Een Moulin Rouge waarin alles mag

Een postmoderne versie van filmklassieker Moulin Rouge was gisteravond de openingsfilm van het 54ste filmfestival van Cannes. De film van regisseur Baz Luhrmann is een tweeënhalf uur durend spektakel, waarbij de kijker oren en ogen tekort om alle visuele grappen bij te houden.

Over de bohémien-entourage van Montmartre en de legendarische rol die rond 1900 het theaterbordeel Moulin Rouge ten deel viel bij de bevrijding uit het victoriaanse keurslijf, zijn al heel wat films gemaakt. Maar Moulin Rouge, de Australische film van regisseur Baz Luhrmann die gisteravond het 54ste filmfestival van Cannes opende, geeft een brutale postmodernistische draai aan het gegeven. De cancan-danseressen zingen op muziek uit de jaren zeventig `Voulez-vous coucher avec moi?', en op een zolderkamer aan de overkant bedenken Satie en Toulouse-Lautrec voor het openingsnummer van een alpinistische revue de liedtekst `The hills are alive with the sound of music'.

Luhrmann maakte een overdonderende showfilm, waarin alles is toegestaan: van een operetteversie van Madonna's Like a Virgin, gezongen door twee heren, tot een satire op de Bollywood-musical. De enige film die eerder zo vrij allerlei elementen uit de geschiedenis van de popcultuur dooreen heeft durven mengen was Todd Haynes' Velvet Goldmine, waarin Oscar Wilde werd aangewezen als de uitvinder van de Britse glamrock, maar Moulin Rouge gaat veel verder. Zodra er in een dialoog woorden opduiken, die aan een bekende popsong doen denken, worden ze even later gezongen door de hoofdpersoon, desnoods ter ondersteuning van een Feydeau-achtige sketch in een boudoir in het binnenste van een olifant.

Cameravoering en montage van Moulin Rouge geven in het eerste uur een verbazingwekkend tempo aan. De kijker komt oren en ogen tekort om alle referenties en visuele grappen bij te houden, maar tegen het einde van de film zakt de wervelwind een beetje in.

De gedoemde liefde van een jonge schrijver (Ewan McGregor) voor de hoogst genoteerde courtisane van de Moulin Rouge (Nicole Kidman), een variatie op het klassieke Orpheus-thema, wordt relatief traditioneel afgewikkeld, en als ze ten onder gaat zoals de dame met de camelia's, bevinden we ons bijna in een conventionele musical à la The Phantom of the Opera.

De gok van Luhrmann om met een fors, door een Amerikaanse studio gefourneerd budget, een jong publiek te winnen voor sublieme edelkitsch in swingverpakking, maakt grote kans te slagen. Zelfs als je niet goed thuis bent in de encyclopedie van de popcultuur sinds 1899, imponeert de film als een videoclip van twee en een half uur. De keuze tussen onaangepaste kunst, zoals de bohème die wilde maken, en heulen met het grote geld, dit keer gepersonifieerd door een verknipte geldschieter die zo zijn eisen stelt, heeft immers nog weinig aan actualiteit ingeboet. Zelfs Luhrmann, die in dit geval zijn droom redelijk ongeschonden wist te verwezenlijken, moet het dilemma niet onbekend voorkomen.

Als openingsfilm van het Cannes-festival voldoet Moulin Rouge aan alle eisen van spektakel en spraakmakendheid. Of de beslissing om bij uitzondering de openingsfilm ook voor de competitie om de Gouden Palm in te schrijven net zo lonend zal zijn voor een musical als vorig jaar, toen Dancer in the Dark won, is een andere kwestie.

Op de een of andere manier lijkt een jury, die onder leiding staat van de Noorse actrice Liv Ullman, niet de meest aangewezen instantie om het exuberante Moulin Rouge meer te gunnen dan een technische onderscheiding.