Een serieus sprookje vol doodsbetovering

Werken of nietsdoen: het is allebei even erg. Volgens prins Leonce. De onderdanen zwoegen zich kapot en als prins is hij gedoemd tot ledigheid. Maar wat doe je eraan? Een beetje rebelleren en weten dat het geen zin heeft. Een beetje de anarchist uithangen en weten dat je gebonden bent.

In Leonce en Lena door toneelgroep De Roovers zit de prins met een touw vast aan een zware steen. Op die steen staat koning Peter, zijn vader. Leonce heeft, zo te zien, geen schijn van kans om te ontsnappen. Aan zijn vader en dat verdomde koninkrijk. Aan zijn lot in het algemeen. En toch komt er een scène waarin het touw om zijn nek is verdwenen. Het is de liefdesscène. Leonce heeft een meisje ontmoet dat net zo aan het leven lijdt als hij. Samen ervaren ze een moment van grote schoonheid.

De auteur van Leonce en Lena, Georg Büchner, noemde zijn in 1842 geschreven stuk een komedie. Als in een traditioneel blijspel zorgt hij voor een hilarische plot. Het meisje op wie Leonce verliefd is geworden, blijkt de prinses te zijn met wie hij van zijn vader moet trouwen. En de jongen op wie prinses Lena verliefd is geworden, blijkt de koningszoon te zijn met wie zij van háár vader moet trouwen. Beiden walgden van die dwang, maar nu de zaken zo staan, staat niets een huwelijk meer in de weg. Eind goed al goed. Of toch niet?

Aan het koningschap zitten de twee nou wel vast. Büchner beëindigt het stuk met een vrolijke utopie, maar De Roovers stoppen eerder. Op het punt waarop Lena zich tot de zaal wendt en zegt: ,,En morgen begint de grap van voren af aan!'' De grap van het toneelspelen, want actrice Sara De Bosschere spreekt hier ook namens zichzelf. De grap van de eindeloze herhaling van zinloze zetten, want dat zelfs de zet van de liefde zinloos is, zat bij De Roovers al besloten in dat ene mooie moment: daar konden de minnenden alleen van genieten door aan de dood te denken.

De Leonce en Lena van De Roovers is een ernstige aangelegenheid, met een levensmoeheid die, anders dan bij Büchner, nauwelijks wordt gerelativeerd. Büchner neemt de Weltschmerz, die bij zijn romantische tijdgenoten in de mode was, met een flinke korrel zout. De Roovers schuren juist dicht tegen de romantiek aan. Hun voorstelling lijkt op een sprookje. Geen fijn sprookje weliswaar, maar toch een sprookje, vol liefdes- en doodsbetovering, als in een gedroomde nacht. De belichting is surreëel; de muziek, live, van Peter Vermeersch en het collectief Walpurgis, zwijmelt; de taal klinkt als poëzie.

Bedekt door deze dikke droomlaag zijn: de snedige woordspelletjes, de ironische literaire citaten, de vertwijfelde geestigheden van Leonce en Valerio, zijn spitse, linke vriend. Bedekt is ook Büchners vileine woede op het sociale onrecht. De steen die de prins van De Roovers moet torsen heeft vooral een symbolische lading. Het is de steen van Sisiphos, de held van de vergeefsheid.

De Roovers – zie hun eerdere producties De rechtvaardigen, Vuile handen en De bezetenen – zijn altijd gefascineerd geweest door revolutionairen. In hun probleemstelling – nihilisme versus idealisme, berusting versus opstand – sloeg de sympathie altijd door naar de versus-kant. Maar De Roovers worden ook een dagje ouder en dan gaat de andere kant lonken, de berusting-kant, de kant van de verveling.

Voorstelling: Leonce en Lena naar Georg Büchner door De Roovers en Muziektheater-collectief Walpurgis. Spel: Robby Cleiren, Sara De Bosschere, Sofie Sente, Luc Nuyens e.a. Muziek: Peter Vermeersch. Gezien: 9/5 Toneelschuur, Haarlem. Tournee t/m 15/6. Inl. (020) 4275447.