American style

Jacqueline Kennedy was zo'n beetje de eerste die de Amerikanen liet zien wat goede smaak was. Haar liefde voor cultuur was voor veel Amerikanen nieuw. In het Metropolitan Museum in New York is een tentoonstelling ingericht over haar `staatskleding', van de zijden jurk die ze droeg tijdens een bezoek aan India tot het wollen mantelpakje waarin ze televisiekijkend Amerika het opgeknapte Witte Huis liet zien. Alleen het roze complet dat ze droeg op 22 november 1963 ontbreekt.

`Zij bracht een beetje stijl in het Witte Huis en opeens werd goede smaak een voorbeeld van goede smaak'', schreef Diana Vreeland, de grande dame van de New-Yorkse modewereld. ,,Vóór de Kennedy's hadden het moderne Amerika en goede smaak niets met elkaar te maken, maar dan ook niets.''

Veertig jaar nadat Jacqueline Kennedy Bouvier aan de hand van de jonge senator uit Boston haar entree maakte op het nationale politieke toneel in de Verenigde Staten, heeft het Metropolitan Museum in New York een ambitieuze tentoonstelling ingericht met jurken, pakjes, hoeden, notities en schetsjes van de vrouw die het gezicht werd van het Kennedy-fenomeen.

Het lijkt braaf, jurken en briefjes van een mevrouw die van mode hield maar niets te vertellen had. Niets is minder waar. Hamish Bowles, de Vogue-redacteur die het speurwerk voor de tentoonstelling deed, heeft kans gezien het Witte Huis van de Kennedy's te laten herleven. Uit de robes en tafelschikkingen, briefjes voor stafmedewerkers, oude filmbeelden en geluidsfragmenten komt een vrouw naar voren die meer in haar mars had dan die keurige meisjesstem deed vermoeden.

Dit is een tentoonstelling over raffinement, en over het begin van een nieuw politiek tijdperk. Zij heeft zich er nooit uitvoerig over uitgelaten, maar zelfs zonder theorievorming werkte Jacqueline Kennedy aan een nationaal project: zij gaf het Amerikaanse presidentschap een nieuwe dimensie door te demonstreren dat er een alternatief is voor lelijkheid. Haar half-Franse afkomst hielp, maar zij deed het voor Amerika. Het land keek zijn ogen uit.

Haar succes was tijdens de duizend dagen van het Kennedy-presidentschap (1961-1963) zo tastbaar dat president Kennedy eens zei: ,,Ik ben de man die Jacqueline Kennedy begeleidde bij haar bezoek aan Parijs''. Midden in de Koude Oorlog smolt Nikita Chroesjtsjov voor de vrouw van zijn tegenstander. En de steile Charles De Gaulle viel voor haar toen zij hem in het Frans toefluisterde: ,,Ik heb Franse grootouders''. Waarop de generaal moet hebben teruggefluisterd: ,,Ik ook''.

Maar Jacqueline Kennedy's bijdrage aan Kennedy's New Frontier was meer dan charme alleen. Zij liet zien dat modern niet in strijd is met historisch. Jacqueline Kennedy droeg een cultuurgevoel uit dat voor veel Amerikanen nieuw was. Haar strijd voor het behoud van het beetje oude stad dat het Witte Huis omringt, en vooral voor het terugbrengen van een inrichting die paste bij de inmiddels tweehonderdjarige geschiedenis van Amerika's koninklijk paleis, was meer een uitdrukking van vaderlandsliefde dan een bewijs dat zij de verwende smaak uit haar New-Yorkse jeugd miste.

Op de bovenste verdieping van het Metropolitan Museum loopt men door Rodins gang en gaat linksaf voor Vermeer en zijn tijdgenoten. Rechtsaf wacht Camelot, het beloofde maar gedoemde land van de Kennedy's. Met historische beelden en teksten komt het idee van The New Frontier snel tot leven. Flarden toespraken roepen de sfeer op van Kennedy's `new tomorrows': ,,De vraag is niet wat je land voor jou kan doen, maar wat jij voor je land kunt doen''. Het was qua toekomstgericht optimisme vergelijkbaar met George W. Bush' blijmoedige toespraken van vorig najaar. Maar wat een verschil in niveau, in stijl tussen hun presidentschappen. Bush slaat zijn Laura bemoedigend op de billen als zij een nietszeggend praatje over schoolbibliotheken houdt en nodigt nog wat honkballers uit in de Rozentuin. John en Jackie Kennedy vroegen Saul Bellow, Leonard Bernstein, Edmund Wilson, Tennessee Williams, Arthur Miller, Isaac Stern en andere levende kunstenaars te dineren ter ere van André Malraux.

Amerika heeft vorig jaar zonder ophouden gehoord over het herstel van `eer en deugdzaamheid in het Witte Huis'. In de praktijk realiseert president George W. Bush dat via een terughoudend stagebeleid, door in Texaanse laarzen op de foto te gaan met schoolkinderen en sporthelden en door een hamburger te eten terwijl zijn lunchbezoek een filet de sole krijgt voorgezet. Door niet Bill Clinton te zijn, poseert Bush nu al drie maanden als fatsoenlijke Amerikaan. Maar het zou een mijlpaal zijn als Nigel Kennedy bij hen aan tafel een stukje viool mocht komen spelen.

De John F. Kennedy Bibliotheek heeft actief meegewerkt aan deze tentoonstelling, dus een anti-Kennedy teneur was niet te verwachten, maar de stukken zijn echt en zij spreken voor zichzelf. De trefzekere en kleurrijke jurken en completjes illustreren met hoeveel talent Jacqueline Kennedy haar imago modelleerde. Zoals de schetsen voor de historisch verantwoorde restauratie van het Witte Huis, handgeschreven instructies aan medewerkers om diners rond figuren als Pablo Casals, Igor Strawinsky en André Malraux te organiseren, laten zien met hoeveel gemak en kennis van zaken de Kennedy's kunst en cultuur een ereplaats in hun Witte Huis gaven.

Jackie Kennedy's kledingstukken komen uit verschillende periodes en ateliers, maar zij vormen een treffende eenheid, de tentoonstelling illustreert dat moeiteloos. Die coherente garderobe en de documenten die hier verzameld zijn suggereren dat Jacqueline Kennedy een grote rol speelde in die verheffing van het Witte Huis. Haar bijdrage aan de promotie van kunst en schoonheid in Amerika inspireerde John Kennedy. Het kindvrouwtje klinkt in het Metropolitan uit luidsprekers met toespraakjes in guitig Italiaans of Spaans. Maar tegelijk blijkt dat zij meer historisch besef had dan de meeste van haar voor- en navolgsters. Zij hield niet van politiek, zeggen mensen die haar hebben gekend, maar zij begreep de essentie van het communiceren met een volk. En de boodschap was: esthetiek gaat om meer dan de buitenkant.

De Kennedy's zijn uit in Amerika. President Bush heeft de buste van president Eisenhower weer in het Oval Office neergezet. Jacqueline Kennedy stelde vast dat de generaal en zijn vrouw het Witte Huis hadden bewoond als een sleets pension. Toen de vertrekkende First Lady haar het Huis had laten zien, moet Jackie een vriendin hebben toevertrouwd: ,,Er staat niets van vóór 1948!'' Daarop heeft zij de White House Historical Society opgericht en de belangrijkste kamers in stijl laten herinrichten. Met de opbrengst van de verkoop van de bestseller The White House: An Historic Guide, een idee van Jacqueline, kon veel meubilair uit periodes sinds 1802 worden gekocht.

Een dag voordat de tentoonstelling vorige week officieel openging, verdrongen zich al duizenden Vrienden van het museum voor de abrikooskleurige mouwloze, zijden jurk die Jackie op haar eerste reis naar India droeg, voor het kersenrode, wollen mantelpakje met drie grote, asymmetrisch geplaatste rode knopen waarin zij 56 miljoen televisiekijkende Amerikanen het opgeknapte Witte Huis van binnen liet zien in 1962.

De herkenning van die wereldberoemde kledingstukken roept kennelijk een onverwachte emotie op. Je ziet velen denken: was ik hier maar even alleen. Hun intense, bijna betraande blik gefixeerd op die goed gemaakte jurken verraadt meer dan jeugdsentiment. Misschien komt het omdat Jacqueline Kennedy haar couturiers met een verbluffend vaste hand stuurde langs de afgronden van `te gedurfd' en `te bedeesd'. Deze creaties zijn stuk voor stuk de wereld rondgegaan, zo niet aan Jackie's lichaam, dan toch via Life, Time, Newsweek en de Wereldkroniek.

Nooit eerder zijn er zoveel bij elkaar te zien geweest. Nu zij zaal na zaal staan opgesteld, vaak naast grote foto's van het evenement waarvoor zij zijn gemaakt, blijkt de draagster een oneindige variatie op één thema te hebben besteld: simple mais chic. Zij voelde zich met haar half-Franse opvoeding ook het meest aangetrokken tot de Parijse couturiers. Zij was bijna een Coco Chanel-vrouw. Op den duur zag zij meer in Hubert de Givenchy, met een enkel uitstapje naar Lagerfeld en Dior.

Voor de vrouw van een Amerikaanse presidentskandidaat was die voorkeur al snel een probleem. Womens Wear Daily en de vakbond van textielwerkers klaagden bij herhaling. Jacqueline Kennedy begreep dat zij op eigen bodem moest zien te slagen. Toen zij op haar 31ste First Lady werd, had zij in de tot Amerikaan genaturaliseerde Rus Oleg Cassini haar belangrijkste textiele woordvoerder gevonden. Zijn ervaring in Hollywood gaf zijn werk net het snufje achteloze gekkigheid dat Jackie nodig had om te overleven in haar glazen huis.

De nu 88-jarige couturier is niet zo blij met de tentoonstelling. In New York krijg je inderdaad de indruk dat Jacqueline Kennedy veelvuldig ontwerpen van haar Parijse helden liet namaken door Cassini. Hij zou zijn creatieve bijdrage voor de geschiedenis graag iets ruimer bemeten willen zien. De curator van de tentoonstelling is onverbiddelijk: de aantoonbare feiten geven hem geen aanleiding iets te veranderen.

Op de belangeloze toeschouwer maakt de collectie de indruk te zijn besteld door een vrouw die precies wist wat haar sterke punten waren en wat zij daarmee wilde uitdrukken. Jacqueline Kennedy sloeg een brug tussen de tijd waarin nette jonge dames bedankbriefjes schreven en de chaotischer wereld van Andy Warhol en politieke imagokunst. Zij was een metafoor voor het stijlvolle optimisme dat John F. Kennedy wilde uitstralen. De geschiedenis heeft getornd aan de geloofwaardigheid van zijn ambitie, niet aan de hare.

In het Metropolitan Museum zijn alleen hoogtepunten te zien van wat Jacqueline Kennedy ironisch haar `staatskleding' noemde. Het nobele beeld wordt niet doorbroken. Ook niet voor een dramatisch historische voetnoot: het roze pakje dat zij droeg op het bezoek aan Dallas (22 november 1963) en waarin zij als weduwe terugkeerde, ontbreekt. Vóór het vertrek had John Kennedy haar gezegd: ,,We zullen aan de lunch al die rijke Republikeinse vrouwen tegenkomen, opgetuigd met bont en juwelen. Jij moet even mooi zijn als de mooiste, in alle eenvoud. Laat die Texanen maar eens zien wat goede smaak werkelijk is.''

Tentoonstelling `Jacqueline Kennedy: The White House Years, Selections from the John F. Kennedy Library and Museum', tot 29 juli in het Metropolitan Museum, New York, daarna in Boston in The John F. Kennedy Library and Museum (15 sept 2001 t/m 28 febr 2002, www.jfklibrary.org.) en Corcoran Gallery of Art, Washington DC (20 april 2002 t/m 23 sept 2002). Openingstijden Metropolitan Museum: di t/m do 9u30-17u30, vr/za 9u30-21u, ma gesloten. Internet: www.metmuseum.org