Duur akkoord huisartsen

Miljoenen extra voor de huisartsen en meer invloed van de zorgverzekeraars, hebben de huisartsen en zorgverzekeraars afgesproken. De patiënt betaalt de rekening, door hogere premies.

De huisartsen krijgen een nieuwe `baas'. Niet langer de overheid, maar de zorgverzekeraar gaat hun financiële wel en wee bepalen.

Dat is het resultaat van het akkoord dat hun vakbond, de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV), deze week met de zorgverzekeraars heeft gesloten over de financiering van de praktijkkosten. De LHV kwam uiteindelijk met de zorgverzekeraars overeen de vergoeding daarvoor met gemiddeld 35.000 gulden te verhogen, tot 196.249 gulden. Landelijk betekent dat een verhoging van het budget voor huisartsenzorg met zo'n 250 miljoen gulden.

Bij de verdeling van het extra geld krijgen de verzekeraars een belangrijke stem. Anders dan tot nu toe wordt de vergoeding die een huisarts krijgt mede afhankelijk van de lokale situatie, zoals die door de verzekeraar wordt beoordeeld: op basis van een gezamenlijk opgesteld plan zal de ene huisarts meer krijgen dan de andere.

Met deze uitkomst lopen huisartsen en verzekeraars in de pas met de aanbevelingen die de commissie-Tabaksblat (over de toekomstige financieringsstructuur van de huisartsenzorg) vorige maand publiceerde. De ommezwaai van een systeem waarin de overheid de omvang van de huisartsenzorg voorschrijft en huisartsen zelf vervolgens vergaand vrij zijn naar een opzet waarin de verzekeraar een grote rol speelt vormt de rode draad in het advies van deze commissie. Naarmate de verzekeraars meer verantwoordelijkheid krijgen voor de gezondheidszorg, zullen ze ook meer greep willen krijgen op het werken van de huisarts, is de gedachte. Dit is een koers die de overheid al langer voert.

Hierdoor kan er, volgens de commissie, iets worden gedaan aan de niet altijd efficiënte manier van werken van huisartsen. De commissie wijt dit aan de manier waarop de huisartsenzorg op dit moment wordt gefinancierd: die bevat geen prikkels om efficiënter te werken, door bijvoorbeeld te investeren in nieuwe ontwikkelingen, of met andere hulpverleners samen te werken. Het extra geld dat de huisartsen nu krijgen, vormt op zich overigens geen garantie voor een andere manier van werken. Hooguit vergemakkelijkt het de verzekeraars om lokaal bepaalde veranderingen te bewerkstelligen.

Als dat lukt ziet de burger iets terug van het extra geld dat hij in de huisarts gaat steken. Want dat hij de rekening betaalt, staat vast: de extra uitgaven worden betaald uit de premies voor ziekenfonds en particuliere ziektekostenverzekering, al zou voor dit jaar, en mogelijk ook voor volgend jaar, een deel van die extra kosten kunnen worden gefinancierd uit de reserves van de ziekenfondsen. Met hoeveel de premies zullen stijgen is afhankelijk van wat het kabinet aan extra uitgaven toestaat, iets wat van nationaal belang is omdat de premies de loonvorming en daarmee de economische positie van het land beïnvloeden.

Over de uiteindelijke omvang van het budget voor de huisartsenzorg is het laatste woord nog niet gezegd. Als minister Borst (Volksgezondheid) de nu afgesproken verhoging van de praktijkkostenvergoeding in de vorm van hogere tarieven accepteert, hebben de huisartsen er in korte tijd ruim 700 miljoen gulden bij gekregen: 250 miljoen gulden voor de praktijkkosten, 150 miljoen gulden voor diensten buiten kantooruren, 260 miljoen gulden voor praktijkverpleegkundigen, 80 tot 100 miljoen gulden voor een betere honorering van huisartsen-in-opleiding en uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen. Dit komt neer op een stijging van het budget met meer dan 25 procent.

Het conflict van de afgelopen weken draaide vooral om het inkomen van de huisarts. Die verdient gemiddeld zo'n 197.000 gulden, ofwel 90 tot 100 gulden per uur. Te weinig, vond de LHV, die er 60.000 gulden per huisarts bij wilde, ofwel 450 miljoen gulden. Dat geld zou de huisarts volgens de LHV de laatste tien jaar op zijn inkomen ingeleverd hebben.

De vereniging gaat dan ook uit van een nog grotere stijging, als een onderzoek naar het inkomen van de vrije beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg straks is afgerond. De kans bestaat dat de LHV zich iets te snel rijk rekent: deskundigen in het bedrijfsleven noemen een uurloon van honderd gulden voor een huisarts (of medisch specialist) gezien de aard van het werk en de daarbij horende verantwoordelijkheid `royaal'.

Een nieuw conflict dient zich dan aan, want de huisarts wil evenveel verdienen als een medisch specialist, zo viel onlangs tijdens een actiebijeenkomst van de LHV te beluisteren. Een medisch specialist eist echter een uurhonorarium van minimaal 300 gulden: de claim die de orde van medisch specialisten heeft ingebracht in het overleg over een nieuwe manier van financieren van de ziekenhuishulp.

In een ledenbrief zegt de orde dat de onderhandelingen over dat systeem zullen vastlopen als er minder wordt vergoed. De eis zou resulteren in een inkomen voor een medisch specialist dat uitkomt op zo'n 600.000 gulden. Voor de burger rest dan een verdere premiestijging.

Gerectificeerd

Huisartsen

In het artikel Duur akkoord huisartsen (in de krant van donderdag 10 mei, pagina 7) wordt gemeld dat de Landelijke Huisartsenvereniging naast een hogere vergoeding van de praktijkkosten ook 450 miljoen gulden (60.000 gulden per huisarts) voor verbetering van het inkomen eisen. Dit moet echter 500 miljoen gulden zijn, ofwel ruim 65.000 gulden per huisarts.