Tuchtraad slaat piketpalen accountants

Het jonge vakgebied van forensische accountants, die het declaratiegedrag van Peper onderzochten, schreeuwt om afbakening. De tuchtraad probeert de beroepsgroep voor ontsporingen te behoeden.

,,Interviewtechniek, je mag het ook verhoren noemen, is belangrijk.''

Wie zou dit gezegd hebben? Een rechercheur of een accountant? De uitspraak is afkomstig van Jaap ten Wolde, het hoofd van de forensische accountantspraktijk van KPMG en veroordeelde in de tuchtrechtzaak die Bram Peper gisteren op enkele punten won.

Toch verschilt het vak van accountant en rechercheur. De eerste is onpartijdig en onafhankelijk, zoals strikt en bindend is omschreven in de beroepsregels. Dit in tegenstelling tot een opsporingsambtenaar die bewijzen moet verzamelen en verdachten dient op te brengen. Toch lijken beide beroepen als twee druppels water. En dat zaait dikwijls verwarring.

Het beroep van de forensische accountant staat maar nog in de kinderschoenen. Het metier werd begin jaren negentig ontwikkeld in Canada en waaide over naar Europa. KPMG voelde als eerste in Nederland aan dat er behoefte was aan diensten als het onderzoek van de antecedenten van sollicitanten, het staven van verdenkingen bij diefstal binnen het bedrijf, seksuele intimidatie of fraude-handelingen. In 1993 richtte Jaap ten Wolde binnen de muren van KPMG een forensische praktijk op. Andere grote spelers als Ernst & Young en Deloitte & Touche volgden snel. De markt bleek een goudmijn.

Maar na acht jaar ervaring heeft de beroepsgroep van forensische accountants, Nederland telt er ongeveer honderd, al een paar fikse krassen op haar ziel. De belangrijkste aanwijzing daarvoor zijn de tuchtrechtzaken die gedupeerden hebben aangespannen. Vooral de laatste twee jaar zijn die in frequentie toegenomen. De affaire-Peper vormt het voorlopige hoogtepunt.

Een belangrijke tuchtrechtzaak speelde zich medio februari af. Vastgoedontwikkelaar Jan Poot spande een zaak aan tegen forensisch accountant Bob Crouwel van KPMG. Saillant detail: Crouwel was ook betrokken bij het onderzoek naar het declaratiegedrag van Peper. Deze accountant, overigens door Ten Wolde weggehaald bij de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), had zich volgens de Raad van Tucht ten onrechte voorgedaan als ,,onafhankelijk'', terwijl hij in werkelijkheid de belangen diende van zijn opdrachtgever. KPMG is overigens in beroep gegaan tegen die uitspraak.

Naar schatting hebben er tot dusver tussen de vijf en tien tuchtrechtzaken tegen forensische accountants plaatsgevonden. Het precieze aantal is onduidelijk omdat de uitspraken van de tuchtraad vrijwel altijd anoniem zijn en het soms niet klip en klaar is of het om forensische controleurs gaat of ,,doodgewone'' accountants. Bovendien vindt publicatie, in het vakblad van de accountancy, pas plaats nadat het oordeel onherroeplijk is. Dat kan soms jaren duren. De tuchtzaken hebben voor de beroepsgroep grote betekenis. Hoogleraren accountancy, die overigens zonder uitzondering in dienst zijn van spelers als KPMG en Ernst & Young en daarmee nauwelijks een onafhankelijk oordeel kunnen vellen over de werkwijzen van forensische accountants, bestuderen ze met grote interesse. Het jonge vakgebied kampt met grijze grenzen die KPMG al enkele malen heeft opgezocht. Slachtoffers als Jan Poot en Bram Peper vinden dat de forensische accountant is ontspoord. En de tuchtrechter geeft ze op onderdelen gelijk.

Ook de politiek volgt de ontwikkeling van de forensische praktijk op de voet. In het najaar staat de evaluatie van de accountantswetgeving op de agenda. Sommige Tweede-Kamerleden vragen zich af of er wettelijke regels voor de forensische praktijk moeten komen. De beroepsgroep is daar fel op tegen. Als er al iets geregeld moet worden, doen de accountants dat liever via zelfregulering.

Intussen wacht Ten Wolde van KPMG alweer een nieuwe tuchtklacht, van een ex-werknemer van Abab, net zoals KPMG een accountantskantoor. De tuchtrechter zal waarschijnlijk weer een piketpaal voor de forensische accountant gaan slaan.