Gevecht om windmolens in zee

Maar liefst twee windmolenparken staan op stapel voor de kust van Egmond aan Zee. Zoveel windenergie gaat zelfs de milieuorganisaties te ver.

Voor de kust van Egmond aan Zee verrijst over enkele jaren een windmolenpark: vijftig tot zeventig turbines op palen, met een vermogen van 100 megawatt. Dit zogenoemde near shore park komt op minimaal acht kilometer, maar zo ver `als technisch mogelijk is' van de kust. Het project, een geesteskind van minister Jorritsma (Economische Zaken), is bedoeld als proef. Met de bouw van tientallen meters hoge palen met daarop de turbines en hun rotors in zee is nog nergens in de Noordzee ervaring opgedaan.

Het kabinet besloot eind maart tot de bouw van het `demonstratieproject near shore windpark' bij Egmond, waar de Tweede Kamer nog haar oordeel over moet geven.

De aanleg van het park kost circa vierhonderd miljoen gulden. Per jaar produceren dan zeventig tot honderd windturbines honderd megawatt aan elektriciteit. De overheid geeft 60 miljoen subsidie. Na de zomer wordt een tender (openbare aanbesteding) uitgeschreven. Verwacht wordt dat zeker drie consortia van bedrijven daarop zullen inschrijven.

Maar dit is niet het enige windmolenpark dat bij Egmond aan Zee is voorzien. E-Connection, een bedrijf dat als penvoerder optreedt voor een consortium bestaande uit Fortis Bank, het Zweeds-Zwitserse ABB, Smit Marine Contractors (onderdeel van Smit Internationale in Rotterdam) en Vestas-Nederland windtechnologie, vroeg al in 1999 vergunning aan voor de bouw van aanvankelijk twee en later één windmolenpark van zestig turbines (120 megawatt), op minimaal 23 kilometer uit de kust, iets zuidelijker dan de plek bij Egmond die voor het proefpark is uitgekozen. ,,De kans is groot dat wij onze vergunning voor de bouw van een off shore-windpark (kosten 450 miljoen) krijgen voordat de procedures voor de aanleg van het proefpark zijn voltooid'', zegt directeur M.A.J. Kortenoever van E-Connection. Het kabinet heeft verklaard ,,geen tegenstrijdigheid'' te zien tussen het near shore park en ,,particuliere initiatieven die gericht zijn op het bouwen van windparken off shore'', op grotere afstand uit de kust.

Hoezeer ze ook voor `duurzame energieopwekking' zijn, twee windparken voor de kust in de Noordzee is te veel van het goede voor zes natuur- en milieuorganisaties. Bouw een windmolenpark en dan zo ver mogelijk in zee, is de oproep die de Stichting Natuur en Milieu onlangs, mede namens vijf andere milieuorganisaties, in een brief aan de Tweede Kamer deed. De organisaties, waaronder stichting De Noordzee en Stichting Duinbehoud, bepleiten een ,,geïntegreerde beslissing''', zowel over Jorritsma's near shore park als over het project van E-Connection. De keuze van de plaats, dichtbij of verder weg van de kust, blijft daarbij het belangrijkste punt. Waarschijnlijk beslist het parlement daarover pas in het najaar.

Het proefpark van windmolens met een vermogen van 1,5 megawatt komt op minimaal acht en ten hoogste vijftien kilometer van de kust bij Egmond, waar de zee vijftien tot twintig meter diep is. Met bouwen in dieper water (twintig tot 25 meter), zoals is voorzien voor het off shore-park van E-Connection, is geen ervaring, het kost meer (langere kabels naar de kust) en het onderhoud is duurder. Verder op zee bouwen zou ook alleen maar zinvol zijn als er grote windturbines, met een vermogen van drie tot vijf megawatt, beschikbaar zouden zijn.

,,Dat laatste klopt, maar die zijn er nog niet'', zegt Kortenoever. ,,Wij willen turbines van twee megawatt. Wij hebben daar vertrouwen in, anderen twijfelen daaraan. Ik kan er alleen op wijzen dat een bank als Fortis vertrouwt op de kennis van de consortiumpartners.''

Het belangrijkste bezwaar van de natuur- en milieuorganisaties en de gemeente Egmond is de zogeheten zichthinder. Kortenoever: ,,Berekend is dat het near shore-park, op 8 kilometer van het strand, 75 procent van het jaar zichtbaar zal zijn. Voor een off shore-park op 23 kilometer uit de kust is dat twintig procent van het jaar en dan is alleen het topje van de windmolens zichtbaar palen van vijftig meter boven het zeeoppervlak met een rotor van 33 meter doorsnede.''

Verder zijn er ecologische aspecten. Zo is weinig bekend over de gevolgen van een windmolenpark op zee voor vogels. Maar duidelijk is dat vogels die meestal dicht onder de kust vliegen en foerageren, minder hinder zullen ondervinden naarmate de windmolens verder van de kust staan.

Voor beide projecten is een milieu-effectrapportage (MER) verplicht. Voor het project van E-Connection is deze al gereed. Kortenoever: ,,Die moet nu worden beoordeeld. Wij gaan ervan uit dat wij een vergunning krijgen en in april 2002 de opdracht tot de bouw kunnen geven. Het off shore park zou dan in augustus 2003 in bedrijf kunnen worden genomen.''

Maar eerst, nog voor de zomer, komt nog de tender voor het near shore park, waarvoor later ook nog een MER moet worden gemaakt. Volgens Economische Zaken hebben drie consortia belangstelling. Een bestaat uit Eneco, Essent, Siemens en Rabobank, de tweede wordt gevormd door Nuon, Shell, ING en Stork en de derde is... E-Connection. Directeur Kortenoever: ,,Ik ben de eerste die inschrijft.'' Pas als bekend is wie de opdracht voor het near shore-park krijgt, zal duidelijk zijn of een `geïntegreerde beslissing', zoals de milieuorganisaties bepleiten, mogelijk is.