Liv Ullmann

In een reeks profielen van gezichtsbepalende sterren deze week Liv Ullmann, de voorzitter van de jury van het Filmfestival Cannes en de muze van Ingmar Bergman. Haar film `Faithless', naar een scenario van Bergman, komt later dit jaar in de Nederlandse bioscopen.

Zij was Clark Gable. Of haar vriendinnetje was hem. In ieder geval liepen ze hand in hand naar huis na het zien van Gone with the Wind en waren ze de hele weg verliefd. Op Clark Gable. Op de filmkunst. Op dat wonder van verbeelding. De voormalige theateractrice vertelde deze anekdote afgelopen december tijdens een colloquium over de toekomst van de Europese film. En ze bracht de knikkebollende toehoorders in het Parijse Odéontheater aan het huilen.

De uit Noorse ouders geboren actrice Liv Johanne Ullmann (16 december 1939, Tokio) was al een vermaarde toneelspeelster (ze debuteerde ooit in de theaterversie van Het dagboek van Anne Frank) voordat ze in 1966 doorbrak als filmactrice in Ingmar Bergmans Persona. Een klassieke, serene schoonheid werd ze wel genoemd, een eeuwig meisje, alhoewel je net zo goed zou kunnen zeggen dat ze eruit zag als een plattelandstrien, met van die jaloersmakende blosjes.

Met Bergman zou ze al snel werk en leven delen. Na Persona was ze onder meer te zien in zijn Schreeuw zonder antwoord (Viskingar och rop, 1972), Scènes uit een huwelijk (Scener ur ett äktenskap, 1973), Van aangezicht tot aangezicht (Ansikte mot ansikte, 1976, Oscarnominatie) en Herfstsonate (Höstsonaten, 1978, tegenover Ingrid Bergman). In totaal zouden ze negen films samen maken. Hoezeer actrice Ullmann ook in de wieg gelegd leek om de diepe twijfels en de existentiële angsten uit Bergmans films een puur en geloofwaardig gezicht te geven, al snel trad zij ook in films van anderen op. Haar eerste Oscarnominatie had zij al ontvangen voor het epos The Emigrants van de Zweedse regisseur Jan Troell (1971), een jaar later maakte zij met hem nog The New Land. Net als de emigranten op zoek naar een beter leven in Amerika in deze beide films, verging het Ullmann in Hollywood niet bijzonder voorspoedig. Te Europees vond men haar, te veel een karakteractrice en ook: te oud. Er was nog een bijrolletje in David Leans A Bridge Too Far (1977), waar een zwaar accent makkelijk voor Nederlands kon doorgaan en daarna volgden voornamelijk nog twijfelachtige televisiefilms.

Totdat zij in 1982 besloot een carrière als regisseuse na te streven was Ullmann onder meer ambassadrice voor UNICEF en schreef twee autobiografische boeken: Changing (1976) en Tide (1984). Een jaar na de première van haar vierde speelfilm Faithless (Trolösa), net als het eerdere, oorspronkelijk voor televisie geproduceerde Private Confessions (1996) naar een semi-autobiografisch scenario van Bergman, keert zij terug naar het Filmfestival Cannes, nu als voorzitter van de internationale vakjury die over tien dagen de Gouden Palmen bekend zal maken. Faithless wordt later dit jaar in de Nederlandse bioscopen verwacht.