De schuimrubbermaatschappij

Het geruchtmakende vraaggesprek met PvdA-fractieleider Melkert in het magazine van de Volkskrant beslaat zes pagina's. Daarin zijn, welwillend geteld, zes regels gewijd aan enige ideologische kritiek op Wim Kok als politieke leider. `Door alles wat zich in de loop der jaren heeft voltrokken, heeft hij zich teveel in zijn schulp teruggetrokken. Hij heeft wel eens onnodig mogelijkheden laten liggen om mensen toch te mobiliseren en te zeggen: daar gaan we naar toe. Wim heeft in zijn Den Uyl-lezing laten zien dat er veren moesten worden afgeschud. Maar dat daaronder ook nog een hart klopte, of dat er weer wat zou aangroeien, aan dat perspectief heeft het soms ontbroken.'

Deze lezing, bijna zes jaar geleden gehouden, was zo slecht nog niet. Veel van wat Kok toen heeft gezegd, kan ieder lid van de PvdA nog zonder schaamte voor zijn rekening nemen. Hij noemde de verzorgingsstaat ,,de mooiste prestatie van de georganiseerde wilsvorming.'' Hij signaleerde ,,een groeiende behoefte om de samenleving een gevoel van richting, van zingeving mee te geven.'' Hij hoorde ,,het dringende, met de dag luider klinkende verzoek, om verstaanbare, voor iedereen doorzichtige regelgeving.'' Hij wist al: ,,Het nu in brede kring, zonder enige gêne gevoerde debat over normen en waarden weerspiegelt de behoefte aan herijking van de regels voor het samenleven.'' Als Ad Melkert gisteren zo'n rede had gehouden, zouden de mensen zeggen: die heeft het begrepen.

De fractieleider had zijn eigen denkbeelden eerder uiteengezet, in de Volkskrant van 1 maart. `De mensen willen vrij zijn,' schreef hij, `maar zij wantrouwen de vrijheid van vandaag, die hen in de toekomst hulpeloos en afhankelijk laat worden.' De sociaal-democratie, die nieuwe van de `derde weg', moet, zoals de oude dat in de tijd van het industrieel kapitalisme heeft gedaan, een verzoening tot stand brengen tussen de economische ontwikkeling en de normen van de sociale rechtvaardigheid. `Zij kan dit doen door een hoogwaardige verzorgingsstaat te creëren, waarin ruimte is voor sociale bescherming naast innovatief ondernemerschap.' Hij maakt zich zorgen over de normen en waarden, `het behoud van de gemeenschapszin en de mogelijkheid tot welvaart voor allen.' Er staat veel meer in dit artikel waarmee geen tegenspraak wordt uitgelokt. Als Wim Kok het had geschreven, zou je zeggen: dat is ongeveer het programma waar Paars al zeven jaar mee bezig is.

Eerste conclusie: de politieke filosofie van de PvdA is in ieder geval niet veranderd; de manier waarop de partijgenoten zich uitdrukken evenmin. Maar dat valt niet alleen de voormalige socialisten te verwijten. Politiek Haags in het algemeen bestaat uit een omslachtige opeenstapeling van wenselijkheden, waaruit niemand de conclusie kan trekken dat de spreker ruzie zoekt. Uit de overeenkomst tussen de boodschap van Kok in 1995 en die van Melkert in 2001 kunnen we verder afleiden dat het generatieconflict politiek Den Haag heeft bereikt en dat er, gezien de voorgestelde remedies, in de kwalen van het land niet veel veranderd is. Dat blijkt dan uit de reveillistische ondertoon in de boodschap van de twee leiders.

Wat dit aangaat staan ze niet alleen. De Nederlandse politiek is vol van reveillisme. Aan conservatieve kant hebben we de door Joshua Livestro in het leven geroepen beweging van `Het conservatieve moment', die in deze krant veel bijval vindt. Verder links van het centrum is, met steun van leiders van de Socialistische Partij, milieuactivisten en vertegenwoordigers van andere niet gouvernementele organisaties de oproep tot `het redden van de beschaving' uitgegaan. Op politiek-filosofisch gebied zindert het van de activiteit.

Geen wonder. De Nederlandse werkelijkheid van alle dag valt te verbeteren. Kijk in de krant van gisteren, eergisteren, vorige week. De jongeren roken en drinken te veel en liggen te lang in de zon. De zonnecrème deugt niet. De dokters staken. De treinen rijden niet op tijd. De veestapel wordt geruimd. De ziekenhuizen staken ook. Net als het onderwijzend personeel. Een misdadiger wordt met een onguur cortège onder politietoezicht begraven. De elite van het bedrijfsleven verdubbelt haar inkomen. Onderzoek naar de oorzaak van grote rampen leidt niet tot opsporing van de verantwoordelijken, terwijl iedereen `zijn verantwoordelijkheid neemt'. Grote voetballers slikken dope. Als het nu geen tijd is voor een reveil, kunnen we het voorgoed vergeten.

Zou dat waar zijn? Nee. De reveillisten vergissen zich. Ze vergissen zich in het incasseringsvermogen van deze maatschappij. Voor een reveil zoals de heren Melkert, Kok, Marijnissen, Livestro en vele andere bedoelen, is een algemene en ondraaglijke ontevredenheid noodzakelijk. Deze maatschappij is dusdanig gefragmentariseerd in deelbelangen, dat de ondraaglijke toestanden van de ene groep niet veel meer dan een tijdelijk ongemak veroorzaken bij de klanten – reizigers, patiënten, vleeseters en voor de anderen een drama van een paar dagen of weken op de televisie. En zo is het effect van de oproep tot een reveil of een culturele revolutie een paar weken discussie op de opiniepagina van een paar kranten, en een praatprogramma op de televisie. De druk plant zich niet voort. Een reveil in Nederland is op het ogenblik een poging tot veralgemening van het eigen ongemak. Dat mislukt. Het is alsof de reveillisten en revolutionairen hard op een dik stuk schuimrubber hebben geslagen. Veel vertoon van kracht en verder niets.

Deze maatschappij heeft een incasseringsvermogen als van schuimrubber. Dat heeft zijn nadelen, maar het is ook een verdienste die juist conservatieven zou moeten aanspreken. Na een voltreffer neemt het schuimrubber meteen weer zijn oude vorm aan. Iedere poging tot revolutie wordt gesmoord in een zachte maar veerkrachtige dikte die zich zelfs aan de taal heeft meegedeeld: het schuimrubber Nederlands van de consensus. Het is deze dikte die actievoerders en reveillisten tot wanhoop brengt. Blijvende wanhoop, want in Nederland loopt wel van alles en nog wat mis, maar nooit blijvend, nooit genoeg.