Koningsberger is meester lichte lied

,,Een zanger moet zijn verbeeldingskracht op de stem kunnen toepassen. Hij moet zingen met fantasie'', vond filosoof Søren Kierkegaard. Zijn woorden hadden het motto kunnen zijn voor het liedprogramma dat bariton Maarten Koningsberger gisteravond verzorgde in de Vocale Serie van het Concertgebouw. Koningsberger sprong van taal naar taal en van stijl naar stijl: hij ging van Schubert via Duparc naar swingend musicalrepertoire en gunde de overvolle kleine zaal een panoramische blik op zijn vocaal vakmanschap.

Koningsbergers recital bleek opmerkelijk in de wijd uiteenlopende mate van affiniteit die hij uitstraalde en aan de dag legde voor de verschillende liedstijlen. Het repertoire van Schubert en Brahms dat voor de pauze klonk, kwam vooral in de lyrische liederen slechts bij vlagen tot leven. In verhouding tot de regenboog aan timbrekleuren die Koningsberger aansluitend voor het Franse en Engelse repertoire aanwendde, benutte hij hier slechts een klein deel van zijn potentieel. Stoere liederen als Schuberts Fischerweise en Der Schiffer klonken aangenaam robuust, maar in An den Mond of Brahms Botschaft hadden meer subtiliteiten tot een meer invoelbare interpretatie geleid.

Voor pianist Rudolf Jansen, die zich in de liederen van Schubert en Brahms liet horen met eigenzinnige en zekere begeleidingen, werd het na de pauze een beetje een feestavond. Die begon al met de fraaie, dartele figuren van Duparcs Le galop, welk lied door Jansen als een autonoom minidrama werd gepresenteerd. Ook Koningsberger deed in de liederen van Duparc de bezwaren die hij opriep in het Duitse repertoire vergeten, en benaderde zowel tekst als melodiek met een ongekunstelde fijngevoeligheid.

Aan Koningsbergers programma lag een logische, allengs lichter wordende opbouw ten grondslag. De Three Shakespeare songs van Roger Quilter (1877-1953) zijn lieflijke, ongecompliceerde liederen die Koningsberger met zichtbaar plezier vertolkte. In de musicalliederen van Noël Coward (1899-1973) bereikte die innemende speelvreugde zowel Koningsberger als Rudolf Jansen een kookpunt. Anders dan veel klassiek geschoolde zangers, is Koningsberger een meester in de kunst van het lichte lied en gaf hij nummers als A room with a view en If love were all verzorgd, maar bovenal swingend en met een verlokkend mezza voce gestalte. De manier waarop Rudolf Jansen hem daarbij begeleidde verraadde diens liefde voor jazz in de soepele manier waarop hij akkoorden rekte, strekte, liet vervloeien en liet dansen.

Concert: Maarten Koningsberger (bariton) en Rudolf Jansen (piano). Liederen van Schubert, Brahms, Duparc, Quilter en Coward. Gehoord: 8/5 Concertgebouw, Amsterdam.

    • Mischa Spel