Nandrolon

ORANJE, Nederlands trots in bange en minder bange dagen zit weer in de hoek waar de klappen vallen. Nu eens niet omdat de voetballers van Oranje op het kritieke moment de hooggespannen verwachtingen niet kunnen waarmaken, maar omdat twee spelers kort na een interland bij hun clubs in respectievelijk Italië en Spanje `positief' zijn bevonden op mogelijk gebruik van doping. Beiden (Davids van Juventus en Frank De Boer van Barcelona) ontkennen de spierversterker nandrolon te hebben gebruikt. Maar bij de controles bleek de waarde van dit middel toch ongeveer vier keer hoger dan het niveau dat door de sportbonden wordt geaccepteerd. Contra-expertise moet nu uitsluitsel geven.

Deze twee simpele feiten roepen allerlei ingewikkelde vragen op. Hebben de spelers bewust nandrolon gebruikt of per ongeluk binnengekregen via voedings- of vitaminesupplementen? Hebben ze de middelen zelf aangeschaft of gekregen van persoonljke soigneurs dan wel de medische staf van de KNVB of hun club? En waarom zijn andere spelers van het nationale elftal niet positief bevonden? Kortom, wie is er verantwoordelijk voor dat Davids en De Boer een langdurige schorsing boven het hoofd hangt: de spelers zelf of derden? Dat kan cruciaal zijn voor eventuele schadeclaims.

Om het antwoord nog enigszins in eigen hand te houden, heeft ploegarts Plemper van de KNVB onmiddellijk een voedingssupplement van de menukaart gehaald dat hij er zelf had op gezet. Zijn collega bij PSV heeft een vergelijkbare maatregel genomen. Ajax doet niets, omdat ze daar naar eigen zeggen alleen met een diëtiste werken. Alleen Feyenoord gaat op de oude voet door.

DEZE REACTIES alleen al rechtvaardigen de conclusie dat ook het Nederlandse voetbal niet langer kan veinzen dat er hier, anders dan in Italië waar het gebruik van doping twee jaar geleden werd aangekaart door de trainer van een Romeinse topclub, geen probleem is. Dat ligt voor de hand. Sport en doping horen in theorie niet bij elkaar, de praktijk is echter al decennia anders. De jacht op doping heeft het gebruik niet beëindigd, maar bevorderd. Bovendien veranderen de opvattingen over wat wel en geen doping is voortdurend, evenals de opsporingstechnieken en de interpretaties van de aldus gevonden gegevens.

Daarom doet de KNVB er goed aan niet weg te duiken in een welles-nietes-spelletje. Los van de vraag of Davids en De Boer qua intenties brandschoon zijn, vast staat dat voetballers door de commercialisering van hun sport onder grote druk staan. De meesten zijn om uiteenlopende redenen amper tegen deze pressie opgewassen, ook al wekken ze in woord en gebaar graag de indruk van het tegendeel. De KNVB moet daarom het initiatief nemen tot één beleidslijn voor de internationale voetbalbonden.