Ambassadeur: schaf hulp aan Derde Wereld af

De ontwikkelingshulp aan derdewereldlanden moet worden afgeschaft. Dat zou de mensen in deze landen hun waardigheid teruggeven en dan pas is het dekolonisatieproces afgerond.

Hiervoor pleit Pieter Marres, speciaal ambassadeur voor de duur van de UNMEE-missie in Eritrea en Ethiopië. Hiervoor was hij ambassadeur in deze landen. ,,Geen financiële bijdrage meer leveren aan de Derde Wereld gaat eigenlijk in tegen onze gevoelens. Politiek lijkt er evenmin een draagvlak voor deze benadering. Maar is dat voldoende om door te gaan?'', schrijft Marres vandaag op persoonlijke titel in een opiniestuk in de Volkskrant.

Het afschaffen van de hulp zou volgens Marres positieve gevolgen hebben voor de ontwikkelingslanden. Veel energie en intellectuele capaciteit die tot dusver wordt gestoken in het binnenhalen van het geld, kan dan volgens hem worden besteed aan het eigen ontwikkelingsproces. Internationaal overleg kan dan op basis van gelijkwaardigheid en economische belangen plaatsvinden.

Marres vindt dat er sprake is van een structurele onderschatting van de eigen mogelijkheden van deze landen. ,,Hoe is het mogelijk dat Oeganda ver over zijn landgrens mijnen exploiteert in de Democratische Republiek Congo? Hoe kan het dat Ethiopië tijdens de oorlog in Eritrea in staat was in afgelegen gebieden te zorgen dat er diesel voor tanks aanwezig was en eten voor de soldaten, in dorpen waar geen tbc-medicijn of schoolboek te bekennen viel?''

Marres gaat met zijn pleidooi in tegen het huidige beleid. Nederland geeft structurele hulp aan 21 landen. Minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) bracht de groep landen waarmee een directe ontwikkelingsrelatie bestaat eerder al terug tot deze, vooral Afrikaanse, landen. Daarmee verwijderde zij, om versnippering van hulp tegen te gaan, vele tientallen landen van een lange lijst die onder haar voorganger Pronk was ontstaan.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken is ongelukkig met het artikel. ,,Geen afgewogen en compleet verhaal'', zegt een woordvoerder. Het ministerie was op de hoogte van het voornemen van Marres om dit artikel te publiceren. Volgens de woordvoerder is hij gewezen ,,op de mogelijke consequenties'', maar is hem niet verboden het op persoonlijke titel te publiceren. ,,Zo werkt dat niet''.

Het Tweede-Kamerlid Verburg (CDA) heeft minister Herfkens om opheldering gevraagd over de uitspraken van Marres.