Warme appeltaart op de veranda

,,Waarom geven ze meisjes een beugel op de leeftijd dat ze het meest gevoelig zijn over hun uiterlijk?'', luidt de uitstekende vraag waarmee You Can Count on Me begint. Voordat de man die naast de vraagstelster in de auto zit antwoord kan geven duikt er een tegenligger op. In de volgende scène zien we twee politieagenten aanbellen bij een meisje in de gevoelige leeftijd. Of de oppas even naar buiten wil komen, want de kinderen hoeven het niet meteen te horen. De politieagent schraapt alleen zijn keel, zoekt naar woorden. Dan snijdt de film naar het beeld van twee kinderen bij een uitvaart, die elkaar angstig vasthouden.

Een scenario dat zo sterk, exact en terughoudend inzet verdient zijn Oscarnominatie met vlag en wimpel. Niet alleen het scenario van de als regisseur debuterende toneelschrijver Kenneth Lonergan (hij was een van de coscenaristen van de komedie Analyze This) kreeg een nominatie voor You Can Count on Me, ook hoofdrolspeelster Laura Linney viel die eer ten deel. De actrice, die eerder onder meer te zien was als de geliefde van Jim Carrey in The Truman Show, is het kleine meisje uit de proloog als volwassen vrouw. Ze is blijven wonen in het dorp van haar jeugd, in de heuvels achter New York, en houdt angstvallig vast aan traditionele zekerheden: de kerk, de bank waar ze werkt, de dorpsgemeenschap. Alleen voedt ze een zoontje op, want ooit was ze een wilde meid. Haar broer (Mark Ruffalo) komt op een dag op bezoek. Het huis is grondig schoongemaakt, want zo vaak ziet ze hem niet meer. Maar de jongen wil alleen maar geld lenen, en snel terug naar de grote stad. Ruffalo speelt een verbitterde man, die niets en niemand meer vertrouwt.

Het knap geconstrueerde verhaal van Lonergan, die zelf de verlichte, maar duffe plaatselijke priester speelt, onthult de paradoxen in de karakters van zijn twee hoofdpersonen en hun tegengestelde reacties op het traumatische verlies van hun ouders. Linney raakt weer op drift, door de terugkeer van de verloren zoon, en die besluit op zijn beurt om zich weer een tijdje te koesteren in de provinciale warmte van appeltaart en veranda. Lonergan weet een feilloos, niet-geromantiseerd beeld te schetsen van een dorp waar de tijd stil heeft gestaan. Ook geeft hij precies weer hoe gewone Amerikanen praten, denken en zich bewegen, zonder de neiging tot dramatische uitvergroting die de meeste Hollywoodfilms kenmerkt.

Hoewel You Can Count on Me na succesvolle vertoningen op het Sundance-festival door een grote Hollywoodmaatschappij uitgebracht werd, is het in alle opzichten een `onafhankelijke' film: geen grote sterren, geen door marketing-overwegingen aangescherpt drama, maar een uit liefde en zorg geboren auteursfilm. De productie was mede in handen van Martin Scorsese en zijn vrouw Barbara De Fina, die liefhebbers waren van Lonergans toneelwerk en zich ook geïnspireerd voelden door het openhartige onderzoek van de voor- en nadelen van een religieus milieu, dat veiligheid biedt, maar uiteindelijk geen soelaas biedt voor existentiële eenzaamheid en ruimte laat voor hypocrisie.

Verre van volmaakt is You Can Count on Me. De lyrische recensies van Amerikaanse critici, die de film met Bob Rafelsons Five Easy Pieces vergeleken, en hoog in hun top 10-lijstjes van het afgelopen jaar plaatsten, lijken vooral aan te tonen dat films van dit type te weinig meer gemaakt worden. Maar een veelbelovend debuut van een auteur met een eigen stem is het zeker, gebaseerd op een voortreffelijk scenario.

You Can Count on Me. Regie: Kenneth Lonergan. Met: Laura Linney, Mark Ruffalo, Matthew Broderick, Rory Culkin, Jon Tenney, Josh Lucas, Gaby Hoffmann, Kenneth Lonergan. In: De Uitkijk en Pathé Arthouse, Amsterdam; Cinerama, Rotterdam; Pathé Buitenhof, Den Haag; Movies, Utrecht.