar hun woorden haalden weinig uit. ,,Wat werkgelegenheid betreft, waren de textielbaronnen de baas'', erkent Perik.

Vanwege zijn kennis van de economie werd Tweede-Kamerlid Wierenga in 1977 vanuit Den Haag in Enschede geparachuteerd. Wierenga was op dat moment voorzitter van de vaste Tweede-Kamercommissie economie. Niet iedereen was even blij met zijn komst, al kreeg hij wel het vertrouwen van de gemeenteraad. Zo had toenmalig commissaris van de Koningin J.L.M. Niers liever iemand benoemd met een bredere ervaring dan tien jaar lidmaatschap van de Tweede Kamer.

In zijn installatierede schopte Wierenga de textielwerkgevers voor de schenen door hen verantwoordelijk te houden voor het verlies van duizenden arbeidsplaatsen. Wierenga had bij aanvang van zijn burgemeesterschap – toen er nog een paar grote fabrieken waren – de stille hoop iets van de textiel overeind te kunnen houden. Dit bleek echter onhaalbaar. Wat restte waren lege fabriekscomplexen en een groot werkloos arbeidspotentieel, dat wel over veel vakkennis beschikte. Veel werknemers begonnen hun eigen bedrijf, en toeleveranciers die voordien afhankelijk waren van de textielfabrieken verlegden hun afzetmarkten. ,,Die mensen hebben de stad weer economisch smoel gegeven, de schwung teruggebracht'', zegt Wierenga nu over die periode.

Politiek gezien was het ondersteunen van een nieuwe bedrijvigheid de belangrijkste pijler van het gemeentelijk beleid onder burgemeester Wierenga. Zo werd er veel prioriteit gegeven aan het opkopen van fabrieksterreinen, om te voorkomen dat ze in handen zouden vallen van speculanten. Het kostte Enschede veel geld, net zoals ook het opknappen van het krakkemikkige rioleringsstelsel gaten in de begroting sloeg. ,,We werden uiteindelijk straatarm'', zegt Wierenga.

Enschede stond tijdens de jaren tachtig als `artikel-12 gemeente' onder curatele van het rijk. Een moeilijke periode, weet raadsnestor Perik. ,,Het rode potlood van de rijksgedelegeerde had een bijzonder scherpe punt.'' Enschede moest steeds aankloppen in Den Haag. En daar, zo zeiden ze in Enschede, hadden ze niet in de gaten hoe groot de problemen waren. ,,De weg van Enschede naar Den Haag is korter dan omgekeerd. Subsidies moest je echt voor de poorten van de hel wegslepen'', stelt Perik.

Wierenga opende, dankzij zijn ervaring als Kamerlid, deuren die voor andere burgemeesters gesloten bleven. ,,Ik had uitstekende relaties, kende veel staatssecretarissen en ministers. Dat hielp.''

Zijn `bedelpartijen' leverden de stad tientallen miljoenen guldens op. Met rijksgeld werd onder meer de Twentsche Schouwburg opgeknapt. In Den Haag en bij het regionale bedrijfsleven peuterde Wierenga miljoenen guldens los voor de bouw van een nieuw Muziekcentrum. Ook lobbyde hij intensief om het Orkest van het Oosten en Opera Forum voor de stad te behouden. ,,Om mensen aan je stad te binden en nieuwe mensen aan te trekken zijn dit soort voorzieningen onmisbaar'', zegt Wierenga. Want, zo vervolgt hij, het zijn vaak de vrouwen van de topmanagers die aan de hand van het aantal voorzieningen in een stad, bepalen of manlief een nieuwe baan mag aanvaarden of niet.

Zelf noemt Wierenga de concentratie van het HBO-onderwijs in Enschede zijn belangrijkste verdienste. Hij bewoog naar eigen zeggen ,,hemel en aarde'' om vanuit de regio HBO-instellingen naar Enschede te laten verhuizen. De huidige Hogeschool Enschede telt inmiddels tweemaal zoveel studenten als de veel bekendere Universiteit Twente. Studenten zijn belangrijk voor een stad. ,,Zij maken een stad levendig.''

Kort na het gesprek neemt Wierenga contact op. ,,Ik wil toch nog even benadrukken dat het de mensen in Enschede zelf zijn die het gedaan hebben. Zij hebben zichzelf aan de haren uit het moeras getrokken. Ik heb er een rol ingespeeld.''