Geborgenheid

Het onbehagen over de individualisering groeit, lees ik in de krant. Onderzoeksbureau Motivaction ondervroeg 8.000 Nederlanders en ontdekte dat in brede lagen van de bevolking de vrees schijnt te leven dat `de maatschappij ten onder zal gaan aan de gevolgen van individualisering'. De onderzoekers maken zelfs gewag van een `kentering in het sociale klimaat', want in plaats van individuele vrijheid en zelfontplooiing streven burgers nu `sociale cohesie, huiselijkheid en geborgenheid' na. Althans dat beweren ze. Over zichzelf.

Als dit geen rechttoe rechtaan ordinaire leugen is, dan toch tenminste een geval van collectieve zinsbegoocheling. Ik kan mijn ogen nauwelijks droog houden bij het nieuwe waardenpatroon van de Nederlandse burger. Ik zie ze voor me in hun Vinexwijken, hun doorzonwoningen, hun luxeflats, hun twee-onder-een-kappers in hun groeikernen en overloopgemeentes, snakkend naar een beetje cohesie. Zie hen huiveren onder het gebrek aan huiselijkheid! Elk gezinslid is met iets anders bezig – niemand die meedoet aan een spelletje halma. Bij gebrek aan nestwarmte zetten ze de verwarming nog maar een graadje hoger.

Al jaren lang roepen trendwatchers en toekomstprofeten dat het hedonistisch individualisme z'n langste tijd gehad heeft en dat er een omslag op til is. Het begon, denk ik, al in de jaren zeventig toen de Bijenkorf `de eerlijke keuken' introduceerde. Een raadselachtig begrip, dat zich wel met pollepels en ijzeren vergieten liet associëren, maar niet met afwasmachine of elektrische blikopener. In de jaren tachtig voorspelde Faith Popcorn dat mensen genoeg zouden krijgen van nachten doorhalen op het werk of in het uitgaanscircuit en dat ze zich massaal op `cocooning' zou storten (met een bak knabbels en je geliefde voor de tv). Een tijdje later voorzag Lidewij Edelkoort iets soortgelijks, een terugkeer naar gemeenschapswaarden, primaire relaties, simpele genoegens als zelf broodbakken. En wie de bevolking ondervraagt over wat er mis is met de maatschappij krijgt te horen dat het de schuld van het individualisme is. Vroeger zeiden mensen nog dat het de schuld van het kapitaal was – ook een zwiepende generalisatie, maar eentje die meer grond van waarheid heeft.

Iedereen kankert op andermans individualisme, maar niemand wil het zijne kwijt. En terecht niet, want de individuele vrijheid en de tegenwoordig in een slecht reuk staande zelfontplooiing zijn fantastische verworvenheden van de moderne Westerse cultuur. Ik ken helemaal niemand die deze waarden goedschiks zou willen inruilen tegen cohesie, huiselijkheid en geborgenheid. Zien mensen af van een betere baan elders, omdat ze dan de contacten met de huidige buren verliezen? Doen ze hun kind niet op voetballen, omdat de trainingstijden interfereren met het avondeten van klokke zes? Sturen ze hun kind naar het vmbo in plaats van de havo, omdat ze zelf alleen lagere school hebben en niet willen dat het kind z'n familie ontgroeit? Zeggen ze hun baan op om zich te wijden aan de verzorging van oude, zieke ouders? Zien ze af van de gebruikelijke vier vakanties per jaar of van permanent pretparkbezoek, omdat huiselijkheid ineens doorgaat voor iets nastrevenswaardigs?

Natuurlijk doet niemand dat. Iedereen jaagt net als de anderen zijn particuliere belangen na, waarbij overigens de zogenaamde tegenhangers van het individualisme (zorgzaamheid, betrokkenheid, cohesie, geborgenheid) gewoon zijn inbegrepen. Mensen willen het beste voor hun kinderen, onderhouden vriendschappen en laten door de bank genomen hun ouders niet in de steek. Hoogstens is het jezelf wegcijferen gedurende deze op het welzijn van de medemens gerichte activiteiten intussen een beetje passé. Men offert zich niet meer op en dat is een grote stap vooruit, want zich opofferen leidt alleen maar tot verzuring en rancune.

Desondanks zegt men meer geborgenheid te zoeken. Blijkens het onderzoek is het onbehagen over de individualistische maatschappij het grootst onder tweeverdieners met kinderen. Zij lijden aan stress door gebrek aan kinderopvang. Met meer crèches zouden de ouders hun kinderen prettig (op)geborgen weten. Gelijk hebben ze. Merkwaardig alleen dat ik de roep om meer crèches altijd als een teken van toenemende individualisering heb gezien.