Papendal supermarkt voor topsporters

Het Nationaal Sportcentrum Papendal wordt een olympisch trainingscentrum (OTC). Als de sportbonden het plan goedkeuren, krijgt de Nederlandse topsport wederom een nieuwe dimensie.

Technisch directeur Joop Alberda van NOC*NSF voorspelt dat Nederland tijdens de Olympische Spelen in 2008 minstens veertig medailles binnenhaalt. Het belang van een Olympisch Trainingscentrum (OTC) is voor hem nu al evident. ,,Omdat topsport een kwestie is van onbegrensd denken en onbegrensd handelen. En aan die elementaire voorwaarden voldoet dit plan'', zegt Alberda.

De metamorfose die Papendal ondergaat, is een symbiose van pragmatisme en idealisme. De praktijk leerde de sportkoepel NOC*NSF dat Papendal zowel letterlijk als economisch aan een opknapbeurt toe is. Dat gegeven werd vermengd met de ambitie om de faciliteiten voor topsport in Nederland te verbeteren.

Bestuurs- en stafleden van NOC*NSF bezochten ten tijde van de Olympische Spelen in Sydney het Australian Institute of Sport (AIS) en raakten onder de indruk van de mogelijkheden die dat nationaal trainingscentrum biedt.

In de euforie over de Nederlandse prestaties in Sydney en onder de indruk van de 58 olympische medailles die Australië qua inwonertal vergelijkbaar met Nederland won, werd het renovatieplan van Papendal voortvarend ter hand genomen. Dat had ook een strategische reden. In de roes van het succes verwacht NOC*NSF een soepele besluitvorming over het OTC.

De opwaardering van Papendal impliceert een investering in de volgende (bestaande) accommodaties: sporthal, tenniscomplex (indoor en outdoor), vecht- en krachtsportcentrum, schietbanen, biljartcentrum en een (gedeeltelijke) overkapping van de atletiekbaan, die ook nog eens wordt uitgerust met hightech apparatuur. Het OTC moet daarmee het paradepaardje worden van een netwerk aan topsportfaciliteiten in Nederland.

Een tweede poot onder het OTC wordt een kenniscentrum. NOC*NSF wil op Papendal een supermarkt creëren waar de topsporter eindeloos kan shoppen. Het aanbod zal bestaan uit allerhande hoogwaardige kennis, waarvoor al afspraken zijn gemaakt met de universiteiten van Utrecht en Maastricht. Met de universiteit van Nijmegen zijn nog besprekingen gaande.

Bovendien gaat NOC*NSF voor productontwikkeling samenwerken met DSM en TNO. Daarnaast wordt bekeken of het opleidingsinstituut CIOS deel kan uitmaken van de plannen.

Ter economische compensatie gaat NOC*NSF het hotel- en congrescentrum op Papendal loskoppelen van de sportactiviteiten, maar wel zodanig dat het als afzonderlijke bedrijfsactiviteit het OTC kan ondersteunen. Daarnaast hoopt NOC*NSF ruimte te creëren voor bondsbureaus op Papendal. Die zullen overigens beperkt worden toegelaten, omdat het bestemmingsplan uit landschappelijk oogpunt restricties aan bouwactiviteiten oplegt.

Op organisatorische, bedrijfseconomische, sportieve, wetenschappelijke en fiscale gronden wordt Papendal door NOC*NSF opgedeeld in drie clusters, te weten: het OTC, een hotel- en congrescentrum en een kennisinstituut met bondskantoren. Het eigendom van het vastgoed (terrein en opstallen) van Papendal wordt ondergebracht in de Papendal Beheer BV, waarvan NOC*NSF de enige aandeelhouder blijft.

Het hotel en restaurant wordt op het niveau van een viersterrenaccommodatie gebracht om concurrerend te kunnen opereren. Er wordt over gedacht om een bestaande hotelformule in te kopen. Daarnaast blijft Papendal logiesverblijf voor (sport)groepen bieden.

Op grond van onderzoek en ontwikkelde bedrijfsplannen denkt NOC*NSF aan een verantwoord financieel avontuur te beginnen, al is in de opzet rekening gehouden met een verlies voor het OTC variërend van twee tot vier miljoen gulden op jaarbasis.

De totale investeringskosten worden geraamd op een bedrag tussen de 100 en 120 miljoen gulden, waarvan de helft voor het OTC. De investeringen worden gefaseerd gedaan met 2004 als streefjaar voor de afronding.

Ter financiering verwacht NOC*NSF de helft uit het accommodatie-investeringsfonds van het ministerie van VWS te krijgen. Daarnaast wordt gerekend op subsidies van de gemeente Arnhem en de provincie Gelderland en gehoopt op een donatie van de Europese Unie.