Servië werkt mee aan onderzoek val Srebrenica

De Joegoslavische regering heeft het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) medewerking toegezegd bij het onderzoek naar de val van Srebrenica in 1995.

Het NIOD heeft lang aangedrongen op toegang tot bronnen die inzicht geven in de rol die Servië heeft gespeeld. Het aantreden van de nieuwe regering in Belgrado oktober vorig jaar is volgens het NIOD van doorslaggevend betekenis geweest voor de nu toegezegde medewerking. Woordvoerder Barnouw spreekt van `een doorbraak'.

In juli 1995 werd de Bosnische moslim-enclave Srebrenica door de Serviërs veroverd, waarna de mannen van vrouwen en kinderen werden gescheiden en vervolgens vermoord. De enclave stond onder bescherming van het Nederlandse VN-bataljon Dutchbat.

In 1996 kreeg het NIOD van het kabinet de opdracht om dit te onderzoeken. Het instituut moet ,,vanuit historisch perspectief in zowel nationale als internationale context inzicht [verschaffen] in de oorzaken en gebeurtenissen die hebben geleid tot de val van Srebrenica en tot de dramatische ontwikkelingen die daarop zijn gevolgd''.

Het NIOD verwacht deze week nog een schriftelijke bevestiging van de medewerking, die mondeling is toegezegd. Het instituut wil archieven raadplegen en betrokkenen ondervragen. Een en ander betekent dat het onderzoek mogelijk later klaar is. ,,Als er een belangrijke bron bloot komt, dan is september dit jaar niet meer haalbaar'', aldus Barnouw. Het NIOD overlegt met het kabinet over een verschuiving van de verschijningsdatum.

Naar de resultaten wordt in politiek Den Haag met spanning uitgekeken. In het verleden hebben verschillende partijen en minister Pronk (VROM) aangedrongen op een parlementaire enquête naar de rol van Nederland bij de val van de enclave, die uitmondde in moordpartijen door Bosnische Serviërs op moslims. Een Kamermeerderheid wil eerst de resultaten van het NIOD-onderzoek afwachten, alvorens te beslissen of er een parlementaire enquête moet komen.