Met jacht en motor naar Noordpool

In Amsterdam werd gisteren de boot van zeezeiler Henk de Velde (52) ten doop gehouden. Volgende maand begint hij aan een wereldreis via de Noordpool.

De doop van het knikspantjacht Campina op een Amsterdamse jachtwerf ging gisteren gepaard met een incident. Terwijl Henk de Velde trots toekeek hoe zoon Stephan een fles champagne ontkurkte, werden de blazers van muziekkorps Tubantia bijna in het water gekwakt door een stuurfout van de kraanmachinist. Hij had zich vergist in de grootte van het jacht, dat met een lengte van 17 meter en een gewicht van 27 ton bijna werd onttakeld.

Over een kleine maand vertrekt De Velde voor zijn vijfde zeilrace rond de wereld. Hij vaart dit keer niet op een catamaran, zoals bij zijn vorige avonturen, maar op een kielboot die in de gifgroene kleuren van sponsor Campina is gespoten. Het interieur van de kajuit is minder eenvoudig dan hij gewend is. ,,Ik heb nooit luxueuzer gewoond'', zegt de romanticus. ,,Hij ligt alleen iets te veel over stuurboord'', aldus de expert.

De zeilboot, voorzien van een 80 pk hulpmotor, krijgt de functie van ijsbreker. Volgende maand begint De Velde aan een wereldreis via de Noordpool én de Zuidpool. Hij probeert als eerste zeiler van west naar oost de kust van Siberië te passeren. Als hij begin september de Beringzee nog niet heeft bereikt, moet hij wegens ijsvorming acht maanden overwinteren in de Russische toendra. Pottenkijkers zijn daar niet welkom.

De Velde treedt in de voetsporen van Willem Barentsz, die in 1595 via de Noordelijke IJszee naar Indië wilde varen. Hij strandde op Nova Zembla. De Velde raakte geïnspireerd door de oude zeehelden. Hij werd matroos op een koopvaardijschip. Hij las de gedichten van Slauerhoff (die hij wegens te veel ballast overboord gooide) en besloot van zijn beroep een hobby te maken.

Drie keer probeerde De Velde in zijn eentje zo snel mogelijk rond de wereld te zeilen. Hij raakte in 1994 zwaar gewond toen hij al slapend voor de kust van Madeira tegen een container voer. Hij beloofde zijn zoon, die tijdens de eerste wereldreis geboren is op Paaseiland, nooit meer uit te varen. Maar het zeemansbloed kroop waar het niet gaan kon. Critici noemen hem een dwaas. Bewonderaars noemen hem een romanticus. ,,Ik ben wie ik ben'', filosofeert hij.

De Velde heeft vertrouwen in de goede afloop. Hij heeft vorig jaar een verkenningstocht gemaakt naar Spitsbergen. Noorse zeevaarders noemden zijn boot zeewaardig én ijsbestendig. ,,De grootste kracht van een ondernemer is zijn naïveteit'', verklaart De Velde zijn optimisme.

Voor alle zekerheid is hij voorzien van een geweer en een harpoen. Hij wapent zich tegen ijsberen, walvissen en poolvossen. ,,Ik neem geen hond of kat aan boord, maar als ik een Husky tegenkom, mag hij met me meevaren'', zegt de schipper die vijf jaar geleden met een zieke mus van boord stapte.

In het noodscenario past een noodvoorraad. De Velde neemt ook een tent, een reddingslee en zelfs een off-the-road-motor mee aan boord. De Yamaha kan hij met een spinnakerboom uit het vooronder takelen. ,,Zo kom ik nog eens ergens, als ik in de middle of nowhere verzeild raak.''