Belastingen kern verkiezingsstrijd Italië

Zondag worden in Italië parlementsverkiezingen gehouden. De leiders van centrum-rechts (Berlusconi) en links (Rutelli) spelen hoofdrollen in de stembusstrijd. Vooral hun financiële en fiscale plannen lopen sterk uiteen.

Als de rechtse Italiaanse premierskandidaat Silvio Berlusconi zijn plannen voor belastingverlaging uitvoert, ligt Italië ,,binnen dertig seconden uit de Economische en Monetaire Unie'', voorspelt zijn tegenspeler Francesco Rutelli.

Volgens Rutelli zijn de plannen voor belastingverlaging, optrekking van de minimumpensioenen en miljardeninvesteringen in verbetering van de infrastructuur niet te rijmen met de Europese financiële verplichtingen van Italië. Centrum-rechts ,,doet alleen maar loze beloftes, zegt Rutelli. ,,Ze realiseren zich niet dat ze zich moeten houden aan de doelstellingen van het stabiliteitspact.

De afgelopen jaren zijn inflatie en overheidsuitgaven onder controle gebracht. Maar de totale staatsschuld ligt nog rond de 110 procent van het bruto nationaal product en moet verder omlaag worden gebracht. Rutelli wil de schuld in twee jaar onder de 100 procent brengen.

Het kamp van Berlusconi geeft twee soorten antwoorden op het verwijt iedereen alles te beloven, maar dat nooit te kunnen waarmaken zonder opnieuw het begrotingstekort snel te laten stijgen. Binnenslands luidt de repliek dat de rekensom klopt.

Belastingverlaging leidt tot extra consumptie, die weer wordt belast. Het boven water halen van de zwarte economie moet ruim 27 miljard gulden opleveren. En nog eens 13,5 miljard gulden moet in de schatkist komen via de berekende 1,5 procent hogere groei.

Maar richting buitenland is het `Huis van de Vrijheid', zoals de rechtse coalitie zichzelf noemt, voorzichtiger. Giulio Tremonti, de man die waarschijnlijk minister van Schatkist wordt als Berlusconi wint, zei onlangs tegen de Britse zakenkrant Financial Times dat Italië geen supply-side beleid zal voeren (door meer aanbod meer vraag creëren), zich in het begin voornamelijk zal beperken tot symbolische belastingverlagingen en geen radicale fiscale hervorming in gang zetten voordat de economische groei is hersteld.

Beide kampen erkennen dat de groei in Italië van de afgelopen vijf jaar onder het Europese gemiddelde ligt. Dat heeft te maken met de financiële inspanningen om in de eurozone te komen, maar ook met factoren als bureaucratie, ingewikkelde regelgeving, slechte infrastructuur, en langzame rechtsgang.

Maar over de cijfers zijn de partijen het niet eens. Volgens het ministerie van Schatkist is de economie in de regeringsperiode van centrum-links gegroeid met gemiddeld 2,1 procent, tegen 2,7 procent gemiddeld in Europa. Forza Italia, de partij van Berlusconi, beweert dat de groei 1,6 procent gemiddeld is geweest.

Premier Giuliano Amato zei vorige maand dat centrum-links een aantal belangrijke resultaten heeft geboekt in vijf jaar. Het tekort op de begroting is gedaald van 7 naar 1,5 procent van het bruto nationaal product. De werkloosheid is gedaald van 12 naar 9,9 procent. Bovendien zijn er volgens hem 1,2 miljoen nieuwe arbeidsplaatsen geschapen.

Berlusconi bestrijdt het werkloosheidscijfer en zegt dat er bovendien veel te weinig is gedaan om de werkgelegenheid op te voeren. Hij belooft een radicale ingreep. Geen inkomstenbelasting tot ongeveer 23.000 gulden, 23 procent tot 225.000 gulden, en 33 procent daarboven. Omzetbelasting op 33 procent. Bovendien wil hij de successiebelasting helemaal afschaffen, iets wat hem volgens Rutelli miljarden guldens belastingvoordeel zou opleveren als hij zijn bedrijf overdoet aan zijn kinderen.

Rutelli zegt dat van Berlusconi's plannen vooral de hoge inkomens zouden profiteren. Hij wil gezinnen met twee kinderen en een gezinsinkomen onder de 51.000 gulden niet belasten, en wil de totale belastingdruk in vijf jaar laten dalen tot onder de veertig procent een daling die volgens Berlusconi absoluut onvoldoende is.

Bij de recepten voor meer werk legt Berlusconi veel meer dan Rutelli de nadruk op flexibiliteit. Hij wil het makkelijker maken om mensen aan te nemen en te ontslaan ook Rutelli is voor flexibilisering, maar met meer garanties. Hij vreest de weerstand van de vakbonden, die voortdurend op de rem trappen bij dit thema. Dat er ingrijpend geïnvesteerd moet worden in de infrastructuur van wegen is nauwelijks een punt van discussie, al zegt Rutelli dat zijn tegenstander de besluitvormingsprocedure zodanig wil veranderen dat daarin nauwelijks ruimte meer is voor milieubezwaren.

Het grootste economische probleem voor een nieuwe premier wordt waarschijnlijk het pensioenstelsel. Hoe sterk Italië aan het vergrijzen is, blijkt uit het feit dat een bevolking van 58 miljoen mensen 49 miljoen kiesgerechtigden telt.

Toen Berlusconi in 1994 zeven maanden minister-president was, heeft hij geprobeerd een pensioenhervorming door te voeren, maar dat leidde tot een van de grootste demonstraties uit de Italiaanse geschiedenis. Een jaar later is in overleg met de vakbonden een eerste hervorming doorgevoerd, maar er zijn meer en ingrijpender maatregelen nodig.

In 1995 is met de vakbonden afgesproken dat daarover dit jaar verder zou worden gesproken. Premier Amato heeft er de voorkeur aan gegeven dit buitengewoon gevoelige dossier te laten liggen voor zijn opvolger.

    • Marc Leijendekker