Pepers probleem

DE VECHTER PEPER heeft een halve overwinning geboekt. Of, afhankelijk van het perspectief, een gedeeltelijke nederlaag geleden. Bram Peper, oud-burgemeester van Rotterdam, oud-minister van Binnenlandse Zaken en hoofdfiguur in de nu al weer anderhalf jaar durende declaratie-affaire met zijn naam, zag zich gisteren in het gelijk gesteld op drie van de zes punten van een klacht die hij had ingediend bij de Raad van Tucht voor Registeraccountants.

Voor wie het niet meer weet: na zijn vertrek als burgemeester van Rotterdam, toen Peper minister van Binnenlandse Zaken was, kwamen klachten naar buiten dat Rotterdamse gemeentebestuurders het destijds niet zo nauw namen met hun declaraties. Pepers naam werd steeds vaker genoemd als overtreder. Onder zijn leiding zou de scheidslijn tussen zakelijke en privé-uitgaven zijn vervaagd. In opdracht van de gemeenteraad onderzocht het accountantskantoor KPMG het declaratiegedrag van Peper en andere stadsbestuurders. Enkele dagen voor de rapportage van KPMG, in maart vorig jaar, trad Bram Peper af als minister. Zijn bestuurlijke integriteit stond toen al volop ter discussie.

In het rapport over Peper c.s. was sprake van tal van dubieuze declaraties. Peper wees de beschuldigingen van de hand en verbrak zijn banden met Rotterdam. Hij zei alles te zullen weerleggen. Een betrekkelijk klein bedrag, 7.500 gulden, betrof ingediende declaraties die volgens het openbaar ministerie onwettig waren. Peper betaalde dit terug aan de stad. Justitie zag vervolgens af van strafrechtelijke vervolging. Ook dit was deels overwinning, deels nederlaag: hij had nu een strafrechtelijk verwijt op zijn conto. Wat resteert is een grotere som: 63.971,30 gulden, gebaseerd op de rapportage van KPMG. Rotterdam heeft inmiddels ,,een moreel beroep'' op Peper gedaan om ook dat geld terug te storten. Immers, het gaat om ,,uitgaven van de heer Peper die ten laste zijn gekomen van de gemeenterekening en die, zonder toelichting van zijn kant, niet anders dan als uitsluitend privé moeten worden aangemerkt'', zoals het zo mooi staat in een bericht van het stadsbestuur.

GISTEREN KWAM DE tuchtraad voor accountants met zijn oordeel naar buiten. Samengevat verweet Peper de accountants van KPMG bij hun onderzoek naar `de bonnetjes' gebrek aan onpartijdigheid, onafhankelijkheid en betrouwbaarheid. Op drie van de zes onderdelen van zijn klacht heeft hij gelijk gekregen. De details zijn interessant, maar wat telt is de betekenis van de uitspraak voor zowel Peper als KPMG. Beiden zijn verheugd en claimen de overwinning. Ten onrechte. Door het oordeel van de tuchtraad staat KPMG pijnlijk te kijk als een accountant die een rapport heeft geschreven dat ,,de sfeer ademt van een lange lijst van verdachtmakingen''. In die kringen is dat een hoofdzonde. De harde woorden aan het adres van KPMG moeten bovendien worden opgevat als een waarschuwing met ruimere strekking.

Pepers probleem is er ook niet minder op geworden. De door KPMG gerapporteerde feiten zijn namelijk bij deze tuchtraad overeind blijven staan. Letterlijk meldt het college: ,,Dat bedoelde oordelen en bevindingen naar de inhoud genomen onvoldoende grondslag zouden hebben, heeft klager evenwel niet aannemelijk gemaakt en is overigens ook niet aannemelijk geworden.'' Dat zo zijnde luidt de conclusie dat de heer Peper het morele beroep van Rotterdam nu snel ter harte moet nemen. Ook al omdat hijzelf een groot aandeel heeft gehad in de, wat de tuchtraad noemt ,,structureel gebrekkige administratieve organisatie van de gemeente Rotterdam''. Hij doet er goed aan die 64.000 gulden terug te betalen. Misschien kan hij dat bedrag later nog eens in veelvoud op de accountants verhalen.