Examentijd

Gezinsontbijt: vader, moeder, twee dochters. Dochter A moet een vroege bus hebben naar haar verre stageadres. Ze teut met haar boterhammen. Vijf minuten nadat ze met de fiets naar de bushalte vertrokken is, staat ze kwaad op de voordeur te meppen: `Die rotbus was vandaag op tijd! En jullie hoeven niet te zeggen dat het mijn eigen schuld is. Nu moet ik wel met papa mee.' Dochter B heeft vandaag een zwaar tellend schoolonderzoek van haar zwakste vak, wiskunde. Vader zal haar met de auto naar school brengen, maar nu zit ze nog te stampen. Door de krappe planning van dochter A wordt het vertrek vervroegd, tot woede van dochter B: `Ik moet altijd op haar wachten; vandaag kan ze toch wel op mij wachten. Ik ben helemaal uit mijn concentratie.' De tranen staan haar in de ogen als ze lukraak enkele deuren dichtsmijt.

Vader probeert uit alle macht zich in te houden. Moeder kijkt om half acht een hele boze auto na.